Psycholoog - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Psycholoog - Mijn Kort Verhaal

Suze Dona

13 jaar - VWO TTO gymnasium

551
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Suze Dona (13 jaar)

? stemmen

Psycholoog

Ik heb groene sokken aan in mijn zwarte lakschoenen. Mijn sokken gaan over in een donkerblauwe broek en een geel truitje. Het past niet helemaal bij elkaar, maar veel tijd besteed ik ook niet meer aan kleding. Ik besteed eigenlijk nergens meer echt tijd aan. Maar toch gaan de dagen voorbij, raar hè. Het staat in mijn boekje met dingen die ik nog uit moet zoeken, waarom de dagen voorbijgaan en hoe het kan dat ik het nauwelijks merk. Ook moet ik nog uitzoeken waar mijn broer is en waarom mama dood is. Als mama tenminste echt dood is. Iedereen zegt het, maar ik heb het niet zien gebeuren en ik heb haar ook niet in een kist zien liggen. Ik heb wel een kist gezien, maar misschien was die wel leeg, wie weet.
Ik tik met mijn schoenen tegen elkaar. Deze had oma gekocht voor de begrafenis, maar ik ben een beetje dwars, ik had ze lekker niet aangedaan. Op de begrafenis schitterde ik met mooie gele schoenen, de eerste aankoop die ik had gedaan met de erfenis. Misschien is mama dan toch echt dood, anders had ik die erfenis nooit gekregen. Tik tik tik, doen mijn schoenen.
‘Hallo, Ditte.’
Ik schrik op. Dezelfde mevrouw als elke week komt binnen met een map. Mijn map. Mijn foto en naam zijn erop geplakt, maar de foto is oud, ik ben daar nog maar negen of zoiets. Geen flauw idee hoe ze daaraan komt. En mijn naam is fout geschreven; Dite. Iewl.
‘Hallo’, mompel ik terug. Nog steeds naar mijn tikkende schoenen kijkend.
‘Hoe gaat het vandaag?’ Haar stem schiet door de ruimte, dwars door mijn hoofd heen. Snel kijk ik achter me, hoeveel schade haar stem heeft aangericht. Het raam klappert even en de gordijnen wiegen, terwijl het raam niet open is. De oude man op het schilderij kijkt nog iets treuriger dan dat hij al keek. Ik grinnik in mezelf.
‘Oh, wat geweldig, je lacht! Mag ik weten wat er grappig was? Dan kan ik dat even opschrijven.’ Ze gaat zitten achter het bureau.
‘Jij,’ zeg ik, ik kijk haar nu wel recht aan.
‘Oh, oké,’ ze glimlacht scheef. ‘Wat is er grappig aan me?’
‘De gordijnen wiegen, het raam klappert en de meneer op het schilderij is zich dood aan het ergeren. Allemaal door jouw, uhh, stem.’
Ze is duidelijk uit het veld geslagen. Haar mondhoeken staan omlaag, maar gaan daarna weer omhoog. Ze lacht opeens heel hard. Ik vraag me af of het echt is, ze lacht anders wel heel raar. ‘Grappig’, zegt ze. ‘Grappig. Nog nooit heeft iemand tegen me gezegd dat mijn stem dingen laat bewegen, of dat ik grappig ben.’ Ze grinnikt nog een beetje na.
‘Zelfs uw man niet?’ vraag ik.
‘Mijn man’, ze grinnikt weer, ‘heeft dat schilderij gemaakt. Met die vrouw erop.’ Ik weet niet welk schilderij ze bedoelt, maar dat ziet ze aan m’n gezicht. Ze is niet voor niets een psycholoog.
‘Dat schilderij achter je. Het is niet en man, maar een vrouw.’
Met grote ogen kijk ik achterom. Het lijkt echt niet op een vrouw, het heeft bijna een baard.
‘Oh’, zeg ik alleen maar.
Psycholoog Marie klapt mijn map open. ‘Maar we hebben nu wel genoeg gekletst Ditte, we moeten verder.’
Ik zucht en schuif nog een beetje dieper weg in mijn stoel. Marie gaat onverstoord verder.
‘Op de planning staat vandaag De Overstap. We gaan vanaf vandaag dus echt alle veranderingen en verbeteringen die we samen willen maken, invoeren.’
‘Volgens mij moet ik die veranderingen en verbeteringen toch echt alleen gaan maken. Er is helemaal niks we aan.’
‘Ditte, dat kan je alleen. En ik ben er als iets niet lukt.’
‘Ik ga eerder naar mijn vader dan naar jou.’
‘Dat is ook helemaal goed! Als het maar lukt.’ Ze stopt even. ‘Dus, vandaag noemen we De Overstap. Als je straks thuis bent ga je die zwarte schoenen uitdoen en de gele aantrekken. Ook ga je naar de kapper en je gaat morgen naar school. De kinderen zullen raar kijken, maar wat hebben we geleerd?’
‘Jezus, ik ben geen klein kind meer. Ik weet wat De Overstap is.’
‘Ditte, werk alsjeblieft even mee. De Overstap is echt heel belangrijk voor je. Op het moment doe je niks anders dan in je hoofd praten, en gedichten schrijven. Dat gedichten schrijven is natuurlijk geweldig, maar er is werk aan de winkel. Vier maanden niet naar school is te lang, zelfs als je moeder is overleden. En dit hadden we afgesproken, morgen ga je weer naar school.’
Nors kijk ik voor me uit. Al die kinderen willen vast alles weten over mama. En ik wil niks vertellen.
‘Ditte, je hebt het nodig.’
Ik kijk weer achterom naar het oude mens (of het nou een man of vrouw is) in het schilderij. Het oude mensje zit alleen op een bankje en lijkt diep ongelukkig. Waarom hangen ze dit nou in zo’n gebouw? Om het nog sneuer te maken?
Opeens maak ik een besluit. Ik ga niet zo eindigen als dat oude mensje. Wat er dan ook gebeurt, niet zo.
‘Ditte, als we tijd overhebben gaan we morgen een nieuwe foto maken voor op je map, en vandaag nog een nieuwe stikker met je naam kopen. Oké? Maar dan moet je wel even meewerken.’
Ik ga meewerken aan De Overstap. Misschien helpt het, want ik weet ook wel dat het zo niet verder kan.
Misschien heeft dat lelijke schilderij dan toch nog iets goeds gedaan.

Ontwerp door Willem Verweijen