Vierentwintig uur - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Vierentwintig uur - Mijn Kort Verhaal

Katerina Indesteege

19 jaar - Vergelijkbaar met vwo 6

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Katerina Indesteege (19 jaar)

? stemmen

Vierentwintig uur

“Hallo iedereen”, roepen ze allemaal onovertuigd in de kring.
Ik hou mijn mond dicht. De coördinator van het gesprek zegt dat we wat zelfverzekerder moeten overkomen.
“Dus, heeft iedereen goed gevierd?”, voegt ze eraan toe.
Het boeit me letterlijk niets. De klok slaat twaalf uur. Je scheurt een nieuwe kalender open. Een nieuwe agenda kun je al beginnen krassen met afspraken en plannen voor het nieuwe jaar. Je geeft een kusje aan je moeder. Aan je vader, als je er één hebt. Champagne glazen rinkelen. Mensen lachen en dansen volop, want het feest is pas begonnen. De volgende dag word je wakker, maar niets is veranderd. Ik merk, na een paar minuten lang gevoelloos voor me uit te hebben zitten staren, dat mijn naam geroepen wordt.
“Hoor je me wel! Was het een gezellige avond gisteren?”
Ik forceer de lucht tot in mijn longen en probeer het zo kort mogelijke antwoord in mijn hoofd te formuleren. Ik antwoord vervolgens met ; “Ja, zeker”.

De laatste jaren vier ik de eenendertigste op dezelfde manier. In mijn boxershorts, bedolven door de duisternis van mijn omgeving, op de vierde verdieping ergens in een appartementsblok voor mijn computer. Het diner bestaat uit pizza van de vorige avond, door de magnetron verwarmde frikandellen, cola, chips, en andere halfvolle blikken die er te vinden zijn op de grond of in de koelkast. Om twaalf uur schuifel ik naar het raam. Ik kijk naar het vuurwerk. Ach, laat die mensen maar genieten. Voor hen kondigt het vuurwerk een “nieuwe ik” aan. Ik begin het jaar met een vers opgerolde jointje. Meer heb ik niet nodig.

In de zaal zitten een stuk of vijftien mensen. Een paar alcoholisten, drugsverslaafden waaronder ikzelf en een jonge vrouw. Het is de eerste keer dat ik haar hier zie. Ze straalt vreugde uit, maar haar ogen hebben iets droevigs. Ze praat met de mensen rond zich alsof dit een gezellige bijeenkomst is.

“Ik ben blij dat jullie allemaal zoveel te zeggen hebben vandaag, maar we moeten praten over waarom jullie hier zijn. Neem een plaats.”
De jonge vrouw komt naast me zitten.
“Vandaag beginnen we met Noor. Laten we haar verwelkomen.”
“Welkom Noor”, roept iedereen in een koor.
Ik wrijf met mijn vingers in mijn ogen. Belachelijk. Hier gaan we weer.
Noor vertelt over haar moeder. Die is geneeskundige. Daardoor heeft ze makkelijk toegang tot medicatie. Ze blijft glimlachen maar je ziet haar ogen glinsteren. Met een trillende stem beschrijft ze hoe ze vaker zelfmoord heeft proberen te plegen met pillen. Het zijn allemaal godverdomme mieten.Ik zet mijn hand voor mijn mond want anders barst ik in lachen uit. Het leven is een grote verwachting die alleen maar stenen naar je toe gooit. Een grote grap.

Toen ik dertien was, heb ik mijn moeder bewusteloos in het bad gevonden. Ik kwam terug van school. Het water stroomde nog uit de kraan en het bad was rood. Haar pols hing opengesneden over de rand van het bad en haar gezicht was wit. Ik kon nog net op tijd de spoed bellen. Vier jaar lang heeft ze nog zitten zeiken over een of andere man die weg is gegaan toen ik geboren werd. Mijn zogezegde vader. Toen ik zeventien was, had ze haar zelfmoord origineler gepland. Die dag had ik te horen gekregen dat ik over mocht. Ik kon niet wachten om het nieuws te vertellen. Thuis trof ik mijn moeder zonder polsslag op de keukenvloer. Ik belde weer naar 112. Alleen, dit keer heb ik haar niet kunnen redden. Vanaf dan wilde ik niets meer voelen.

“Dankjewel Noor. Nu nemen we elkaars handen vast en vormen een cirkel”.
Noor neemt mijn hand vast. Ik sla die van mij af.
“Septian, doe eens gezellig mee.”
De gedempte geluiden veranderen in een lange pieptoon.
Ik sta op en schuif Noors stoel bruusk uit mijn weg. Klotewereld. Buiten de zaal schreeuw ik mijn woede uit door mijn gezicht tegen mijn jas te drukken. Ik haal het doorschijnende zakje uit mijn rugzak. Ik neem een velletje en begin de wiet er lomp op te doen. Door mijn trillende handen laat ik de helft ernaast vallen. Noor komt de zaal uit. Ik steek de joint aan en neem een trekje.
“Je hoort dit hier niet te doen”, zegt ze op een uitdagende toon.
Ik adem de rook uit in haar richting.
Ze fronst haar wenkbrauwen en slaat de joint uit mijn handen.
“Waar slaat dat nu weer op!”, zeg ik.
“Wees niet zo een miet”, zegt Noor.
Ze heeft blauwe en roze lokken tussen haar blonde haar. Onder haar petje, waar L.A. op staat, schuilt een diepe blik. Haar ogen staan wijd open en tonen zorgen. Wat wil ze van mij? Ik schud mezelf wakker uit mijn eindeloze denkwereld. De hitte stijgt tot in mijn wangen.
“Dat moet jij zeggen! Heb je ooit gedacht aan de mensen rond je toen je zelfmoord pleegde? Egoïstisch wijf.”
Tranen stromen uit mijn ogen terwijl ik de harde woorden uitspreek.. Ik zak in elkaar op de grond met mijn wang tegen de muur.
“Sta op en doe niet zo zielig”
Ze zegt het met een geïrriteerde stem terwijl ze haar hand naar me toe reikt.
“We hebben allemaal problemen en we zouden allemaal op een moment willen verdwijnen maar dat geeft jou of mij niet het recht om dat te doen!!”
Ik kijk haar met grote ogen aan.
“Jij bent ook egoïstisch! Je leeft nu dagelijks met een gordijn voor je ogen of in een doorschijnende mantel zoals in Harry Potter..Ja, ik weet het ook niet”
Ze lacht waardoor ze putjes krijgt in haar wangen.
Het ruisende geluid, dat ik de grootste tijd van mijn leven hoor, vervaagt.
“Luister. Sinds ik hier ben aangekomen heb je niets anders gedaan dan voor je uit zitten staren. Ik probeerde jou iets te vertellen want ik wist wat je dacht. Jij, met je dikke ego, negeert me dan gewoon. Dus ja, ik ben egoïstisch geweest maar ik kan er nu nog iets aan veranderen. Jij kunt dat ook”
Het is alsof ze me uit mijn grafkist trekt en door al mijn pijn nog meer naalden steekt om me wakker te schudden uit mijn slaap
“Oké, sta nu op, we gaan”

Ontwerp door Willem Verweijen