De trein naar geluk - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De trein naar geluk - Mijn Kort Verhaal

Roos Metselaar

19 jaar - Gymnasium

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Roos Metselaar (19 jaar)

? stemmen

De trein naar geluk

Aan het begin van het jaar had ze met zichzelf afgesproken dat ze niet meer bang zou zijn, dat ze van een angsthaas uit zou groeien tot een avonturier en dat ze voortaan alles zou doen om zichzelf gelukkig te maken. Nu voelde ze hoe een brok haar keel afsloot, ervoor zorgde dat haar onderlip eerst zachtjes en vervolgens steeds harder begonnen te trillen en tot slot het water over het randje van haar ooglid probeerde te duwen. Schichtig keek ze om zich heen; dat bleef altijd haar eerste reactie, hoezeer ze ook probeerde zichzelf op te leggen niet te denken aan de mening van een ander. De trein bleef stil op haar nu steeds luider wordende snikken na. Een oudere vrouw die een beetje op haar oma leek keek haar aan, maar draaide vervolgens snel haar hoofd weer weg. De conducteur besloot een keer niet te checken of ze wel betaald had, waarschijnlijk uit angst voor de waterval die uit haar ogen zou komen als bleek dat ze dit niet kon bevestigen. Bodil besloot zich te concentreren op de hand van een wat oudere man, die bij de laatste halte tegenover haar was komen zitten en in een regelmatig tempo zijn duim van zijn wijsvinger naar zijn pink bewoog.

‘Wil je een spelletje spelen?’ Ze schrok van de stem: hees, maar toch helder als kristal. ‘Ik begin wel. Wat is je favoriete boek?’ Met enige twijfel keek ze de man aan. Ze schatte hem ongeveer rond de leeftijd van haar vader, zeker niet jonger dan 40, maar ook niet ouder dan 60. Hij droeg een bruine pantalon met daarboven een iets te sportieve blauwe jas voor zijn outfit. Op de hopeloze blik in zijn ogen na zag hij er zeker niet onbetrouwbaar uit.

‘Nineteen eighty-four.’ In eerste instantie dacht ze dat hij lachte om haar stotterende stem, maar het bleek haar keuze te zijn die hem een glinsterende grijns op zijn gezicht bezorgde. ‘Een echte klassieker’, zei hij, eerder alsof hij onder de indruk was dan spottend zoals zij had verwacht.

‘Oké, de volgende: favoriete kleur.’ Opnieuw verraste zijn stem haar: een veel wijzere klank dan je zou denken bij zo’n gewone man.

‘Donkergroen’, zei ze, haar stem nu iets zelfverzekerder. Een jongen van een jaar of 6 klom op de stoel naast Bodil en dit gaf haar de kans de volgende vraag te bedenken. ‘Favoriete moment.’ Ook deze keuze leek hem te bevallen, net zoals zíjn antwoord háár beviel, een doordacht antwoord zonder twijfel. ‘Dat moet toch zeker het moment zijn waarop ik een huis kocht voor mijn moeder. Een belofte die ik haar had gedaan toen ik ongeveer jouw leeftijd was en die ik altijd wilde nakomen.’ Ze stelde geen vragen; dat had hij bij haar ook niet gedaan en dat vond ze prettig.

Nu was het weer zijn beurt. ‘Favoriete woord.’

‘Favoriete woord?’

‘Inderdaad, favoriete woord.’

‘En het mag alles zijn?’ Haar brein leek over te lopen van mogelijkheden, keuzes die haar vader misschien nooit zou krijgen. Voor het eerst sinds het begin van het spel dacht ze weer aan hem en het was alsof ze plotseling wist wat haar antwoord moest zijn. ‘Gekte.’ Ze voelde het woord over haar lippen rollen en wist het zeker. Dit was het woord.

‘Gekte?’ De man leek dit keer wel een uitleg te willen. Een kleine glimlach verscheen rond Bodil’s lippen. Ze dacht lang na over wat ze zou zeggen en begon vervolgens twijfelachtig: ‘Wist u dat dat woord pas begin jaren ’80 voor het eerst werd gebruikt? U zou het bijna niet geloven: in Sesamstraat! Mijn vader..’ Haar adem stokte. ‘Mijn vader zei altijd dat je gekte je maakte wie je was. Gelooft u me als ik zeg dat hij nu zelf gek is geworden?’ Een gemaakte, wanhopige lach kwam uit haar mond. Direct sprongen de tranen in haar ogen, maar de man bleef stil en wachtte. ‘Hij hoort stemmen in zijn hoofd, slaat soms in het rond van woede, stort soms in van angst. Ik ben zo bang, weet u.’ Toen ze opkeek dacht ze een glinstering in zijn ooghoek te zien. Hij bleef nog even stil. ‘Mijn favoriete woord is “leven”,’ sprak hij vervolgens langzaam, ‘want dat is wat we allemaal doen.’ Hij zag tot zijn opluchting dat dat kleine zinnetje haar tranen droogde.

‘Zullen we samen overstappen op de trein naar geluk?’ vroeg hij met een brede glimlach en iets aan de manier waarop ze op dat moment van de diepe bossen het licht in reden bracht haar hoop.

Ontwerp door Willem Verweijen