Wees Niet Bang - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Wees Niet Bang - Mijn Kort Verhaal

Jordy Severein

15 jaar - VWO+

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Jordy Severein (15 jaar)

? stemmen

Wees Niet Bang

Wees Niet Bang

“Jonge, sta dan op”. David, de grootste pestkop van de wereld, stond klaar om me weer te slaan. “Wat is hij een mietje zeg.” “Ik kan toch niet opstaan als jij mij continu slaat, of wel dan?” Ik mag dan wel bang zijn, maar waarom word ik continu gepest, dacht ik. Echt, als ik het lef had, dan lag hij nu al op de grond. Waarom moet die David mij hebben? “David, rot op.” Yes, gered, dacht ik. Ik zag Jesse, mijn enige vriend, aanlopen op t pleintje. “Je hebt geluk met je vriendje, ik pak jou nog wel.” “David, ik hoor je wel, als je problemen wil moet je het zeggen.” Oh god wat ben ik blij dat ik de sterkste vriend van de wereld heb. “Nee, wij gaan al weg, boys, kom mee.” David lijkt best veel op mij, qua uiterlijk dan. Hij heeft blauwe ogen en zwarte haren. Anders dan ik is hij breed gebouwd, heeft hij veel spieren en is hij gigantisch. Ik ben zelf best groot, maar niet zo groot als hij. “kom man, dan gaan we naar het centrum”, zei Jesse.

We waren onderweg naar het centrum, maar er was iets. Ja, ik ben een schijterd, maar dit was geen angst. Ik had het gevoel alsof ik hier niet naartoe moest gaan. Mijn gedachte werd onderbroken. “Liam, let op!” Shit, “Sorry meneer”. Ik was zo diep in gedachten dat ik bijna tegen iemand opreed. We zijn er. Het winkelcentrum. “Zo waar wil je gaan kijken?”, vroeg Jesse. Ik wilde eigenlijk niet winkelen, je weet wel, met het onderbuikgevoel. “Laten we naar de snoepwinkel gaan.” Als er vandaag toch iets zal gebeuren, dan maar met een volle maag. “Wat jij wilt”, zegt Jesse. We liepen naar binnen en we praatten over wat we zouden kopen. “Chocolade is mijn ding vriend.”, zei Jesse. Ikzelf ben meer een jongen van de gummibeertjes, dat was ook mijn reactie. We liepen naar binnen en nog geen seconde later hoorden we een alarm, gevolgd door een kalme stem: “Er is brand in het gebouw, zoek de dichtstbijzijnde uitgang en blijf onder alle omstandigheden kalm.” Niet iedereen bleek te luisteren. Iedereen rende in paniek naar de uitgangen. Er waren helaas maar 2 uitgangen. We zagen nergens brand dichtbij, dus we besloten te wachten tot het merendeel van de mensen naar buiten was gegaan. Blijkbaar waren we niet de enige die dat dachten. Er stonden nog 5 mensen bij ons. Een knappe vrouw met lange blonde haren, een jongen en een meisje hand in hand, ik schatte van dezelfde leeftijd en 2 doorsnee mannen. Allebei in pak met een klein baardje. Ik keek om me heen. Er was niemand meer. Maar wat me opviel, er was nergens een brand te bekennen. Er waren geen tekens van rook of vuur. “Jesse, kom man, ik vertrouw dit niet.” Jesse dacht dat ik weer bang was. “Jonge, je bent echt veel te bang.” Ik antwoorde daarop: “kom nou maar gewoon.”

We liepen naar de uitgang. Vlak voordat we uit het winkelcentrum wilden lopen gingen de deuren dicht. Het waren van die rolluiken die je ook bij gesloten winkels ziet. Hij klapte dicht. Iemand merkte dat te laat. Ik had nu iets gezien wat ik never nooit zal vergeten. Een van de mannen in pakken zat op zijn mobiel en zag de uitgang niet. Hij liep door en de deur scheidde zijn hoofd van zijn lichaam. Daar lag een hoofd. Het hoofd keek me aan, het staarde naar me. Je zag geen licht meer in de ogen. Ik kreeg een angstig gevoel van binnen. Een paar seconden was het stil. Toen kwamen er 2 geluiden ter gelijke tijd. De jonge vrouw schreeuwde en de deur aan de andere kant ging ook dicht. Dit kon geen toeval zijn. Ik zei tegen Jesse: “Dit is niet goed man.” Jesse antwoordde niet. Hij staarde alleen naar het afgehakte hoofd. Al mijn haren gingen overeind staan toen ik een fluisterstem hoorde. Het was in mijn hoofd. Het deed pijn. Kom naar voren. Laat jezelf zien in het herentoilet op verdieping 2. Toen hij dat zei, ging ik dood vanbinnen. Fuck, daar is precies een jaar terug om 12 uur iemand brutaal vermoord, er was niks meer van de man over. De politie had geen idee gehad wie de dader was. Geen bewijs. De stem kwam weer. Elk kwartier vermoord ik iemand als jij niet komt opdagen. Ik keek om me heen. De mensen keken me aan. Nu besefte ik dat ik op de grond was gevallen. Ik keek nogmaals om me heen. Mijn oog viel op een man op de eerste verdieping, ik zag dat de man een capuchon droeg en dat zijn rode ogen me aankeken. Hij had op de plek waar zijn gezicht zou moeten zitten, een zwarte waas. Ik vertelde aan de mensen over wat ik had meegemaakt. Ze geloofden me niet. “What the …” De blondine wees naar een loopbrug die in het winkelcentrum. Daar hing de andere man. Zijn ogen eruit gekrast en hij hing aan een twee touwen aan zijn armen. In zijn buik stond gekerfd: “het eerste kwartier is om.” Jesse fluisterde: “iedereen verstop je in die kledingwinkel! Ik ging achter de toonbank zitten. Een kwartier lang wachtte ik vol spanning af. Toen hoorden we voetstappen. Wat gebeurt er?! De kamer vulde zich met mist op de grond. Ik hoorde een krijs, met mijn hart bonkend in mijn keel, ik zag een schaduw. Ik kreeg een onbehagelijk gevoel. De schaduw naderde. Toen hij bijna bij me was, loste hij op. Ik stond op. Daar lag het jonge stijl hetzelfde erbij als de man. Maar nu stond er: mijn geduld raakt op! Ik moest iets doen. Ik voelde het, ik mag geen watje meer zijn! Ik stormde naar het toilet, ik deed de deur langzaam open. Ik zag hem daar staan, die gruwel. Ik zag mijn leven voorbij gaan. Ik zag iets , hij is geen mens. Hij was een poltergeist.

Ontwerp door Willem Verweijen