Te vroeg voor de overstap.. - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Te vroeg voor de overstap.. - Mijn Kort Verhaal

Carolien 't Hart

19 jaar - MBO

21
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Carolien 't Hart (19 jaar)

? stemmen

Te vroeg voor de overstap..

De wekker gaat; de wekker die het normale van elke dag laat horen. Ik doe mijn ogen open. Ik ben echter te moe om mijn ogen open te houden en val weer in slaap. De slaap die vandaag overheerst in mijn leven, de slaap die het abnormale van de dag in werking zet. De wekker gaat opnieuw, maar ik hoor hem niet. Een halfuur later, komt moeder naar boven en schudt me wakker. Kom.. Kom eruit je moet naar school. Langzaam schrik ik op. Te laat, flits het door m’n hoofd. De werkelijkheid doet me rechtop zitten in bed. Te laat, hetgeen wat vandaag de dag abnormaal onderscheid van normaal. Ik spring uit bed en kleed me zo snel mogelijk aan. Ik eet een boterham en kijk ondertussen snel op de site van de Brusselse metrolijn Maalbeek. Ik heb geluk ik kan de overstap redden, maar dan heb ik de metro van 08.00 uur nodig. De metro die mij op een normale dag op tijd naar school brengt. Ik pak snel m’n tas in, smeer mijn brood en geef mijn moeder en broertje een vluchtige kus. Een kus die zonder aandacht wordt gegeven..

Ik kom met een rood aangelopen gezicht op het metrostation Maalbeek aan. Ik zoek langs de borden om te kijken naar de wijzigingen en tijden van de metro’s. Ik kijk om me heen om te zien hoe laat de metro daadwerkelijk aan zal komen. Het is druk op dit tijdstip. Mensen lopen af en aan. Ergens in de verte lopen drie mannen, die  deze dag moeten opvallen om dat wat er staat te gebeuren, maar niemand die ze echt ziet! Ik zie dat de metro er al aankomt en van helemaal achterin het metrostation steeds een stukje naar voren komt rollen. Nog een paar minuten dan rijdt hij weer weg, dan ben ik te laat. Ik ren alsof m’n leven ervan afhangt. Zo snel als ik kan ren ik over het perron om de metro nog te kunnen halen. Ik moet de metro halen anders haal ik de overstap niet.. En kom ik te laat. Net op tijd kom ik bij de metro aan. Ik zie hoe de metro nog iets verder het perron op rolt. Iets verder om daar even stil te staan en om daarna te vertrekken. Net als elke dag zie ik de metro op deze manier het station binnen rollen. Alleen vandaag op een wat later tijdstip. Een tijdstip die later deze dag te vroeg zou vinden..

Ik sta nog maar net stil bij de metro als er in een flits mensen om me heen in actie komen. Er gaat wat gebeuren! Gillend, rennend, vol angst en paniek zet de mensenmassa zich ineens in beweging. Schreeuwende mensen die de anderen mee willen krijgen. Naar buiten! Mensen rennen weg, weg naar de uitgang, weg van het onheilspellende wat gaat komen. Ik wil wegrennen maar mijn benen lijken niet mee te kunnen. Mijn hand wordt gepakt en ik wordt meegesleurd door een jonge vrouw met een kind op haar arm. Ik kijk achterom nog net kan ik zien hoe de mannen zich verspreiden. En dan gebeurt dat waar iedereen eigenlijk al op rekende. Het moment dat het onheilspellende gebeurt. Het dak! Langzaam maar te snel voor veel mensen komt het dak van het metrostation naar beneden. Het metrostation, dat elke dag mensen ontving om een vertrek- en aankomstpunt voor velen te zijn, wordt nu ontsiert door het dak. Ik wordt nog steeds voortgetrokken door de vrouw. De vrouw die haar leven en dat van haar kind wil wagen om mij te redden. Te redden van hetgeen wat plaats vindt. Angst is in haar ogen te lezen. Er flitsen gedachten door mijn hoofd. Gedachten die me doen beseffen dat ik eigenlijk te vroeg was, te vroeg voor de overstap. En ik ben niet de enige vele mensen met mij zijn te vroeg om de overstap te halen. Ik was letterlijk te laat, maar was figuurlijk veel te vroeg..

De kus, de vluchtige kus zou ik die nog over kunnen doen. De gedachten ontnemen mij, mijn energie die er nog in mij is. Ik kan niet meer; ik ben volkomen uitgeput. Maar de vrouw pakt me nog steviger vast om de uitgang te halen. De uitgang die ons zal redden van de naderende dood. Dan.. Dan gebeurt het: ik wankel en val. De vrouw kan blijven staan en wil mij helpen, maar ik wijs haar uitgestoken arm af. Geen slachtoffers door mij. Ik kijk de vrouw hulpeloos aan alsof mijn ogen willen zeggen ga maar redt je, redt je kind! De vrouw knielt neer haar kind vasthoudend trekt me met nog meer kracht omhoog alsof ze me de kracht wil schenken die in haar lichaam zit. Het geeft me kracht om op te staan. We rennen door, ik nu ook. Elke stap die ik zet geeft me kracht. Kracht om door te gaan. Kracht om de uitgang te halen! Nog een paar meter om de stap te zetten over de laatste hindernis…

Ontwerp door Willem Verweijen