De overstap die alles veranderde - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De overstap die alles veranderde - Mijn Kort Verhaal

leander

16 jaar - havo

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

leander (16 jaar)

? stemmen

De overstap die alles veranderde

De overstap die alles veranderde

Ik werd wakker in m’n hotelletje in Amsterdam. Ik had gisteren afscheid van mijn vrouw genomen met wie ik was verloofd. Ik herinnerde het nog als de dag van gisteren, het was een groot feest geworden. Ondertussen was het al negen uur in de morgen. ‘Ik moet opschieten ‘, dacht ik bij mezelf. Terwijl ik dat dacht sprong ik uit bed en liep naar de wastafel om me eigen op te frissen. Toen ik me eigen opgefrist had keek ik op de klok die aan de wand van mijn hotelkamer hing. ‘Ik moest opschieten wilde ik het vliegtuig naar Mosul niet missen ‘. Toen ik in de auto zat en mijn verloofde naast me, realiseerde ik me pas dat ik mijn leven op zou geven voor mensen in nood, dat er een kans bestond dat ik niet meer terug zou komen.

Na een stille rit was ik op het vliegveld Moorsele, wat in het westen van België ligt. Ik zag aan de houding van mijn vriendin dat ze mijn vertrek niet leuk vond. Maar hier had ik wat aan gedaan, Ik had in het geheim afgesproken dat mijn vriendin bezoek zou krijgen van de verloofde van mijn beste vriend. Hierdoor zou haar verblijf in Nederland ook een stuk leuker zijn als ik er niet was, nietwaar.

Toen we het vliegveld bereikt hadden stond Luca en zijn verloofde reeds te wachten. We hadden lang uitgekeken naar deze dag. We hadden het er elke keer als we elkaar zagen er wel over. Het was het hoogtepunt van de dag geworden. Maar nu we uiteindelijk voor de gate stonden om het vliegtuig in te gaan. Begon de spanning toch wel op te lopen. Maar dit was al snel over toen we onze kameraden waar we mee naar het front gingen ontmoetten.

Na een vlucht vol verhalen waar de helft van overdreven was om de spanning te verdrijven waren we na 12 uur vliegen uiteindelijk in Mosul gearriveerd. En nadat we in een gepantserde legerauto naar het legerkamp getransporteerd waren. Waren we eindelijk in het oorlog gebied hier waren we voor getraind. Ik als hospik en Luca als commando. Het eerste dat we zagen was een armoedig kamp en een volledig afgebrokkelde en gebombardeerde stad. Terwijl we de stad in onze gedachten opnamen werden we in groepen gesplitst. Ik kon gelijk aan het werk bij soldaten die gewond waren geraakt in de strijd tegen I.S. In het eerste opzicht was het verschrikkelijk om te zien, maar naarmate onze groep bezig was om deze mensen goed te doen hoe minder je eraan dacht hoe afgrijselijk het er eigenlijk uitzag. Toen we eenmaal klaar waren werd een deel van onze groep opgedeeld om corvee te doen voor het eten van die avond. Gelukkig hoefde ik het die dag nog niet te doen. Het was die dag snikheet en de zon brandde op je gezicht. Ik bedacht me om maar eens om bij mijn vriend te gaan kijken. Maar toen ik eenmaal bij zijn barak was aangekomen, was er geen Luca te bekennen. Even later hoorde ik dat ze een aanval hadden gepleegd op de troepen van I.S. die zich te dicht bij het kamp had gewaagd.

Diep in mijn hard hoopte ik dat er niets met mij vriend gebeurd was. Het zou toch erg zijn om het bericht te brengen bij Heidi, Luca’s verloofde dat Luca was overleden. Maar toen de patrouille terug keerde en langs mijn barak kwam lopen ontdekte ik tot mijn grote schrik dat Luca niet bij deze mannen liep. Ik rende zo hard als ik kon naar de luitenant om het nieuws te brengen dat de commandant zich niet bij deze patrouille had gevoegd, terwijl dit eigenlijk wel zo hoorde te zijn.

De angst sloeg me om het hard toen ik even later het bericht kreeg dat ik mijn vriend maar moest gaan zoeken bij de overleden soldaten. Dit kon toch niet waar zijn.

Toen ik met gemengde gevoelens naar het rodekruis barak liep om mijn vriend te zoeken was ik om het kamp heen gelopen omdat ik niet wilde dat mijn kampgenoten mijn tranen zouden zien. Toen ik om het kamp liep dacht ik een zacht gekreun te horen. Ik klemde mijn hand om het pistool dat in het witte holster aan mijn broeksriem hing. Het geluid leek uit de bosjes te komen die ongeveer zo’n tien meter van het kamp vandaan stonden. Terwijl ik naar de bosjes liep dacht ik bij me zelf: ‘het zal toch niet zo zijn’. Maar hoe dichter ik bij de bosjes kwam hoe meer mijn vraag tot waarheid kwam. Toen ik de bosjes was gearriveerd sloeg mijn hard van schrik een slag over.

Het was Luca die daar in een plas bloed, kermend van de pijn stervende was. Als ik niet zo snel bij mijn positieven was gekomen had ik daar nu nog gestaan. Toen ik de wond van Luca eens goed beek zag ik dat deze veroorzaak was door een losgeslagen granaatscherf die een vol treffer had gemaakt. Maar door de kracht dat deze scherf door de lucht vloog was deze recht door weefsel en bot heen gegaan. Ik had toevallig mijn jas aan waar een gedeelte van mijn rodekruisspullen in zaten, onder andere mijn verband. Hiermee heb ik verbonden wat van de onderarm nog over was gebleven. Toen dit klaar was heb ik Luca zo stevig en voorzichtig mogelijk opgepakt en naar de rodekruis post gedragen.

Een maand later, Ik had verlof gekregen om met Luca naar ons vaderland te gaan voor betere chirurgie. We hadden moeilijke weken achter de rug, vooral Luca. Hij zal nu voor altijd met een prothese door het leven moeten gaan, wat een overstap.

Ontwerp door Willem Verweijen