VAST - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal VAST - Mijn Kort Verhaal

Emma

19 jaar - VWO 6

5
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Emma (19 jaar)

? stemmen

VAST

1940 – Parijs

Ik word wakker door het koude water dat in mijn gezicht wordt gegooid. Kreunend hef ik mijn hoofd en open mijn opgezwollen ogen. Het brede gezicht van Eerste Luitenant Hoffschauer daagt langzaam op.

“Hou je kop, Schwul!” snauwt hij en geeft me een klap met een emmer.

Bijna val ik van mijn stoel maar ze hebben me goed vastgemaakt waardoor ik miserabel aan de stoel hang.

Hoffschauer gaat voor me zitten en zet zijn ellebogen op zijn knieen. Zijn staalgrijze ogen staren me aan en soms glipt er een natte dikke tong langs zijn walgelijke lippen. Bijna huiver ik, zo weerzinwekkend vind ik het, maar ik doe het niet en blijf hem in de ogen kijken. Hij wil me breken. Ik zet me met veel moeite weer goed op de stoel en kijk hem recht in zijn ogen.

Hij grijnst. Uit het niets haalt hij een bundel papieren en begint er doorheen te bladeren.

“Jean Melpville. Geboren 10 februari 1916 in Marseille. 24 jaar oud. Afgestudeerd aan de ’École Polytechnique’ toen je 20 was, als nucléair ingénieur, en meteen naar Amerika verhuisd waar je aan iets “TOP-SECRET” hebt gewerkt.” Hij kijkt op van de stapel. “Nou, je ziet er veel slimmer uit op papier dan in het echt.” Hij lacht hard.

Hij is anders vandaag. Hij lijkt bijna…vrolijk.

“Doe niet alsof je me niet kent, Hoffschauer.”

Hij kijkt me teleurgesteld aan. Dan staat hij zuchtend op.

“Ja, Jean. Wij zijn nu goeie vrienden he?”

Retorische vraag, niet antwoorden.  

Hij loopt rondom me heen. Een twee meter lange stier die alleen wacht op iets roods.

“Twee maanden dat je hier al zit he? Twee maanden geen zonlicht gezien. Alleen, tussen deze..” hij snuift “niet al te modieuze vier muren.”

Ik moet even bijkomen. Twee maanden. Twee maanden geleden was ik nog vrij… en met Eric.

Hij gaat weer voor me zitten en bekijkt weer de stapel.

“Ik moet toegeven, je doet het beter dan ik dacht.”

Ik blijf hem aankijken.

“Opgepakt wegens homosexualiteit. Wie had het gedacht? Je familie niet, vrienden ook niet en zeker niet je leraren. De ontdekking van de eeuw!”

Weer lacht hij hard.

Er is iets duidelijk mis. Hij is tè vrolijk.

“Dat was alles wat we nodig hadden, Jean. Er was geen echte reden om je op te pakken. Gewoon nucléair ingénieur zijn is de doodstraf niet waard, maar een schwul zijn? “ hij glimlacht sluw. “Ik denk dat je eigen vader het niet erg zou hebben gevonden om zelf de trekker over te halen.”

Hij probeert me op stang te jagen. Hij zou moeten weten dat het niet meer lukt. Ik ken dit.

“Niet zo spraakzaam vandaag he? Dan zullen we eens echt beginnen.”

Hij gaat naar de deur en tikt drie keer.

Angst. Ik probeer het te onderdrukken maar het is moeilijk. Adem in, adem uit. Zoals hij al zei, je bent hier al twee maanden. Je bent er al aan gewend.

Wanneer hij terugkomt zijn er drie bijgekomen. Allemaal onder de twintig, blond en ik wed dat ze allemaal blauwe ogen hebben. Ze gaan alle drie om me heen staan en Hoffschauer gaat op zijn plek zitten.

Ik kijk weer naar Hoffschauer en wacht af. Hoffschauer kijkt me geamuseerd aan. Ik zie het in zijn ogen dat hij er zin in heeft. Hij is een sadist, maar er is nog iets. Ik kan mijn vinger er niet opleggen.

Hij schraapt zijn keel en begint.

“Jean, wat heb je gedaan in Amerika?”

Zoals ik nu al twee maanden doe, staar ik hem aan en zwijg.

Hoffschauer glimlacht breed. Hij vindt dit geweldig. Hij kijkt naar de drie jongens en zegt met een spottend hoffelijk handgebaar “bitte”.

Meteen voel ik de pijn. In mijn handen, gezicht, maag en benen. Ja, deze jongens kunnen er wel wat van. Zeker iets wat ze van jongs af aan leren bij de Hitlerjugend.

“Halt!”

Meteen stoppen de klappen en schoppen.  

Ik spuug bloed op de grond en kijk Hoffschauer weer aan.

“Goed getemde honden he?”

“Ik zou willen klappen, maar…”

Een hele tijd kijken we elkaar alleen aan.

“Jean. We weten allebei dat je zo nooit gaat praten. Daar ben je mentaal te sterk voor. Voor mij was dat geen probleem. Je bent de gevangene die het langst met mij heeft overleefd. Maar mijn Kolonel wil jouw geheimen heel graag weten. Dus ik heb zitten werken. En ik heb een paar heel interessante dingen gevonden.” Hij glimlacht en ik kan zijn vieze tanden zien tussen zijn ranzige lippen. Weer floept die tong eruit, langs die lippen en de ogen van de luitenant worden groter. “De reden waarom je terug gekomen bent uit Amerika!”

De wereld stort in en alles wordt wazig. Mijn oren piepen. Het kan niet. Ik wil mijn handen over mijn oren stoppen, maar het lukt niet ik zit vast ik zit vast ik zit vast ik zit VAST.

Door mijn paniek heen hoor ik de lach van Hoffschauer.

“Lieve Jean, we hebben dankzij de poetsvrouw gevonden dat je een vieze Schwul bent, maar niet met wie je het allemaal deed. Je hebt het ons ook nooit verteld. Ik geloofde eerst niet dat het uitmaakte maar toen realiseerde ik me: wat als je partner ook je grote liefde was?”

VastvastvastvastvastvastVAST.

“en toen was het zò makkelijk! Je hebt geen idee. Je was vroeger niet zo voorzichtig he? Die brieven in je bedlaken..” hij schudt zijn hoofd. “te makkelijk. Ik had beter van je verwacht.”

VASTVASTVASTVASTVASTVASTVASTVAST

“Toen was het vinden van je vriendje.” Hij grinnikt. “Hij is heel schattig, ik moet het je toegeven. Eric LaTour.”

Ik schok en tril. Tranen rollen over mijn wangen en gegrom komt uit mijn mond. Eric! Wat doen ze nu met je? ERIC!

“ik haat je” het komt er sissend uit. Ik heb er geen controle over.

Hoffschauer buldert van het lachen.

“Mein Gott! Heb ik je nu al gebroken? Maar er komt meer Jean, zo veel meer!”

Ontwerp door Willem Verweijen