Teddy - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Teddy - Mijn Kort Verhaal

Helene

20 jaar - vwo

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Helene (20 jaar)

? stemmen

Teddy

Bomen raasden razendsnel voorbij terwijl ik loom naar buiten staarde. Ik gaapte zachtjes toen ik ergens een gedempte knal hoorde. Er klonk een luide piep door de luidsprekers. Iemand sprak de reizigers toe, maar ik luisterde niet. Elke dag reisde ik verder. Verder de wereld in. Mijn beer lag rustig in mijn armen. Teddy was mijn enige waardevolle bezitting die ik nog over had. Ik keek weer naar buiten. De lucht werd langzaam donker. Het was alweer laat aan het worden. Regen spatte zachtjes tegen de ruit en ik keek naar mezelf in de weerspiegeling van het glas. Mijn haar was warrig en mijn kleding zag er vies uit. Dat was te verwachten, aangezien ik dagenlang had gereisd zonder enige vorm van onderhoud. De conducteur verscheen en gaf hem het geld voor het ticket. Naast Teddy was het geld dat ik had meegenomen ook handig. Dankzij het geld kon ik reizen. Ik wist nog steeds niet waar ik heen wilde, maar dat deed er niet toe. Ik was onderweg en dat gaf mij het gevoel dat ik een doel had.

‘’Voelt u zich wel goed, juffrouw?’’ De conducteur keek me vragend en lichtelijk bezorgd aan.

Ik schudde mijn schouders en knikte met een geforceerde glimlach. De conducteur leek het niet te geloven, maar omdat ik hem stug aan bleef staren gaf hij het op. Hij verliet het coupe in stilte. Mijn hoofd draaide zich weer naar het raam toe. In de verte leek licht te branden. De stad was niet zo ver weg meer. Naarmate we de stad naderden leek het licht vreemd te flikkeren. Waren het wel lampen? Er klonk alweer een luide piep door de luidsprekers. Er volgde geen stem. In plaats daarvan klonk er een rare en luide ruis door het coupe. Onwillekeurig trok ik Teddy iets dichter naar me toe. Verschrikt keken mijn ogen naar het licht in de verte. Grote vlammen kleurden de lucht rood en oranje.

‘’Verzet je niet en er zal je niks overkomen. Verzet je en een pijnlijke dood zal volgen.’’ Er klonk een stem achter me.

Mijn lichaam verstijfde. Zwarte vlekken dansten voor mijn ogen, totdat ze mijn gezichtsveld hadden bedekt met duisternis.

*

Mijn handen waren gebonden en mijn mond was dichtgeplakt. Ik krabbelde met moeite overeind. De kamer was donker en muf. Overal om me heen lagen mensen, sommige waren wakker terwijl anderen sliepen. Angst sloop langzaam terug mijn lichaam in toen ik me die avond in de trein herinnerde. Luide knallen schokten door het gebouw.

‘’Wie ben jij?’’ Een oude man naast me keek me nieuwsgierig aan. Zijn baard was groezelig en er zat een mysterieuze vlek op zijn trui.

Mijn schouders haalden zichzelf op. Vol verwachting keek de man naar mij, alsof ik hem het meest geweldige nieuws ooit zou gaan geven. Helaas voor hem kon ik dat niet. Mijn stem deed het niet. Ik kon me niet herinneren of die dat ooit wel had gedaan.

‘’Gaat het wel, meisje?’’ De man keek nu bezorgd.

Alweer haalde ik mijn schouders op. De man keek gefascineerd toe.

‘’Ik ben Thomas.’’ Vertelde de man mij. ‘’Heb je je stem soms verloren?’’

Ik knikte kort en draaide me weg van de man. Ik had geen behoefte aan sociaal contact. Ik moest hier weg. Ik moest verder reizen, maar eerst moest ik Teddy vinden. Zonder Teddy was ik alleen.

‘’Welkom bij de Overstap.’’ Een luide stem galmde door de kamer. ‘’Wij instrueren iedereen om kalm te blijven. Wij willen alleen maar helpen.’’

Een lampje flikkerde aan en ik zag wie er had gesproken. Een jongeman stond in de deuropening. Hij had een geweer in zijn armen. De mensen om me heen mompelden. Iedereen keek argwanend naar het wapen.

‘’Waarom zijn we hier?’’ Dezelfde oude man van eerder, Thomas, stelde de vraag die iedereen te bang was om te stellen.

‘’Jullie zijn hier om het begin van een nieuw tijdperk in te luiden. Binnenkort zullen jullie de nieuwe mensen zijn en de wereld voorzien van betere mensen. Mensen die niet liegen en niet aan geweld doen. Jullie zullen mensen zijn die vol zitten met liefde en vriendschap.’’

Ook deze keer klonk er geroezemoes in het publiek. Ikzelf snapte niet helemaal waar die jongen het over had. Het boeide me ook vrij weinig. Wat andere mensen deden had me nooit veel geïnteresseerd.

‘’Wat is dat voor onzin? Een nieuw tijdperk? Maak dat de kat wijs!’’ Thomas sprak alweer.

De jongen richtte zijn geweer op de man. Voordat iemand kon protesteren, niet dat iemand dat durfde, klonk er een oorverdovende knal door de kamer. De kogel schoot netjes door het hoofd van de oude man. Een dun straaltje bloed sijpelde uit de wond toen de man naar de grond viel.

‘’Zoals jullie nu hebben kunnen zien wordt commentaar niet getolereerd. Volg mij maar en dan zullen jullie liefdevolle levens beginnen.’’ De jongeman leek compleet onaangeroerd door wat hij zojuist had gedaan.

Langzaam kwamen de mensen overeind en ik volgde. Net toen ik de uitgang bereikte hield de jongen me tegen.

‘’Jij bent niet zoals de anderen. Die blik in je ogen herken ik van mijlenver. Jij bent al eerder aan de Overstap ontsnapt.’’ De jongen grinnikte zachtjes. Die lach kwam me vaag bekend voor. ‘’Jij was immers ons eerste proefsubject.’’

Ik probeerde door te lopen. Wat die jongen te zeggen had snapte ik niet. Ik wilde het ook niet snappen. Zijn woorden klonken eng. Wat had die bedoelt met proefsubject?

‘’Niet zo snel.’’ De jongen blokkeerde me met zijn arm. Zijn hand drukte tegen mijn borst. ‘’Heel jammer dat jij niet bent gelukt.’’

Hoewel ik wist dat zijn woorden belangrijk waren, kon ik me niet concentreren. Mijn gedachtes lagen nog altijd bij Teddy.

‘’We hebben je brein teveel aangepast. We probeerden je emoties te controleren en hoewel we daarin slaagden, hebben we niet de juiste emotie versterkt. Het enige wat we bij jou hebben laten zitten is angst. We hebben alle liefde uit je weggehaald. Je houdt nu alleen nog maar van je beer.’’

Ontwerp door Willem Verweijen