Tranen van gif - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Tranen van gif - Mijn Kort Verhaal

Imme Garrelfs

17 jaar - VWO

7
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Imme Garrelfs (17 jaar)

? stemmen

Tranen van gif

Weet je wat het is met huilen? Zodra je begint, is het haast onmogelijk te stoppen. Eén traan ontsnapt en niet veel later zullen er kleine watervalletjes over je wangen stromen. Het is als een soort Domino Dayspel: één blokje valt en de rest volgt in een volledige kettingreactie.

Een aantal jaar geleden klopte ik op de deur. Ik had mijn studie ‘cum laude’ afgerond, al wilde dat bij lange na niet zeggen dat ik hier ook een streepje voor had. Toen ik binnen was, werd ik overal nagestaard. Ik voelde ogen in mijn rug prikken, waar ik ook ging. Een blauw steentje tussen alle gele, dat vraagt om aandacht.

Tegen alle verwachtingen in mocht ik blijven. Het was moeilijk, zeker, maar ik was van plan alles te doen wat ik kon. Van jongs af aan had ik al een liefde voor chemie en het mengen van dingen. Toen ik er op driejarige leeftijd achter kwam dat de verf groen werd als je blauw en geel mengde, had ik het wekenlang over niets anders. Nog wonderbaarlijker was het voor mij om te ontdekken dat er bij het mengen niet altijd een duidelijke verandering te zien is, maar dat er wel degelijk dingen anders zijn dan voorheen.

Al snel kwam ik erachter dat het lastiger was om mijn draai te vinden dan ik in eerste instantie gedacht had. Van de meeste dingen had ik van mijn levensdagen nog nooit gehoord. Woorden als “zuur-basereactie”, “reactievergelijking”, “kankermoslim” en “waterstofbruggen” vlogen me om de oren. Wat ermee bedoeld werd, geen idee. Vallen en weer opstaan. Opnieuw alles opbouwen, op zo’n manier dat de stenen deze keer wel blijven staan.

Bij een kettingreactie is maar een klein zetje nodig om hem op gang te krijgen. Iets simpels als een bordje laten vallen, kan net die trilling veroorzaken die het steentje laat wankelen. “Kijk eens uit je doppen man!” Maar ook om de reactie te stoppen, hoeft er maar één schakel niet op de juiste plek te staan. Eén iemand kan net het verschil maken, voor het laatste steentje omvalt. “Kijk uit met dat spul, bud. Extreem giftig, één druppel kan fataal zijn!”

Sinds die dag was Jaspar er voor me. Hij hielp me met het bouwen van een muur, gaf me het cement dat ik nodig had om de verschillende onderwerpen met elkaar te verbinden en werd zelf één van de onderste stenen. Hij hielp me met de woorden die ik niet begreep en zorgde ervoor dat ik niet te ver achter raakte op de rest.

Niet veel later schalde er een nieuw, onbekend woord door de gangen. Als ik aan Jaspar vroeg wat het betekende, wuifde hij het weg. Zei dat hij het later wel uit zou leggen. Een tijdje ging het zo. Ik stelde vragen, hij vertelde. Mijn beoordelingen schoten omhoog. Het geroep werd niet minder, maar het maakte me niets meer uit. Ze riepen maar, ze kenden mij toch niet.

Toch zat dat ene woord me dwars. Als zelfs Jaspar me het niet wilde vertellen, moest het wel iets heel ergs zijn. Ik bleef aandringen, maar hij gaf altijd hetzelfde antwoord. “Later.”

Langzaam maar zeker werd de onderste steen mijn muur uit geduwd. Jaspar werd afstandelijker met de dag en ik begon geïrriteerd te raken. Hij hield dingen achter, net zoals iedereen. Totdat ik op een dag besloot dat ik er genoeg van had. Wat zou er in hemelsnaam zo erg kunnen zijn dat ik het niet zou mogen weten?

Uiteindelijk kreeg ik mijn antwoord, maar niet van Jaspar. Ik was zelf op onderzoek uitgegaan en had mensen ontmoet die net als ik blauwe steentjes waren. Voor het eerst in tijden voelde ik me weer alsof ik erbij hoorde, een gevoel dat zelfs Jaspar me nooit had kunnen geven. Zij legden me uit wat voor een verschrikkelijk scheldwoord ik dagelijks twintig keer naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Ze leerden me hoe ik al mijn emoties als in het laboratorium kon laten reageren tot één product: pure woede. En man, ik was kwaad. Ziedend. Ik kon er met mijn hoofd niet bij hoe Jaspar dit had kunnen laten gebeuren. Hij wist toch zeker wat er gezegd werd? Hij had er iets aan kunnen doen, het misverstand de wereld uit kunnen helpen!

Voor het eerst zag ik de steentjes niet als mezelf, maar als de anderen. Als ik zou kunnen vallen, waarom zij dan niet? Jaspar had me laten vallen, waarom zou ik hem dan niet een klein zetje kunnen geven. Ja, de onderste steen zou uit mijn muur worden gerukt en misschien zou de muur omvallen, maar mijn vrienden zouden kunnen helpen hem weer op te bouwen. Op een andere, betere manier.

Voordat ik echter de kans kreeg, kwam Jaspar naar me toe, zei dat hij wilde praten. Ik vertelde hem dat ik er geen zin in had, maar hij drong aan. Ik zei dat ik hem niet meer hoefde te zien en hij liep weg: hij liet me achter zonder nog een woord te zeggen.

En op dat moment gleed er een traan vanuit mijn ooghoek over mijn wang. Niet van verdriet, van woede. Een traan van gif.

Ontwerp door Willem Verweijen