Weer vrij - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Weer vrij - Mijn Kort Verhaal

Emma van Swaaij

15 jaar - (t)vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Emma van Swaaij (15 jaar)

? stemmen

Weer vrij

Het is nacht. Een klein straaltje licht sijpelt door het kleine raampje naar binnen. Het meisje kijkt omhoog, naar het plafond. Hoe lang heeft ze hier wel niet naar het plafond gestaard? Hoeveel dagen heeft ze hier wel niet doorgebracht? Ze weet het niet eens meer. Het enige wat ze weet, is dat ze over een paar dagen vrij zal zijn. Vrij! Vrij! Hoe lang geleden is het wel niet dat ze onbezorgd door de bossen rende, met haar vriend, opzoek naar zeldzame vogeleieren? Hoe lang geleden is het wel niet dat ze zo zorgeloos en vrij zwom in het meertje bij haar huis, of karpers probeerde te vangen met haar blote handen? Het lijkt wel een ander leven. Ooo wat verlangt ze toch naar vroeger! Toen alles nog fijn was. Voordat het ongeluk was gebeurd. Ze verlangt zo erg naar vroeger, dat de pijn in haar borst bijna ondraaglijk wordt. Het ongeluk… Elke dag wenst ze dat het nooit gebeurd was. Maar het verleden kun je niet meer veranderen. Het was een nacht, zoals elk ander nacht. Maar die nacht was toch zo anders, dat het haar hele leven op zijn kop had gezet… Het meisje kan niet slapen. Ze is al meerdere keren sinds haar gevangenschap in de buitenwereld geweest, maar toch maakt de gedachte haar onzeker . Wat moet ze doen als ze vrij is? Ze weet het echt echt niet! Ze kan niet slapen. Ze staat op en begint rondjes te lopen en te tellen, iets wat ze altijd doet als ze niet kan slapen. Een, twee, drie, vier, vijf, zes,  Ze blijft nog een hele tijd rondlopen, maar valt dan uiteindelijk doodmoe in slaap.

Stap..stap…stap… stap. Langzaam wordt het meisje wakker. Al haar ledematen zijn stroef en koud, en opstaan doet pijn. Ze staat pas net, wanneer de bel gaat: een laag en monotoon geluid dat drie seconden duurt. Twee minuten later, wordt haar deur opengerukt en wordt haar hele cel verlicht. Ze stapt haar cel uit en loopt de lange gang in. Twintig andere mensen sluiten zich aan bij haar rij. Aangekomen in de grote hal pakken ze allemaal een bord terwijl de keukenvrouw eten opdient: gruweltjespap. Er gaat een steek van verdriet door het meisje heen. Sinds haar komst hier, was de keukenvrouw de enige die haar hier welkom liet voelen met een glimlach of een vriendelijke knik, de enige die ze hier gaat missen als ze straks vrij is. Het meisje loopt naar haar plek en eet haar ontbijt. Na het ontbijt is het tijd voor corvee. Ze wil net naar de keuken lopen wanneer de hoofdbewaker achter haar staat. Ooo, wat kijkt hij toch serieus. ‘Meekomen’ brult hij. Onzeker loopt ze achter hem aan. Ze voelt haar knieën knikken van de spanning. Heeft ze een regel overtreden? Krijgt ze nu straf? Ze stoppen bij een van de vele overhoorkamertjes . De man laat haar naar binnen en gaat op de stoel zitten tegenover haar. ‘Je weet dat je binnenkort met verlof gaat?’ vraagt hij wat vriendelijker dan daarnet. ‘Ja’. Het komt er rustiger uit dan ze zich voelt. ‘Binnenkort, is wel erg binnenkort.’ ‘Wat bedoelt u daarmee?’ ‘Wat ik daarmee bedoel,’ zucht hij alsof hij tegen een dom kind praat ‘is dat jij over drie dagen met verlof mag’. Even lijkt het alsof de wereld draait. Ze weet niet wat ze moet zeggen. Een mengeling van blijdschap en onzekerheid vult haar buik. Ze wil wel een gat in de lucht springen, maar doet dat toch maar niet. Dan staat de gevangenisbewaker op en opent de deur voor haar ‘ga nu maar gauw je corvee afmaken’. Rustig loopt ze terug naar de keuken en begint aan haar corvee opdrachten. De ochtend vliegt voorbij. De middag ook, en de avond ook. Maar dan wordt het nacht en dan kruipt de tijd zo vreselijk langzaam! ’ s Nachts heeft ze tijd om te denken. Dan dwalen alle gedachtes door haar hoofd. Uiteindelijk valt ze in slaap, en vliegt ook de nacht voorbij. De volgende dagen, vliegen zoals altijd voorbij, maar toch lijkt het alsof alles anders is. Eindelijk, eindelijk breekt de dag aan waarop ze vrij zal zijn. Die nacht kan ze niet slapen en dwaalt de vraag wat ze straks als ze vrij is moet gaan doen door haar hoofd. Op de ochtend van haar vrijlating, na het ontbijt wordt ze naar het overhoor kamertje gebracht. ‘Je wordt straks vrijgelaten. Mijn collega zal je door de gang begeleiden waar je bij het loket je spulletjes terugkrijgt die we bij je aankomst voor je hebben bewaard. We zullen je na je vrijlating in de gaten houden, maar verder sta je er alleen voor.’ 5 minuten later loopt ze door de gang, op weg naar haar vrijheid, op weg naar een nieuw leven. Bij het loket blijft ze staan. Ze weet nog hoe ze een eeuwigheid geleden hier aankwam en haar spullen af moest staan. Alles zit netjes in een tas die ze met gemengde gevoelens aanneemt. Ze staat bij de deur van het gebouw, en loopt samen met de gevangenisbewaker naar buiten. Bij het hek blijven ze staan. De gevangenisbewaker opent de poort voor haar, en langzaam stapt ze naar buiten. ‘Je bent nu vrij. Maak niet weer de zelfde fouten en geniet van het leven. Onze begeleiders zullen je helpen mocht je dat nodig hebben’ zegt de man met een vriendelijke knik en een knipoog. Ze ademt diep in en uit. Ze weet nog niet wat ze straks met haar leven wil gaan doen, maar nu is ze eindelijk vrij. Zo vrij als een vogel, en ze zal alles eraan doen om van haar gevangenschap naar haar vrijheid een geslaagde overstap te maken.

 

 

 

 

Ontwerp door Willem Verweijen