Los - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Los - Mijn Kort Verhaal

Anne van Heek

16 jaar - vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Anne van Heek (16 jaar)

? stemmen

Los

Veel mensen leven volgens de Regels. En dat is met een hoofdletter, want er word een bijna goddelijke macht aan toegeschreven. Ze worden eigenlijk nooit uitgesproken, maar toch word er van je verwacht dat je de Regels volgt.
De Regels bepalen je hele leven. Je word geboren, en dan ga je naar school. Als je een beetje slim bent ga je studeren, dan krijg je een baan, je trouwt en je krijgt kinderen.
En dan ben je gelukkig.

Vervolgens ga je met pensioen, en na een tijd tuinieren of bridgen ga je dood. Bij je begrafenis word er dan gezegd dat je een goed leven gehad hebt. Een aantal jaren later word je vergeten.

Dat is een onderdeel van de Regels waar al helemaal niemand het over heeft. Het past niet in het mooie plaatje, het hoort niet bij de zogenaamde tevredenheid en berusting die je zou moeten verkrijgen. Je hebt toch immers de Regels gevolgd? Eeuwig in onze herinneringen, ook een populaire begrafenistekst, maar het is één grote leugen. Je kunt iemand niet eeuwig in je herinneringen houden, daar ga je aan ten onder. Vergetelheid is de enige rustplaats voor de doden en de enige genade voor de levenden.

Afzettingen van dictators zijn dingen die mensen onthouden, niet de lievelingskleur van die ene oude man die in een stad woont waar je nog nooit geweest bent en een leven leidde waar je nog nooit de details van hebt gehoord.
Wat onbelangrijk is word vergeten, en zo is alles wat word vergeten onbelangrijk.

Ik heb het nooit als mijn levensdoel gezien de Regels te breken. Maar toch sta ik hier nu, op het perron. In mijn rechterhand heb ik een tas die eigenlijk te klein is om de spullen voor enkele dagen logeren vast te houden. Hij puilt uit als de maag van iemand die een gigantisch bord van zijn lievelingsgerecht voorgezet heeft gekregen en maar blijft eten tot het niet meer past en dan toch nog even door gaat. De volle tas is misschien onhandig, maar dat is niet erg, want hij is slechts bedoeld als misleiding.
Waarom? Ik ben geen held. Ik heb geen reis naar de maan gemaakt of een levensreddend medicijn ontwikkeld. Ik ben een zeventienjarige die, kort samengevat, tot nu toe netjes volgens de Regels geleefd heeft. Daar is niks memorabel aan, en belangrijk is het dus al helemaal niet.
Als niets belangrijk is heb je niets om voor te leven. Waarom zou je het dan doen?

De treinen die voorbij komen kijken me bezwerend aan en gillen: ”Kom”.
En komen doe ik. Mijn benen trillen niet als ik dichter bij loop. Door de beweging van mijn heup valt een klein, grijsgewassen beertje uit mijn tas op het beton dat vochtig is van de regen die er enkele uren geleden op neer is gekomen.

Ik blijf lopen tot mijn voeten kaarsrecht naast elkaar stil blijven staan, vlak voor het spoor. Van links zie ik een geelblauwe waas aankomen. Hij gaat hard, het is geen stoptrein. Gaat waarschijnlijk naar Amsterdam. Ik ben er klaar voor om mezelf vast te pakken en weg te rukken van de wereld, mezelf los te scheuren als een post-it papiertje waar een slecht idee of een lang vergeten afspraak op staat. Los van de verwachtingen die iedereen heeft. Ik heb het helemaal gehad met de Regels. Ze hebben me niets gebracht en dat zullen ze ook niet doen.

Ik ben altijd gek geweest op dat beertje.

De trein is nu zo dichtbij dat hij nooit meer op tijd zal kunnen stoppen als ik spring. Mijn kuiten zijn al aangespannen, en mijn ogen zakken half dicht als mijn gezicht ontspant

Hoe veel ik er ook van heb gehouden als kind, als eigenlijk-te-oud-voor-zoiets-kind en ik-ben-geen-kind-meer-kind, het kost me geen moeite om het zachte beest te laten liggen. Het maakt me niet meer uit.

Het lawaai van de trein vult mijn oren, mijn hoofd en als laatste is mijn hele bestaan gevuld met geraas wat al het andere overstemt. Ik leun nog verder naar voren, maar dan schieten mijn ogen weer open als door een wesp gestoken. Ik struikel woest achteruit, val bijna maar blijf op mijn voeten staan, mijn adem jaagt door me heen. Terwijl de trein voorbij gaat en zijn lawaai me verlaat blijf ik leeg achter. Ik loop steeds verder achteruit, hijgend en bevend. De schouderband van mijn tas klem ik strak in mijn hand terwijl ik gehaast naar het loket loop, ren de laatste passen bijna en graai naar mijn portemonnee tussen ondergoed en tandpasta. Als ik hem omkeer en het geld klaterend op de toonbank valt kijk ik de medewerkster verwilderd aan, en zij kijkt meewarig terug.
”geef me de verste reis die binnen tien minuten vertrekt”, beveel ik haar gejaagd, alsof ik vreselijk veel haast heb. Ze opent haar mond, maar ik schud mijn hoofd.
”niet vragen”
Ze schuift me na korte twijfel een kaartje toe. Gare de Lyon, staat er op. Ik weet niet waar dat ligt. De vrouw telt mijn geld, maar ik wacht niet tot ze me mijn wisselgeld geeft en ren naar het perron waar ik volgens het kaartje heen moet. Als ik even later instap en de trein vertrekt zie ik mijn beertje weer liggen, en ik voel nog steeds geen enkel verlangen om het op te halen. Ik ben ín de trein terecht gekomen, en niet ervóór! Het is belachelijk, krankzinnig en hilarisch. Zacht gegiechel ontsnapt me, en al snel gier ik van het lachen. Mensen staren me aan. Het is niet volgens de Regels om een aanval van hysterie te krijgen in een stiltecoupé, en dat besef doet me alleen maar harder schateren.

Als niets belangrijk is heb je niets te verliezen.

Ontwerp door Willem Verweijen