Toch? - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Toch? - Mijn Kort Verhaal

Tim

17 jaar - VWO

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Tim (17 jaar)

? stemmen

Toch?

Alleen nog landen. Nog enkele minuten was hij verwijdert van de overgang naar een nieuw leven, een pad van een leven waarvan hij dacht het nooit te bewandelen. Een pad waarvoor hij zou gaan vechten, hij zijn zielsverwanten zou vinden en een pad waar hij zo zou het moeten zijn leven voor zou geven. Zijn moeder waarschuwde hem voor de obstakels dat dit pad zou meenemen, maar zijn god beval het hem. En diep van binnen wou Amir het ook, Toch?

Ik was met Shafiq, Rafi en nog een stuk of 3 andere moslims. Rafi was mijn beste vriend, hij voelde als een broeder we waren allebei 17 en leefden in Den Haag. We waren s ’avonds laat in Den Haag wanneer we Shafiq ontmoette. Shafiq was 23 jaar oud, en handelde in hasj. Rafi en ik vroegen ons af of dat niet in strijd ging met zijn geloof. “Ik handel Hasj, ik gebruik het niet. En verder zijn al mijn zonden binnenkort weer recht geschapen”. En toen vertelde hij ons over zijn idee om naar Syrië te gaan om te vechten. We vonden het allebei niks, we waren gelovig ja, maar zo extremistisch?

Shafiq vertelde ons de vele avonden die volgde over hoe prachtig Syrië wel niet is, dat we daar ons geloof kunnen uiten zoals dat in de koran beschreven staat. Dat als we daar vechten we pas echte moslims zijn, dat vechten de enige manier is om god te eren.

Na een paar van dat soort avonden nam Shafiq ons mee naar een leegstaand pand in de achterban van Den haag. We ontmoette daar jongeren die hun beslissing al hadden gemaakt, die zeker wisten wat ze mogelijk met hun leven gingen doen. Twee moslims stelde zich voor als Youssef en Faraj, zij waren al teruggekeerd uit Syrië, ze waren teruggekomen om nog meer mensen over te halen.

Ik leef geen extreem islamitisch leven. Ja ik doe aan de Ramadan, en ik ga naar de moskee. Maar op school schaam ik me om 5x per dag te bidden en doe dat ook dus niet. Maar ik geloof in god, en ik wou bewijzen dat ik een moslim was. En ik zei ja tegen Shafiq, ik was het niet van plan mijn ouders te vertellen want ze zouden het wel begrijpen.

Maar Rafi was dom. Hij wou zijn kansen in Nederland niet verpesten door naar Syrië te gaan, ik vond het onzin. Er zijn grotere kansen dan vechten voor Allah. Ik probeerde Rafi over te halen, ik vertelde hem dat hij een moslim was, geen Nederlander. Maar toen zei Rafi iets wat pijn deed.
“Ik ben een moslim ja, maar jij als je gaat, kan jezelf geen moslim meer noemen. Dan ben je iemand die denkt in de naam van een god, mensen te mogen vermoorden. Dan ben je geen moslim dan ben je een bezeten gek”.

Ik ging, toch ging ik.

 

Ontwerp door Willem Verweijen