Nutteloos - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Nutteloos - Mijn Kort Verhaal

Julia Bouwknegt

14 jaar - vwo

107
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Julia Bouwknegt (14 jaar)

? stemmen

Nutteloos

Nutteloos

De deur kraakte. Hoe meer akelige piepjes ik hoorde, hoe meer zenuwen mij gingen tegenwerken. De deur wilde mij laten schreeuwen van angst, en mijn hoofd tolde al bij het horen van schreeuwende kinderen die op straat aan het spelen waren. Alsof ik in een film zat met achtergrondgeluiden, en een kier gevuld met licht als decor. Hoe meer de deur meegaf, hoe meer angst er in mijn lichaam gepompt werd. De angst leek net op water, dat vanuit mijn voeten zo mijn hoofd in liep. Steeds zwaarder werd de grote bol op mijn nek, zo zwaar dat ik mezelf niet meer rechtop kon houden. Mijn voeten gleden onder mij weg, maar mijn hand leek aan de deurknop vastgelijmd te zitten. Ik kwam steeds dichter bij de grond en ik probeerde de deur los te laten. Tevergeefs. Hoe lager ik kwam, hoe dichter de deur weer in zijn slot getrokken werd. Uiteindelijk voelde ik de grond, wat samenging met een klik van de deur. Weer mislukt. Mijn wens om buiten te zijn was weer in rook opgegaan. Rook die nooit bleef hangen, maar altijd meteen weg zweefde. Nieuwe moed bij elkaar rapen lukte me geen twaalfde keer, en met die gedachte sleepte ik mezelf mijn donkere woonkamer in.

Deze onbegrijpelijk grote afstand tussen mij en de buitenwereld begon eigenlijk al op mijn vijfde verjaardag. Die dag was ik opgewonden over het feit dat ik mijn beroemde oom zou ontmoeten. Wachtend bij de deur kwam de een na de ander binnen. Vele zweethanden aaiden mij die dag over mijn bol, en vele lippen kusten mij op mijn wang. Ik voelde het speeksel nog steeds zitten, toen ik de deur voor de zoveelste keer hoorde kraken. Een donkere gedaante werd door licht omhuld, en het leek net of ik op een trilplaat stond. Het was een moment waar ik de hele dag op gewacht had, ik had zelfs hele teksten geschreven en geoefend om mijn oom te verwelkomen. Het snot liep uit mijn neusgaten, zoals het bij vele vijfjarigen doet. Maar dat snot leek al mijn teksten en grapjes mee te nemen, en mijn hoofd helemaal leeg te maken. De grote gelakte herenschoenen schoven mijn kant op, en ik voelde mijn hoofd zwaar worden. Ik zou elk moment neer kunnen gaan. De grond leek al in zicht toen ik een zware, maar toch warme ‘hallo’ hoorde. Dit woord leek me terug omhoog te trekken, en ik keek recht in de ogen van een man met grijze bakkebaarden. De rimpels waren hem al de baas, maar toch rook ik antirimpelcrème. ‘Gaat het?’ Ik zag de half verborgen rimpels meebewegen met zijn mond. Ik leek geen geluid te kunnen maken, dus ik besloot maar te knikken. Hij stak een hand in zijn binnenzak, en de andere reikte naar mij. Ik pakte de, gelukkig antirimpelcrèmeloze, hand vast. Een hand die me omhoog trok. Zijn andere hand was inmiddels uit zijn binnenzak, en hij hield een kleine knuffeltijger vast. Zonder iets te zeggen pakte ik de tijger. Hand in hand met mijn oom liep ik naar binnen.

Mijn oom vertelde die dag veel over zijn nieuwe uitvindingen, wat we er allemaal mee konden doen en hoeveel geld hij ervoor gekregen had. Ik hield meteen van mijn oom, maar toch leek hij iets in mij los te maken. Ik ging nadenken over alles wat ik zelf al bereikt had, maar er schoot me niks te binnen. Hoe hard ik het ook probeerde, het lukte niet. Ik besloot dat het aan het gegalm van stemmen lag, en ik ging samen met mijn tijger naar boven. Eenmaal op mijn kamer ging ik verder met denken, maar ook hier lukte het niet. Had ik dan toch niks bereikt? Terwijl die vraag door mijn hoofd spookte, keek ik mijn kamer rond. Ik zag mijn knuffels, mijn oude kledingkast… Hier zou ik wel jaren kunnen blijven! Wacht eens… Wat nou als ik dat deed?! Hier blijven totdat ik mijn nut gevonden had.

Dat leek toen een goed idee, maar het heeft me nog heel vaak dwarsgezeten. Zoals nu. Ik… Mijn gedachte werd onderbroken door geklop en geroep. Het deed me denken aan mijn oom… Voorzichtig liep ik naar het raam en schoof het gordijn een klein stukje opzij. Ik zag iemand geïrriteerd naar me zwaaien. Ik zag grijze bakkebaarden, zwarte lakschoenen en half verborgen rimpels. Hier was geen twijfel over mogelijk, dit was mijn oom! Snel pakte ik de sleutels en gooide ze door de brievenbus. Ik kon niet zelf opendoen, want dan zou ik zeker flauwvallen. Eenmaal naar de woonkamer gevlucht hoorde ik het gedraai van sleutels en het gepiep van scharnieren, waardoor het angstwater even terug kwam. Gelukkig sloeg de deur snel weer dicht en ik hoorde het geschuif van lakschoenen, net als vijftien jaar geleden. Voor ik het wist stond hij weer voor me, maar dit keer liep hij zonder iets te zeggen naar boven. Verbaasd liep ik achter hem aan. ‘Waar is je kamer?’ Zijn stem was haastig. ‘Bovenste deur rechts’, antwoordde ik angstig. Hij sprintte naar boven en begon mijn kamer te doorzoeken, net zolang totdat hij tevoorschijn kwam met mijn knuffeltijger. ‘Jij bent niet nutteloos, tijger.’ Ik keek hem verbaasd aan. Waarom praatte hij nou tegen een knuffel? Toen gaf mijn oom hem aan mij. Ik wilde hem omhelzen met woorden, maar in plaats daarvan gebruikte ik mijn armen. Hij pakte net als vroeger mijn hand vast en trok me mee naar beneden. Eenmaal daar pakte hij de sleutel en deed de deur open. Ik voelde mijn hoofd zwaar worden, maar mijn oom gaf mij een bemoedigend kneepje. ‘Jij kunt dit!’ Voor de eerste keer geloofde ik dat, en ik zette een stap naar het geluid van schreeuwende kinderen. Ik omhelsde het licht. Ik had me in heel mijn leven nog nooit zo fijn gevoeld. Ik was buiten!   

Ontwerp door Willem Verweijen