Suikerspin - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Suikerspin - Mijn Kort Verhaal

Vincie van Kerkhof

19 jaar - vwo+

53
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Vincie van Kerkhof (19 jaar)

? stemmen

Suikerspin

Het leek allemaal zo mooi. Te mooi om waar te zijn, misschien. Ik geloofde ooit dat hij net zoveel van mij hield als ik van hem, maar nu zit ik hier. Geblinddoekt in de kelder van een huis. Mijn handen zijn geboeid met een tiewrap en in mijn mond zit een prop papier. Ik voel het ijskoude lemmet van een mes tegen mijn keel schuren.

“Weet je zeker dat je het niet wilt doen, Erianthe?” vraagt hij. Zijn stem klinkt gemeen, maar toch ook wat onzeker. Ik murmel wat. Mijn mond is droog, de prop papier zuigt al het speeksel op. Het geeft een vieze smaak in mijn mond, ik wil wat drinken.
“Wat zeg je?” vraagt hij naar aanleiding van mijn gemurmel.
“Mnmnmnee!” weet ik eruit te persen.
“Je weet het niet zeker?” vraagt hij. ‘Jawel,’ denk ik. Ik weet heel zeker dat ik geen creditcard neem. Zeker niet om die creditcard vervolgens aan hem te moeten geven. Dat is waar het probleem begon. Ik had nooit verwacht dat het zo zou aflopen, dat het misschien wel zo voor mij zou eindigen. Dat dit het laatste is wat ik in mijn korte leven mee zal maken. ‘Nee, stop met zo denken, Erianthe. Je komt hier wel uit, vroeg of laat, levend of dood. Het liefst natuurlijk levend,’ fluister ik mezelf moed in.

Het begon allemaal een paar maanden geleden, toen drie vriendinnen en ik op examenreis naar Lloret de Mar waren. Op ons tripje naar het waterpark Waterworld kwamen we Carmelo tegen. Hij leek zo’n typische, onbereikbare Spaanse jongen, maar na een kort gesprek in ons brakke Engels bleek hij gewoon Nederlands te zijn. Dat was fijn, het communiceerde makkelijker en hij was daardoor toch niet zo onbereikbaar als dat we eerder hadden gedacht. Na een gezellige dag in het waterpark hadden we telefoonnummers uitgewisseld, gelijk diezelfde avond kreeg ik een berichtje van hem. Het klikte tussen ons. Toen we weer terug in Nederland waren, heb ik hem een aantal keer opgezocht. Elke keer had hij een cadeautje voor me, iets waar ik toen niets achter heb gezocht. We kregen een relatie, ik hield van hem en ik dacht dat hij ook van mij hield. Mijn vriendinnen vonden ons superlief samen, maar ze zagen niet wat er gebeurde als er niemand bij was.

Hij werd steeds opdringeriger, hij was niet meer de Carmelo zoals ik hem had leren kennen. Ik was me er alleen nog niet van bewust, totdat hij om een creditcard vroeg. Hij wilde dat ik bij de bank een aanvraag voor een creditcard deed. Ik zag niet in wat ik aan een creditcard zou hebben, dus ik weigerde. Dat is een hele grote fout van mij geweest, ik had moeten toestemmen. Dan had ik nu niet hier gezeten, geblinddoekt op een koude keldervloer met een prop papier in mijn mond en mijn handen geboeid met een snijdende tiewrap. Het heeft wel een voordeel gehad. Ik heb nu door dat er nooit echte liefde is geweest, hij wilde me gewoon afhankelijk van hem maken. Die jongen is net een suikerspin. Hij ziet er vanbuiten lekker en aantrekkelijk uit, maar als je hem eindelijk door hebt, kom je niet snel van hem af. Hij blijft aan je plakken. Misschien ben ik nog op tijd voor een verandering van de situatie, ik wil dit niet langer zo. Dat betekent wel dat ik mee moet gaan werken.

“Doe je het? Vraag je een creditcard aan?” vraagt hij met een hoopvolle stem. Ik knik. Misschien kan ik hier nog wel wegkomen. Als ik doe wat hij zegt, reageert hij hopelijk zoals dat ik verwacht dat hij zal reageren.
“Mooi,” zegt hij, “wil je wat te drinken?” Ik knik voor de derde keer.
“Wwafer gaag,” antwoord ik moeizaam. Mijn mond is zo droog als een woestijn, ik kan wel wat water gebruiken op dit moment. Dan kan ik gelijk die vieze smaak wegspoelen.
“Oké, ik ga even een glaasje water voor je halen. Blijf waar je nu zit, ik ben zo terug!” zegt hij. Zijn voetstappen weergalmen als hij wegloopt. Ik hoor een deur opengaan en weer in het slot vallen. Volgens mij is hij weg. ‘Oké, Erianthe, denk goed na. Wat deden ze ook al weer in dat filmpje om een tiewrap los te krijgen?’ Gelukkig ben ik lenig en heb ik in een snelle beweging mijn handen vanachter mijn rug over mijn hoofd getild. Vanboven mijn hoofd laat ik mijn handen snel naar voren vallen terwijl ik ze probeer te spreiden. Het lukt, de tiewrap schiet los. Snel trek ik de blinddoek voor mijn ogen weg en haal ik het tape van mijn mond. De prop papier spuug ik uit. Bah.

De ruimte is donker, er komt slechts een straaltje licht binnen via een klein raampje. Zachtjes, zodat mijn voetstappen niet in de ruimte echoën, loop ik naar het raampje toe. Het kijkt uit op een klinkerweg. Ik heb geen idee waar ik me bevind, maar één ding is zeker. Deze situatie moet veranderen, ik moet de stap zetten en naar de politie gaan. Op mijn tenen loop ik naar de deur in de andere hoek van de kelder. Ik open de deur voorzichtig en beklim de traptreden die erachter verscholen waren. De trap leidt tot de klinkerweg die ik daarnet door het raampje gezien had.

Plots hoor ik Carmelo schreeuwen: “Erianthe! Waag het niet om weg te gaan!” Ik besef me dat dit het punt is waarop ik niet meer terug kan. Vol adrenaline ren ik naar buiten toe. Carmelo komt achter mij aan. Er klinkt een knal en mijn benen willen niet meer rennen. ‘Dit is het einde, mijn einde,’ denk ik, terwijl ik voorover val. Carmelo stapt over mijn lichaam heen. Ik rol om en kijk naar hem. Het laatste wat ik zie, is hoe hij zijn revolver op mij richt.
“Het is jammer dat onze relatie zo moet eindigen,” zegt hij, terwijl hij de trekker overhaalt. Het schot klinkt en het wordt zwart voor mijn ogen.

Ontwerp door Willem Verweijen