Een nacht zonder einde - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Een nacht zonder einde - Mijn Kort Verhaal

Frauke Willems

17 jaar - vmbo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Frauke Willems (17 jaar)

? stemmen

Een nacht zonder einde

Een nacht zonder einde

Het is midden in de nacht. Ragnar, een man van 28 jaar oud, wordt wakker door het overdonderde geluid van zes luide schoten. In paniek maakt hij zijn vrouw, Fatima, wakker.

“Zo kan het niet meer verder, Fatima, we moeten hier weg, nu meteen! We zijn al bijna alles verloren, onze zoon Youssef is in gevaar, we kunnen dit niet riskeren.” Vliegensvlug nemen ze alles mee wat ze nog bezitten en maken ze hun zoontje wakker, die op een versleten matje door de schoten heen slaapt. “Ragnar, we kunnen toch niet zomaar al onze herinneringen van toen we nog met z’n allen waren hier achterlaten? Waar vluchten we heen? Ik kan dit niet zomaar… “ Na een moeilijke discussie leek het de ouders van Youssef toch beter om het land te verlaten, ze lopen te veel risico’s in Syrië.

Ze starten hun lange tocht richting de kust in de hoop een vervoermiddel te vinden om weg te vluchten uit hun oorlogsland. Na elf vermoeiende en bange dagen, komt het verhongerde gezin toe aan de haven. Onderweg stalen ze verschillende voedingsmiddelen om te kunnen overleven. Urenlang wachten ze af en hopen ze dat er een handelsschip de haven binnenvaart. Na een lange uitkijk zonder succes komt Ragnar tot het besef dat er hoogstwaarschijnlijk geen schepen de haven nog binnen willen varen, aangezien het risico groot is dat de lading verloren gaat. “We geven niet op Fatima, ik zal er alles aan doen om onze zoon veilig en wel een gelukkig leven kan leiden, dat geldt ook voor jou. Laten we morgen op zoek gaan naar materialen om zelf een bootje in elkaar te steken. We zullen eerst een vuurtje maken zodat we het warm krijgen? Verderop staan er grote bomen waar we wel wat hout kunnen vinden. Youssef ziet er erg vermoeiend uit, hij kan ook wel een dutje gebruiken.”

Vroeg in de morgen starten ze hun zoektocht naar materialen. Na twee uur slenteren langs het water, merkt Fatima in een afvalberg een stukje van een bootje op. Ze rent er naar toe, en trekt het bootje uit het afval. Ze ziet dat er enkele gaatjes in het bootje zitten, waarschijnlijk gemaakt door kogels. “We kunnen dit bootje gebruiken, het is onze redding!” Ze zoeken verder door het afval, en vinden enkele gescheurde zeilen en restjes touw, waar ze het reddingsbootje mee proberen vastmaken. Na een tijdje knutselen is het bootje klaar. Ze lopen naar het water, om te zien of hun bootje drijft en hun gewicht kan houden. “Jaaaaa! Het werkt!” Uit blijdschap begint Ragnar te huilen. Nu rest hen enkel nog de zoektocht naar stokken waarmee ze de boot kunnen besturen. Verderop vinden ze nog wat hout, dat ze vastmaken aan harde plastieken flessen, die zich tussen het afval bevinden. “Ragnar, ik denk dat het tijd is om te vertrekken, sleep jij het bootje mee naar de zee, dan kan ik Youssef vasthouden.” Angstig stapt het gezin in het bootje, niet wetend waar naartoe…

Wanneer de avond valt en ze bijna het zicht op Syrië zijn verloren, breekt er een groot emotioneel moment. De drie verlaten hun oude leven, al hun herinneringen en ervaringen drijven verder weg, wat erg moeilijk is. Ze beseffen dat ze hoogstwaarschijnlijk niet meer terug zullen keren.

Na drie vermoeiende dagen varen, zonder voeding, zien ze een grote schaduw over de Middellandse Zee trekken. Ze kijken rond zich, en zien een gigantische boot achter zich. Vliegensvlug beginnen Fatima en Ragnar te roeien, in de hoop zich ergens te kunnen vastmaken aan de boot, zodat ze sneller land in zicht krijgen. “Zie je wel Ragnar, ik zei toch dat het een goed plan was extra stukken touw mee te nemen, dit is ons enige kans om te overleven!” Eenmaal aangekomen aan de achterkant van de boot, springt Ragnar in het water. Hij zwemt naar de boot met een stuk touw in de hand en maakt het touw vast aan de boot. Daarna klimt hij terug in zijn bootje en droogt hij zich af met zijn vrouw’s sjaal. Nu varen ze achter de grote boot aan.

Na twee dagen met agressieve golven en veel neerslag op zee hangen ze nog steeds dobberend achter het grote schip en is er land in zicht. “Ragnar, kijk! Ik dacht dat we het nooit zouden halen, eindelijk kunnen we zoeken naar een oplossing om een nieuw en veilig leven hier op te starten. Heb jij enig idee waar we zijn?”

“Neen, we zijn in Syrië naar het westen toe gevaren, ik heb helemaal geen idee… .  Het is hier wel een pak kouder dan in Syrië, dus ik vermoed ergens meer in het noorden, misschien Europa?” Vol moed springt Ragnar in het water, om hun bootje los te maken, om zelf de haven binnen te varen. Aangezien ze niet weten waar ze toegekomen zijn, en dus niet weten of ze wel veilig zijn, besluiten ze een beetje verder dan de haven  een discreet plekje te zoeken waar ze aan land kunnen gaan. Vliegensvlug roeien ze, op weg naar hun nieuwe toekomst.

Een beetje later merkt Fatima een klein bootje op met daarin een vrouw en een man die zich proberen te verbergen tussen grote schepen. “Zie je dat ook? Is het wel zo’n goed idee dat we hier aan land gaan?” Vraagt Fatima in paniek. “Dat zal wel gewoon een of andere visser zijn, we zijn hier namelijk niet in Syrië hè.”

Ze blijven roeien en roeien, tot ze plots heel nabij een schot horen. Youssef begint heel erg luid te wenen, waardoor Fatima en Ragnar volledig in paniek raken. Ze proberen hun bootje te keren, maar wanneer ze gedraaid zijn, zien ze dat het mysterieuze bootje nu op enkele meters van hun ligt, met daarin een man van rond de 21 jaar, vergezeld door een jong meisje van 17 jaar. Het meisje haar hoofd is deels bedekt door een hoofddoek en draagt in haar rechterhand een pistool. “Wat wilt u van ons? We willen er alles voor doen, maar alsjeblieft doe mijn gezin niets aan,” roept Fatima in paniek. Ragnar blokkeert helemaal en staat verkrampt op hun bootje, de enige woorden die hij nog kan vinden zijn: “We zijn alles al verloren: onze woonplaats, familie, vrienden en onze 2 zoontjes… . We kunnen nergens meer naartoe… .” Het lijkt wel alsof hun nachtmerrie zich steeds blijft herhalen. Ragnar kan op dit moment aan niets anders meer denken dan aan het verlies van hun twee oudste zoontjes, van vier en zes jaar. Enkele maanden geleden vond er in de buurt van Aleppo, waar het toen gelukkige gezin woonde een bomaanslag plaats. Alles werd verwoest, Fatima en Ragnar sloegen toen al op de vlucht, samen met hun drie zoontjes, nadat hun volledige huis afbrandde. Tussen al het puin en gewonde en dode mensen, zagen de ouders plots hun twee oudste zoontjes, Samir en Yassin niet meer. Ragnar verplichtte zijn vrouw zo ver mogelijk te vluchten in de richting van de stad Idlib, zo’n 60 kilometer verderop. Hij zocht nog enkele uren verder tussen het puin, maar zonder resultaat. Hoe langer hij zocht, hoe meer en meer doden hij zag vallen, maar gaf niet op. Hij kon niet verder gaan, zonder zijn twee zoontjes, totdat een man hem aansprak en hem zei: “Je kan hier niet langer blijven, het is onmogelijk dat twee kleine kinderen van vier en zes jaar in deze chaos nog leven, vlucht, voor het nog het einde van jouw leven wordt! Zorg voor je andere familieleden die nog resten, je zoontjes hadden het vast en zeker zo gewild…” Uiteindelijk besloot Ragnar op zoek te gaan naar zijn vrouw en Youssef, hij wou hen niet ook nog verliezen… .

Het meisje met haar pistool in haar hand, voelt een soort van sympathie voor de mensen, na het horen van hun argumenten. Bang en vol afwachting staat het vluchtende gezin vol tranen in hun ogen te kijken naar wat het meisje van plan is.  De man die het meisje vergezelt, fluistert iets in haar oor. Wanneer Ragnar een antwoord verwacht, wordt zijn vrouw Fatima emotieloos door het hoofd geschoten, gevolgd door hun zoon Youssef.

Ontwerp door Willem Verweijen