Skater 8 - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Skater 8 - Mijn Kort Verhaal

Gillian Smith

21 jaar - vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Gillian Smith (21 jaar)

? stemmen

Skater 8

Daar lig ik weer. Felle lichten in mijn ogen. Wordt er haast verblind door, maar toch door deze lichten zie ik dingen. Dingen die niet kunnen bestaan. Zoals je alleen in films ziet of in boeken leest. Ze gieren door mijn kop heen. Elke gedachte in mijn hoofd lijkt wel een plaatsje te krijgen. Zou ik daarom zoveel last hebben van hoofdpijn? Is dit de oorzaak, heb ik te veel gedachtes en is daar niet meer genoeg GB voor om op te slaan. Net zoals op mijn camera, maar mijn camera kan makkelijk praten die wist dan gewoon de onzinnige gedachtes. Maar mij lijkt dat niet te lukken. ik kan ze niet verwijderen…. Ze zijn te mooi. Ze maken het leven makkelijker.

“Liam ben je klaar om te beginnen?” Ik zet mijn gitaar op mijn schouder en Jesse telt af “1,2,3” en daar gaan we. Deze ruimte waar wij nu zijn is te gek! Het zit vol muurschilderingen gemaakt door echte profs. Onze muziek galmt door de muren. We zijn nu al bijna twee jaar een band samen. Jesse op de drums, Timo op de keyboard en ik zing terwijl ik speel op mijn elektrische gitaar. Gekregen van mijn oma toen ik mijn eerste optreden had. Zo gaaf dat geluid en dan die kleuren, zo rood en groen. Ze spatten er bijna gewoon van af. De vriendin van Timo heeft te horen gekregen dat er audities zijn om op te mogen treden met SKATER 8. Dat is een van de gaafste bands aller tijde. En natuurlijk doen wij daar aan mee. Als we klaar zijn met spelen ruimen we alles op en gaan naar onze stamkroeg ‘LinkeSound’. “Nou als het zo klinkt als net, dan moeten we gewoon winnen meiden!” zegt Jesse, maar Jesse denkt echt dat we top zijn, maar ik weet dat we nog zo veel moeten oefenen. Het moet gewoon perfect zijn.

Daar wacht ik dan met mijn ouders. Het is stil en koud. Rillingen voel ik door mijn lichaam heen. Zou het dan eindelijk zo zjin dat ze het weten? Hebben dan al die pijnlijke en giftige stiffen die ik moest slikken dan toch geholpen om er achter te komen? Ze lopen één voor één langs mij heen. Niks zeggend. Gewoon alleen maar lopen doen ze. Zouden ze het weten en niet willen vertellen wat er is, is het zo erg? Ze kijken allemaal zo angstig om zich heen. Ik ben toch geen monster. Volgens mijn moeder ben ik juist een hele lieve knappe jongen. Als ze mij zou moeten beschrijven ben ik spontaan, gek, hilarisch en muzikaal. Dat alles stop je in een blond harige, bruin ogende, gespierde jongen…. en dan heb je mij. Gek om zo over jezelf te praten. Iedereen ziet je toch wel anders dan je jezelf ziet.

We lopen weg van “LinkeSound”. We zijn straal bezopen als maar kan. Ineens is het daar. Het licht zo fel. Mijn ogen doen er pijn van. Ik hoor gegil of ben ik het zelf? Ik wil rennen maar kan geen kant op. Mijn benen zijn zo zwaar als twee sumoworstelaars. Ze trekken mij naar benenden. Ik hoor de stemmen van Timo en Jesse. Ze weten niet wat ze moeten doen! En zijn bang. Ik hoor meer stemmen om mij heen. Dan opeens voel ik één heel zachte hand. Met een stem zo lief en teder en het enige waar ik mij nu op focus is die stem en die hand.

Ik kijk op de klok, toen voor drie is het nu. Kijk weer terug naar de vloer. Grijs met oranje stippen. Dan opeens hoor ik mijn stem, in de verre galmen. Maar dat kan niet mijn mond zit dichtgesnoerd. Ik verlang naar mijn gitaar. Ik wil zijn snaren voelen tegen mijn vingers. De klanken maken mij tot een bijzonder mens. Wat zou ik zijn zonder mijn gitaar? Helemaal niets waarschijnlijk. Ik zou een muurbloem zijn vast geketend op een stoel. Niets vermoedelijk zouden mijn vrienden mij voorbij lopen. Ze kennen mij namelijk niet. Niets vermoedend word ik een opblaaspop vast gespeld aan een stoel.

Het huilt, zachtjes voel ik druppels op mijn T-shirt vallen. Gierende geluiden komen steeds dichterbij. “Opzij, Opzij!” wordt er geroepen. Ik voel mensen aan mijn armen zitten. Langzamerhand wordt ik opgetild. Meegevoerd naar een onbekende plek. De zachte en tedere stem vraagt of ze mee mag. De hele rit voel ik haar hand in de mijne. Ze piekert en vertelt zulke mooie verhalen. Het licht dat ik zie wordt mooier door haar aanwezigheid. Mijn geheugen draft op hol. Opzoek naar antwoorden. Maar het lijkt wel of het weg is. Meegenomen door een zwerm zeemeeuwen. Dan opeens voel ik de hand uit mijn hand verdwijnen. Dan voel ik een steek in mijn arm, ik wil bewegen maar mijn hand reageert niet. Ik voel een prik, ze duwen……

Ik sta op. Loop weg, op weg naar mijn doel. Lopend door de gang. Twijfelend of dit wel zo goed is om te doen. Daar sta ik midden in de deuropening. Ze staat daar zo mooi, het silhouet van een engel. Haar haren lijken wel te zweven. Dit is wat ik zocht. Dit is de rust die mij nooit zal verlaten. Ze ziet mij en rent op me af. We knuffelen, we zoenen en pakken elkaars hand en lopen weg. Timo en Jesse lachen als we aan komen lopen. “Dat jullie elkaar hebben gevonden is een wonder!” zegt Timo met een grijns. We lopen weg, op weg naar onze eindbestemming, SKATER 8 is waar wij thuis horen.

 

 

Ontwerp door Willem Verweijen