Tijd voor de overstap.....? - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Tijd voor de overstap.....? - Mijn Kort Verhaal

Janiëlle Hoegée

16 jaar - VWO

15
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Janiëlle Hoegée (16 jaar)

? stemmen

Tijd voor de overstap…..?

Gehaast kwam er een verpleegster binnen. Ze controleerde de medicijnen in het kastje en krabbelde wat in de map. Ze lachte verontschuldigend en stak haar hand naar mij op. ‘Dag meneer Bakker!’ Weg was ze weer. Mistroostig staarde ik uit het raam naar buiten. Hoelang is het geleden dat er iemand met mij een praatje heeft gemaakt. Een maand of twee? Of was het drie? De mevrouw van de overkant was bij hem binnen komen vallen met de mededeling dat ze iemand zocht die af en toe op haar kat kon passen. Een week later was ze plotseling overleden. Overdosis medicijnen ingenomen. Hij had geen familie, geen vrienden, helemaal niks. Zijn vrouw was drie jaar geleden overleden en hun huwelijk was altijd kinderloos gebleven. Ik zuchtte en vroeg me voor de zoveelste keer af, waarvoor ik eigenlijk nog leefde. De eenzaamheid vrat aan me. Ik was er klaar mee. ik stond op en liep naar de kast. Pen en papier waren zo gevonden. Met bevende handen schreef ik boven aan TESTAMENT. Na een uur schrijven was mijn pen leeg, was mijn blad vol en waren mijn tranen op. Ik pakte mijn rollator en zocht mijn weg naar beneden, naar de computerhoek. De computer startte langzaam op. Verveel keek ik om me heen. Een oude vrouw had ruzie met haar zoon. Met verhitte hoofden stonden ze tegenover elkaar. Ik draaide me terug naar de computer. Ik opende Google en zocht op euthanasie. Een waslijst met zoekresultaten kwam tevoorschijn.  Ik schreef wat nummers over van levenseindeklinieken. Terwijl de computer afsloot, liep ik weg terug naar mijn eigen huisje. De vrouw en haar zoon hadden nog steeds ruzie. ‘Bemoeial!’ riep de vrouw gefrustreerd. Mens, wees blij dat je nog iemand hebt die om je geeft, dacht ik geprikkeld. Terug op mijn kamer pakt ik de telefoon. Ik draaide op goed geluk het eerste nummer. Een stem vermelde mij dat er nog twee wachtende voor mij waren. Na even wat geduld werd er eindelijk opgenomen. Ik maakte een afspraak voor over een week. Nadat de verbinding aan de andere kant verbroken was, hing ik de telefoon erop. Het leek alsof ik tien kilo zwaarder was geworden.

Vermoeid stapte ik uit de taxi. Mijn handen knepen in de handvaten van mijn rollator. De chauffeur zwaaide mij vriendelijk gedag. Door de draaideur, de lift in naar de tweede verdieping. Ik opende de voordeur en vond daar een brief met de bevestiging van de datum op de mat. De brief kreeg een plaatsje op de kast. Ik voelde me leeg. Waarom was ik nu niet blij? Blij zijn Govert! Dacht ik, maar het enige dat ik voelde was een beklemmend gevoel om mijn hart. Ik was bang voor wat er komen zou. Moe zakte ik op de stoel in de kamer. Ik was bijna ingedommeld, toen ineens de bel ging. Wie zou dat zijn? Ik opende de deur en keek recht in het sprankelende gezicht van een jonge vrouw. ‘Hallo, meneer Bakker! Mag ik even binnenkomen?’ Beduusd opende ik de deur verder voor haar. Ze hing haar jas op aan de kapstok en kwam toen tegenover me zitten. Ze gaf me een hand en stelde zich voor als Jantine. ‘Ik ben bezig met een project ‘adopteer een opa of oma.’ Wij zijn op zoek naar oude mannen en vrouwen die niemand hebben die hun eens af en toe opzoekt’, begon ze enthousiast. ‘Als het klikt tussen een lid van deze organisatie en die man of vrouw dan kun je die man of vrouw adopteren als opa of oma. Ik denk dat het wel gaat klikken tussen ons.’ Nog voor ik iets kon zeggen, ging ze alweer verder. ‘Ik ben Jantine, ben 25 jaar en ben getrouwd met Freek. We hebben een dochtertje van drie, Tessa. Ik doe hier aan mee, omdat ik hoop een opa of oma te krijgen. Ik heb zelf nooit een opa of oma gekend. En u?’ Verwachtingsvol keek ze me aan. Ik slikte en zei toen: ‘Voor mij heen het geen zin, ik leef niet lang meer.’ Ik zag aan haar gezicht dat ze me niet begreep. ‘Euthanasie’, verduidelijkte ik haar. Een droevige trek ging over haar gezicht. Ze dacht na. ‘Mag ik u dan bijstaan in de laatste fase van uw leven?’ vroeg ze, tot mijn verbazing. Er sprongen tranen in haar ogen. Ik vroeg me af of het slim was wat ik nu deed, maar toch knikte ik van ja. Ik mocht haar wel. Met een blijde glimlach om haar mond gaf ze me een hand. ‘Meneer, ik moet nu Tessa van de crèche af halen, maar mag ik vanavond met haar terugkomen?’ Weer knikte ik. Ze pakte haar jas en weg was ze. Goof! Goof! Waar ben je mee bezig. Je maakt die mensen straks kapot, zei een stem in mijn hoofd.

Verterend keek ik naar het meisje op mijn knie. ‘Huup paard!’ riep Tessa. Ik vroeg haar of ze wel eens een echt paard gezien had. Ze knikte trots. Ik zette haar op de grond en pakte een fotoboek uit de keukenla. Na even zoeken had ik de juiste foto gevonden. Ik liet Tessa de foto zien. Het was een foto waar ik als kleine jongen met een paard op stond. ‘Isse opa?’ vroeg ze en ze wees naar ‘kleine ik.’ Ze gaapte verstolen achter haar hand. Haar moeder zag het toch en keek op de klok. ‘Kom Tes, we moeten gaan.’ Tessa gaf haar moeder een hand, samen liepen ze naar het halletje. Ik keek toe hoe haar moeder, haar in haar jasje hielp. Ik hield de deur voor hen open. Van Tessa belandde er een kusje op mijn neus. Samen liepen ze de gang in. Ik zwaaide naar de figuurtjes. Ik sloot de deur en liep naar de telefoon. Ik draaide het nummer van de kliniek. Er werd opgenomen. Ik dacht aan de mensen, die net mijn leven in waren gekomen en zei toen: ‘Kan ik mijn afspraak nog annuleren?’

Ontwerp door Willem Verweijen