The Game - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal The Game - Mijn Kort Verhaal

Marit Brun

17 jaar - VWO

38
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Marit Brun (17 jaar)

? stemmen

The Game

Ik schrok wakker en kwam met een ruk overeind. Ik voelde iets aan mijn been en zag tot mijn opluchting dat het een kat was en ik keek geschrokken om me heen. “Waar ben ik in hemelsnaam beland?” Ik dacht bij mezelf: “Onee Sarah, niet weer hè! Heb je weer teveel gezopen?” Ik dacht terug aan gisteren, want we hadden een te gek feestje. Ik moest even lachen, maar toen bedacht ik mij dat ik al in de trein naar Haarlem had moeten zitten. Toen ik om me heen keek zag ik dat ik in een grasveld lag dat omringd was met bomen. Alles was zo vredig en ontzettend mooi, zelfs de zon scheen en de lucht was koel. Ik besloot weer te gaan liggen en keek naar de wolken. Naast mij in het zonnetje was de kat weer gaan slapen en ook ik viel bijna weer in slaap totdat ik plotseling geschreeuw hoorde. Ik kwam overeind en keek in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ik zag een jongen keihard rennen over het veld. Ik keek goed en wilde weten waarom hij zo hard wegrende. Het leek erop dat hij vluchtte voor iets… maar voor wat? Ik keek nog eens goed en zag dat er een andere jongen achter hem aan rende. Hij droeg een zwart vest en had een mes in zijn hand. Ik vertrouwde het niet en vluchtte achter een boom. De jongen die vluchtte, draaide zich ineens om en trok zijn pistool. “PANG!” En daar lag de jongen met het zwarte vest… dood op de grond. Ik schreeuwde het uit, want Ik wist niet wat is zag. De jongen keek op en liep naar me toe. “GA WEG! BLIJF UIT MIJN BUURT!” schreeuwde ik al huilend. “Ssst rustig! Straks komen de anderen eraan”, fluisterde hij. “Welke anderen?”, vroeg ik verbaast en nog steeds in shock wat ik net had gezien. “De andere mensen die in dit spel zitten natuurlijk, domkop”, zei de jongen. “Waar heb jij het in hemelsnaam over? Waar ben ik? Wie ben jij? En wat heb je zojuist gedaan!?”, vroeg ik al wijzend naar de dode jongen op de grond. “Je bent er niet helemaal bij he? Je zit in een game! Je hebt jezelf nog opgegeven, anders zit je hier niet”, zei hij geïrriteerd. “Luister vriend, ik heb helemaal niets gedaan. Ik ben zojuist wakker geworden daar op het veldje en toen zag ik jou. Je schoot iemand DOOD! WAAROM ZOU IK HIER AAN MEEDOEN?”, schreeuwde ik. De jongen begon uit te leggen: “Come on stresskip, doe rustig aan. Het gaat zo, alle spelers die meedoen, strijden om een pot met geld, veel geld. Om die te kunnen bemachtigen, moet je het spel winnen en dat doe je door als laatste over te blijven”. “Wat is dit nou weer voor spel? Waarom heb je mij nog niet doodgeschoten?”, vroeg ik beangstigend. “Omdat ik wist dat het niet klopte dat jij hier bent… je ging bijna van je stokje”, zei hij lachend, “Het gebeurt zelden dat er een vrouw meedoet”. “Vind je het gek”, mompelde ik. “We moeten hier weg, we zijn hier niet veilig. Ik vind het lastig om te zeggen, maar het ziet er naar uit dat je meedoet met dit spel”, zei hij en draaide zich om. Ik zag het niet, maar ik wist dat hij moest grijnzen. Ik trok wit weg en liep half huilend achter hem aan. “Waarom overkomt mij dit? Wat heb ik gedaan dat ik zo wordt gestraft?”, dacht ik bij mezelf. We liepen het bos in. Na een lange tijd zei hij: “Ik ben Jonah trouwens. Wie ben jij?”. “Ik ben Sarah”, zei ik en hoopte dat hij niet verder ging praten, maar tevergeefs. “Hoe kom je hier op deze plek?”, vroeg hij, “Deze plek is heel moeilijk te bereiken. Het is namelijk een soort afgeschermde koepel”.“Ik heb geen idee. Zoals ik al zei, ik werd wakker op deze plek”, zei ik geïrriteerd. “Uhm… vreemd” was het enige wat hij zei. Na een poosje hoorde we opeens een geluid. “Bukken”, fluisterde hij. We lagen op de grond en hoorde stemmen. Hij keek me aan met een dwingende blik dat ik heel stil moest zijn. Maar het was al te laat, ze hadden ons al gezien. “Kijk eens wat we hier hebben. Hey, Jonah goed gedaan! Je hebt haar meegekregen. We kunnen haar wel gebruiken als afleiding”, zei een andere jongen met een korte broek. Zo te zien was het de leider van groep. “Jonah, wat is dit?!”, vroeg ik boos. “We hebben weer eens een dame in ons spel”, zei een jongen met een pistool in zijn handen. Ik twijfelde geen moment en rende keihard weg en hoorde de kogels langs mijn oren vliegen. Ik rende en rende en rende zo hard als ik kon. Ik had geen idee waar ik heen ging. Na een tijdje durfde ik achterom te kijken en zag dat er niemand achter me was. “Oké Sarah, je hebt een plan nodig”, zei ik tegen mezelf. Ik draaide me om en zie opeens dezelfde jongens voor me staan. “We kunnen geen afleiding gebruiken die steeds wegrent. Geen zorgen, ik doe het snel”, zei hij. Nog net voor ik kon schreeuwen vloog de kogel. “PANG”. Het was stil… en zwart. Ik had het gevoel dat ik werd tegengewerkt, dat gevoel dat je in de auto zit die opeens gaat remmen. Ik schrok weer wakker. Dit keer was ik in een cabine met veel ramen en rijen met stoelen. Ik zat in zo’n stoel en zag hoe mensen de stilstaande cabine uitliepen. Ik kwam weer bij bewustzijn en keek op de klok, 10:30 uur. “SHIT”, dacht ik. En ik rende de trein uit en stond in een menigte van mensen. Ik keek op het bordje waarop stond: U bevindt zich in Haarlem. Een opluchting ging door me heen en ik rende door de mensenmassa. Snel sprong ik de andere trein in. “pff net op tijd de overstap gehaald” zei ik opgelucht. “Ben ik nu even blij met de vertraging van de NS”, dacht ik half lachend bij mezelf. Ik ging zitten met een raar gevoel…. Zo’n gevoel dat je ergens bang voor was, maar dat je niet meer weet voor wat. Ik kwam er maar niet op. Toen kwam de controleur en toen wist ik het! Ik ben vergeten in te checken!

Ontwerp door Willem Verweijen