De overstap die fataal werd - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De overstap die fataal werd - Mijn Kort Verhaal

Joep van Eijk

16 jaar - Gymnasium

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Joep van Eijk (16 jaar)

? stemmen

De overstap die fataal werd

We waren net klaar met het overleg over wat we met het geld zouden gaan doen, toen we werden gewaarschuwd. ‘De politie komt eraan!’ riep Jannes verschrikt. ‘Ze kunnen ieder moment voor de deur staan!’ Dries gooide snel een paar pakjes met vijftigjes naar ieder van ons en zei: ‘Oké mannen, nu de klus is geklaard en de politie elk moment hier kan zijn wordt het tijd om allemaal een andere weg op te gaan. Maar onthoud, als je gepakt wordt, je verraadt niemand en indien je toch je bek niet kan houden tegen de smerissen, weten we je te vinden… Succes en wie weet kruisen onze paden ooit nog eens.’ Toen renden we met zijn vijven snel naar buiten, iedereen een andere kant op richting zijn auto of scooter.

Ik rende snel naar mijn auto, een donker-groene Mitsubishi Space-Star uit 2002, ik startte hem en wat denk je, benzine op. Ik werd woedend en ik  sloeg op het stuur, toen dacht ik bij mezelf: Martijn, nu moet je jezelf vermannen en nadenken over wat je gaat doen om hier weg te komen voordat de politie hier voor je neus staat. Gelukkig kwam op dat moment Dries langs met zijn scooter en die trok de deur open en zei: ‘Kom op, opschieten, uit die auto, spring achterop.’ Hij gaf me een helm en we scheurden door de straten van Leeuwarden. Er stond een koude wind en ik rilde, want ik had alleen mijn bodywarmer aan die ik van mijn moeder had gekregen drie jaar voordat ze overleedt. Mijn moeder, dacht ik, wat zou die teleurgesteld zijn in mij als ze wist wat ik heb gedaan. Had ik me maar nooit hierin gemengd, had ik me maar nooit laten beïnvloeden door die jongens, waarmee ik vroeger nog iedere vrijdagavond de stad in ging, waarmee ik samen voetbalde in de A2 van Rood Wit’31. Was ik maar nooit zo stom geweest.

Ik werd op uit mijn gedachten gehaald door Dries. ‘We zijn bijna bij het station’ zei hij. ‘Als we nou slim zijn, pakken we de trein richting Groningen, dan kunnen we vanuit daar naar Duitsland gaan en dan zien we wel verder.’ ‘Goed idee’ zei ik. ‘Ik zou als ik jou was je scooter hier ergens dumpen, want als de politie je scooter bij het station vindt, dan weten ze natuurlijk gelijk dat we de trein hebben gepakt.’ Waarop Dries zei: ‘Nee joh, het maakt geen reet uit als ze mijn scooter zien op het station. Tegen de tijd dat zij hier zijn, zitten wij al lang en breed in Duitsland.’ ‘Oké mij best’ zei ik tegen hem, maar het voelde toch niet helemaal lekker van binnen met het idee dat Dries zijn scooter gewoon bij het station parkeerde, maar dat zei ik niet tegen hem omdat ik geen ruzie wilde maken omdat we elkaar nog wel eens hard nodig zouden kunnen hebben.

Bij het station parkeerde Dries zijn scooter en terwijl we probeerden te doen alsof er niets aan de hand was liepen we richting het station. We glipten achter iemand aan door de poortjes en lazen op bordjes dat de trein richting Groningen op spoor 2a zou vertrekken. Van de zenuwen stootte ik Dries iets te hard op zijn schouder en zei: ‘Kom, naar spoor 2a, daar vertrekt de trein naar Groningen over drie minuten!’ We liepen de trap op en we zagen één van de conducteurs met foto’s lopen van ons alle vijf. Dries keek mij met grote ogen aan en ik dacht dat iedereen op het perron mijn angstzweet kon ruiken. Ik stotterde iets en liep snel voordat de conducteurs ons konden zien de geel-blauwe NS-trein in. Ik wenkte Dries en liep naar de WC, Dries volgde me snel en draaide de deur achter ons op slot. ‘Als we in Groningen zijn, moeten we zo snel mogelijk eruit, niet rennen dat valt teveel op, vervolgens moeten we ons ergens op het station verstoppen.’ zei hij met een trillende stem. ‘Dan wachten we tot er wordt omgeroepen dat er een trein richting Duitsland vertrekt en rustig naar het perron lopen.’ ‘Stil’ zei ik ‘er lopen mensen langs’

35 minuten later

De trein kwam tot stilstand en ik ging als eerste de WC uit en Dries volgde me enige tijd later. Ik liep rustig de trap af en vanuit mijn ooghoek zag ik al allemaal spoorwegpolitie staan. Snel keek ik de andere kant op en ik liep iets harder door, maar ook weer niet zo hard dat het opviel. Ik dook de WC’s in tussen een kiosk en een friettent en 2 minuten later kwam Dries aan. Ik zei tegen hem: ‘Ze hebben ons nog niet in de gaten maar we kunnen beter het zekere voor het onzekere nemen en ons nog een tijdje schuilhouden hier. Ik denk dat ze verwachten dat we de eerstvolgende trein naar Duitsland nemen, maar dat doen we niet, we wachten nog een trein en dan springen we er op het allerlaatste moment in. Duidelijk?’ ‘Ja’ zei Dries zachtjes.

45 minuten en 1 trein naar Duitsland verder

Ik was bijna ingedommeld maar toen hoorden we het:

Attentie, attentie, de trein vanaf Groningen naar Bremen vertrekt over vier minuten op perron 3b.

Ik keek verschrikt op en toen ik zag dat Dries ook verschrikt keek besloot ik om de leiding te nemen en zei: ‘Opstaan, het is nu of nooit, ga een meter of vijf achter mij lopen en probeer niet op te vallen.’ Stamelend stond hij ook op en zwijgend liepen we één voor één de WC’s uit naar perron 3b. We hadden nog geen 10 stappen gezet of we hoorden een zware mannenstem roepen: ‘Dat zijn ze!’ ‘Rennen!’ schreeuwde ik naar Dirk, maar dat was overbodig want hij begon al te sprinten als Churandy Martina, allen was hij op dat moment alleen niet zo blij. Na een paar honderd meter kwamen we aan bij perron 3b en renden naar boven maar daar stond de spoorwegpolitie ons op te wachten. Ik kon gelukkig net door een paar armen en benen doorglippen, maar Dries werd in zijn kraag gevat. Ik sprintte door en precies achter mij gingen de deuren van de trein dicht.

Sindsdien heb ik nooit meer wat van Dries of van de andere jongens vernomen, ik heb sowieso weinig contact meer met de buitenwereld, nu ik hier op het platteland van Hongarije zit ondergedoken. Ik weet niet of de politie nog steeds naar me op zoek is maar ik denk niet dat ik ooit terug kan gaan naar mijn huisje in Leeuwarden.

Ik heb er spijt van.

 

Ontwerp door Willem Verweijen