Zonder vervoersbewijs - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Zonder vervoersbewijs - Mijn Kort Verhaal

Kylian van Dam

15 jaar - VWO

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Kylian van Dam (15 jaar)

? stemmen

Zonder vervoersbewijs

Tooidi was het zoveelste doodnormale kind op de wereld. Tot, in minder dan 30 seconden, zijn leven totaal op de kop werd gezet.

 

“Tooidi! Er is iemand voor je! “Argh,” zei Tooidi, waarna hij naar de voordeur liep. Toen hij die opendeed zag hij zijn moeder kletsen met een kleine jongen, maar toen hij dichterbij kwam, werd alles zwart voor zijn ogen.

“Mam, ik wil verder slapen!” Maar nadat Tooidi dat had gezegd, keek hij om zich heen en zag hij  dat hij niet thuis was. Hij lag in een bed, in een kamer zonder ramen en met slechts één, vergrendelde, deur. “Waar ben ik?” Een videoscherm sprong aan. Er was iemand in volledig zwarte kleding met een donkere kap over zijn hoofd te zien. “In een dimensie parallel aan de jouwe. Dit plafond gaat zo zakken en zal je verpletteren. Veel succes met ontsnappen.” Het videoscherm ging uit en het plafond ging inderdaad zakken. “Overkomt mij weer, opgesloten door een idioot die mij wil verpletteren!” Vlak voor het plafond hem verpletterde, stond hij ineens buiten de kamer. “Wat is dit toch?! Ben ik in een film beland?!” “Nee, maar jij kan vrij overstappen van de ene wereld naar de andere; dit is gewoon de zoveelste dimensie parallel aan de jouwe.” De man was weer terug. “Jij! Jij!!! Jij wou mij doden!” Tooidi rende op de man af, maar die stond ineens achter hem. Tooidi besefte dat het geen zin had, dus gaf op. “Wie ben jij en waarom ruïneer je mijn leven?” Ik ben Retseem en ik ruïneer je leven niet; ik bescherm het. Dat plafond was een hologram.” “Dat is nog geen reden om me te ontvoeren!” “Eigenlijk wel… de werelden zijn een beetje aan het instorten omdat de kwaadaardige heer Golroo een of ander vernietigingsmachientje heeft. Jij bent de enige die hem kan verslaan. Hij zit in de meest donkere dimensie; zoek hem zelf maar. De enige manier waarop je hem kan verslaan is door…” Verder kwam Retseem niet. Lelijke wezens van steen, golems, kwamen de kamer binnen. Ze grepen Retseem en namen hem mee. “Heb ik weer,” zei Tooidi.

Tooidi probeerde naar een andere dimensie te gaan, maar dat lukte niet. Toen ging hij het huis maar doorzoeken. Het huis stelde niks voor. Er waren drie kamers, waarvan Tooidi er in één had vastgezeten en in één was Retseem ontvoerd. In de laatste kamer waren boekenkasten. Heel veel boekenkasten. Eén boek wilde gepakt worden, zo graag, dat het viel. Tooidi pakte het op. “‘Geheimen van de Kunst der Dimensiereizen’, dat kan helpen.” Hij pakte het boek en begon te lezen. De taal was onbekend, maar op de een of andere manier kon hij het lezen. Het boek bevatte weinig tekst. Maar die tekst hielp Tooidi met reizen, waardoor hij nu tussen dimensies kon reizen. Hij probeerde eens wat en kwam uit in een dimensie die een beetje leek alsof die te lang in de zon had gelegen.

Een rode steen met armen en benen kwam aanlopen en gaf hem een zwaard. “Ik vecht niet tegen weerloze tegenstanders.” Toen begon de steen hem in elkaar te slaan. “Au! Hou op! Stop! Help!” Het hielp niets. De steen bleef hem slaan en waar de steen hem raakte, begon hij te veranderen in steen. Toen de steen klaar was, was alleen Tooidi’s hoofd nog vlees, de rest was steen. Tooidi kreunde. “Waarom overkomt alles mij?” Hij probeerde een stuk te lopen, maar zijn lichaam was te zwaar. Toen probeerde hij te teleporteren naar een andere dimensie. Hij kwam in een dimensie die leek op de lente op Aarde: blij, vrolijk, bloemetjes en bijtjes, alles.

Er kwam iemand aanlopen. Toen ze hem zag schreeuwde ze: “Mam, kom eens kijken!” Een vrouw kwam aanrennen. “En wie mag jij dan wel zijn?” vroeg ze aan Tooidi. “Tooidi. Kunt u me helpen? Ik kan niet echt bewegen.” “Natuurlijk kan ik niet helpen. Ga maar naar Golroo. Die kan je wel helpen.” “Wie is toch die Golroo waar iedereen het steeds over heeft?” “Een lelijke heer die eruitziet alsof hij in een emmer lava is gesprongen en dat heeft overleeft. Ze zeggen dat hij dat echt heeft gedaan, maar ja, wie kun je nog geloven in deze tijd?” “Geen idee. Zeg, die

Golroo-kerel, is die aardig?” “Nou, hij is prikkelbaar en heeft een kort lontje. Als hij in een goede bui is!” voegde ze eraan toe. “Mijn dochter gaat wel met je mee.” “Ik begin steeds meer te denken dat niemand me meer mag,” zei Tooidi. “Kom op, we gaan. Ik ben trouwens Efeil,” zei het meisje. “Ik kan niet echt bepalen waar ik uitkom, en ik kan niet bewegen.” “Geen probleem, je kan vliegen, en ik kan je naar een bepaalde plek laten reizen, alhoewel ik zelf niet kan reizen.” “Kan ik vliegen?! Waarom weet ik dat niet?” “Omdat je dat pas sinds een minuut kan. Mijn moeder heeft het je geleerd. Kom op, we gaan.” Tooidi ging weer reizen, deze keer samen met Efeil. Efeil stuurde hen naar een extreem donkere dimensie met een groot kasteel. “Moeten we daar naar binnen?” vroeg Tooidi. “Ja,” zei Efeil. Ze vlogen op de poort af, en die ging tot hun verbazing open! Ze liepen naar binnen, en de poort viel achter ze dicht. Ze werden vastgegrepen door bewakers en naar een troonzaal gebracht. Op de troon zat Golroo. De beschrijving klopte precies. Hij was lelijk. “Mag ik weer mens worden?” vroeg Tooidi. “Idioot! Niemand praat eerder dan ik. Dood hem!” Tooidi werd in een cel gegooid, waar Retseem ook was. “Via deze gang kom je uit achter in Golroo’s troonzaal. Dood hem. Geen vragen!” Tooidi vloog door de verborgen gang. Daarna gooide hij een gooi-en-bijt-beest op Golro. Handig, die dingen. Golroo werd bewerkt door het beest. Er bleef alleen een skelet over. “Goed zo!” zei Efeil. Ik hield het niet langer uit met hem, hij stinkt.” Tooidi ramde het vernietigingsmachientje kapot, waardoor hij, de werelden had gered.

Samen met Efeil werd hij steenoud.

Ontwerp door Willem Verweijen