Pas op de plaats - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Pas op de plaats - Mijn Kort Verhaal

Corine Rouwenhorst

19 jaar - vwo

21
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Corine Rouwenhorst (19 jaar)

? stemmen

Pas op de plaats

Geruisloos betreed ik de ruimte, die bedekt is door een sluimer van vergankelijkheid. Met mijn ogen volg ik mijn blote voeten die zich als pionnen voortbewegen over het schaakbord-aandoende tegelpatroon. Zodra mijn voetzool contact maakt met het koude oppervlak, trekt een ijzige rilling door mijn ruggenmerg. Vluchtig schik ik mij in de laaggeplaatste armstoel die in de hoek van het vertrek is opgesteld. Ik trek mijn benen op en vouw ze met een soepele beweging in de kleermakerszit, waarbij het rieten zitvlak weerbarstig kermt. Daarna herleeft weer die onherroepelijke stilte. Muziek. Ik wil muziek horen. Met een uitgestrekte rechterarm weet ik nog net het deurtje van de ingebouwde wandkast los te trekken. Terwijl mijn vingers het aan-knopje van de radio zoeken, glijden mijn ogen door de kille kamer. Naast mij staat een verdorde kamerplant verscholen achter een waas van spinnenwebben,  alsof de spinnen mij het troosteloze aanzicht willen besparen. Tegen een wand met gapende scheuren is een verheven kabinet opgesteld, met zijn dikke eikenhouten deuren niets van zijn inhoud prijsgevend. Wanneer de geluidstrillingen langzaam hun uitweg vinden door de stoffige luidsprekers, vangt een verstild portret prijkend boven de schouw mijn blik. Vier zorgelijke ogen staren mij indringend aan. Zonder ook maar enig moment hun blik los te laten, wip ik mijzelf omhoog uit de stoel en ga recht voor de haard staan. Het zijn een man en een vrouw. Met een ernstig gezicht kijken ze in de lens en wachten het moment af dat de fotograaf hun een goedkeurend seintje geeft. De man, zichtbaar kalend, met licht naar voren staande oorschelpen, heeft rondom zijn ogen diepe groeven in het gezicht en weet met moeite zijn bovenste oogleden op te beuren. De vrouw, haar haren verbergend onder een knipmutsje, dat door haar geplooide strook aan de voorzijde perfect de ronde gezichtsvorm accentueert, staart met appelwangetjes en hangende mondhoeken bekommerd maar tevreden voor zich uit. Mijn betovergrootouders. De eerste generatie Rouwenhorst die dit huis bewoond heeft, die deze ruimte meermaals doorkruist heeft. Onbevattelijk eigenlijk, dat zij hier een eeuw geleden vol in het leven stonden en dat ik, de vijfde generatie alweer, nu alhier rondloop. Op de achtergrond van de foto is een gedeelte van een raam zichtbaar. Door de vitrage die ervoor hangt, ben ik niet in staat naar binnen te gluren, een kijkje te nemen in hun huishouden. Maar hetgeen dat stukje kant op de beeltenis verborgen weet te houden, kan ik nu in zijn volledigheid waarnemen. Ik draai me om en kijk door datzelfde raam uit over de weilanden, waar zwartbonte koeien opdoemen uit de ochtendmist. Met dat vee waren zij dus hele dagen in de weer, enkel en alleen om te zorgen dat er brood op de plank kwam.

Metselaar en timmerman was hij, deze Bart Rouwenhorst, die zijn vakmanschap toepaste om hier in het Lochemer Veen een eigen bestaan op te bouwen. Dit stukje architectuur, een ontwerp van zijn hand, is nu onze woonboerderij. Met zijn vijven bewonen we het gehele huis. Het deel, waar voorheen koeien opgesteld stonden, is omgebouwd tot woonkamer. De slaapvertrekken bevinden zich op de voormalige hooizolder en in de huidige keuken stonden eerder de volle melkbussen. Best gek, als je erbij stilstaat wat zich op zo’n plek door de jaren heen allemaal heeft afgespeeld. Toen het fundament van ons huis nog maar net gelegd was, leefden er maar liefst elf mensen in het voorhuis. Zij hebben hun tijd doorgebracht is deze kamer, de grote kök’n, grote keuken, zoals mijn oma hem altijd noemt. Elf personen! En dat liep hier rond. Onvoorstelbaar. Wat zouden zij op zo’n dag als vandaag gedaan hebben? Waarschijnlijk moesten ze ieder hun bijdrage leveren op de boerderij en het gezinsleven draaiende zien te houden. Niets geen quality time, aan de bak! En die actieve werkhouding, in dienst van boerderij, is generatie op generatie doorgegeven. Ze konden ook niet anders. Hoe wil je namelijk zien rond te komen? Hoe wil je je gezin voeden? Hoe wil je je kinderen een goede basis voor de toekomst geven? Nee, makkelijk hebben ze het niet gehad. Integendeel. Mijn opa, opa Bertus, koesterde altijd al de wens een succesvol boerenbedrijf te runnen. Hij dacht eindelijk het paradijs gevonden te hebben, toen hij het huis waarin hij geboren en getogen was, mocht betrekken met zijn gezin. Maar zijn droom viel al snel in duigen. Want aan al zijn harde werken, zonder daar zelf ooit de vruchten van te kunnen plukken, is hij uiteindelijk onderdoor gegaan. Van de ene op de andere dag trof mijn oma hem roerloos aan in bed. Een beroerte. Wat volgde was ziekenhuis, beademing, wachten, wachten, wachten. Twee weken lang had angst het gezin van mijn opa in z’n greep. En toen gebeurde iets dat niemand voor mogelijk had gehouden: hij ontwaakte. Maar nooit is hij meer die hardwerkende, spraakzame, gevatte man geworden die hij was. Als verlamde afasiepatiënt sleet hij zijn dagen in de lage stoel hier naast de haard. Hij heeft nog 19 jaar geleefd, door de goede zorg van mijn oma. Noodgedwongen moest mijn vader destijds een deel van de boerderijtaken op zich nemen. Hij had er een pesthekel aan. Eén ding wist hij zeker: later word ik geen boer.

Zo in gedachten verzonken plof ik weer neer in die stoel die mijn opa zo geliefd was. De antieke olielamp schijnt met zijn zwakke licht op mijn reeds paars aangelopen voeten. Soms vind ik het prettig me terug te trekken in deze kamer, die doet denken aan vergane tijden. Dan hoef ik even niet na te denken over hoe ik mijn toekomst wil inrichten, welke  vervolgopleiding ik wil gaan doen, een kans die mijn generatie wél krijgt. Hier zet ik de tijd even stil. Ik wil mijn geliefde huis, mijn vertrouwde stekkie, nog niet verlaten. Nú nog niet.

Ontwerp door Willem Verweijen