Laat het nooit zo ver komen..! - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Laat het nooit zo ver komen..! - Mijn Kort Verhaal

Isabelle van den Brand

15 jaar - VWO

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Isabelle van den Brand (15 jaar)

? stemmen

Laat het nooit zo ver komen..!

Laat het nooit zo ver komen..!

Het was dinsdag. Voor de een een gewone doordeweekse dag, maar voor mij helemaal niet. Mijn moeder was zichzelf weer eens domme woorden aan het inpraten: “ik ben te dik, ik ben te dom, ik ben niet goed zoals ik ben”. Ik word er helemaal gek van. Waarom doet ze dat altijd als ik er ben, terwijl ze onderhand weet dat ik het storend vind als ze zulke dingen zegt en ze weet dat ik er gevoelig voor ben. Ik kan er niks van zeggen, want deed ik dat, dan deed mama me weer pijn. Tegen mijn zus Pleun kan ik niks zeggen, die is het huis uitgegaan. Zij kon namelijk, net zoals ik, niet tegen mijn moeders opvattingen en is bij opa en oma gaan wonen. Ik mag Pleun ook nooit meer zien van mijn moeder. Als ik ook maar enig contact zocht had ik er weer een te pakken. Soms denk ik: “Echt waar. Waarom denkt iedereen dat ik in dit gezin thuishoor”, want het voelt zo al jaren niet meer.

Toen ik die dag thuis kwam van school. Zette ik mijn fiets weg en liep het huis in het leek wel alsof er niemand thuis was. Ik schreeuwde door het huis heen: “Hallo, is er iemand thuis.” Ik hoorde een stem, maar die was niet van mijn ouders, maar van Pleun. “Ssttt als ma en pa erachter komen dat ik hier ben geweest ben ik dood. Ik wil je waarschuwen. Kom bij opa en oma wonen daar ben je veilig”. Ik antwoordde terug: “Dat kan niet, want ook al ga ik weg ze zullen me vinden en dan zal ik jou letterlijk en figuurlijk nooit meer zien”.

Er klinkt een harde deur die dichtklapt…..

“Je moet hier weg Pleun”, zei ik zachtjes. “Hoe kan ik hier nu weer wegkomen?” “Via het raam, snel!” Mijn moeder kwam thuis. Ze vroeg helemaal niks liep gewoon door naar de bank en viel in slaap. Ik ging maar huiswerk maken. Twee uurtjes later kwam ik beneden, maar mama lag niet meer op de bank. Ik was in paniek en begon te zoeken. Uiteindelijk vond ik haar ze lag bij de voordeur ze had overal bloed en was bewusteloos. Snel belde ik 112 en belde ik papa, opa en oma. De hulpdiensten waren snel gearriveerd en ze vroegen wat er was gebeurd. Ik kon niks zeggen, ik was helemaal verdoofd. Papa kwam thuis toen mama net in de ambulance lag. Opeens hoorde ik overal om me heen, “dit gaat mis snel naar het ziekenhuis nu!!’’. Ik was bang, heel bang en ik barstte in tranen uit.

Het was een week later. We waren in het ziekenhuis voor een gesprek met de dokter

We liepen het ziekenhuis binnen. Papa liep naar een verpleegster toe en zei: “Hallo, wij zijn hier voor mijn vrouw, Roos Aerts.” De verpleegster zei: “En u bent? “Ik ben Henk Aerts en dat is mijn dochter Selena Aerts”, zei mijn vader.

“Oke, komt u maar met mij mee.” Ze leidde ons naar de juiste plek. De dokter zei: “Hallo, ik ben dokter Theo Kemper.’’ Hij begon dingen uit te leggen waar ik toch niks van snapte, maar toen werd het belangrijker. Hij begon te vertellen wat er nu precies was gebeurd, door de onderzoeken en verschillende testjes kon de arts vertellen wat er was gebeurd. Hij vertelde het en dat maakte zo veel indruk op mij dat ik het nooit zal vergeten.

Hij zei: “Uw vrouw heeft een zelfmoordpoging gedaan. De analyses wijzen dat uit. Aan de wonden te zien heeft ze haar polsen proberen door te snijden. Was uw dochter net iets eerder geweest had ze dit kunnen voorkomen.” Het was doodstil in de kamer. Ik wist niet wat ik moest zeggen…. “Door mij ligt ze dus nu in het ziekenhuis”, zei ik en barstte in tranen uit. De dokter zei direct: “Nee, het is zeker niet jouw schuld, want dit gevecht heeft ze van zichzelf verloren en daar kan jij niks maar dan ook niks aan doen.”

Papa vroeg aan mij of ik naar mama wilde, maar daar had ik nu geen behoefte aan. Papa wilde wel gaan, dus ik zei tegen hem: “Ga jij maar naar mama, ik vraag wel een lift naar oma.”

Ik liep het ziekenhuis uit en regelde een lift. Toen ik aankwam ging ik direct naar Pleun toe. Mijn zus was op haar kamer huiswerk aan het maken toen ik huilend binnenkwam. Ze vroeg wat er aan de hand was, dus vertelde ik dat. Nadat ik met haar gepraat had en ook veel had moeten huilen, viel ik in slaap. Toen ik wakker werd bracht opa mij naar huis. Mijn ouders bleken al thuis te zijn. Papa nam me apart en zei direct: “Mama heeft last van psychoses en zal daarvoor hulp krijgen en medicijnen in moeten nemen. Ze zal niet meer dezelfde worden.” Toen ik mama in haar ogen keek was dat de laatste keer dat ik dat normaal deed. Sinds dat moment, heb ik mama nooit meer normaal in haar ogen kunnen kijken, zonder mezelf elke keer schuldig te voelen met de gedachte: “Ik had je kunnen helpen, maar dat heb ik niet gedaan”. “Gaat alles wel goed met je?”, vroeg papa. Ik antwoordde: “Nee, ik denk de hele tijd na over mama”. Papa zei: “Ik weet wel iets. We gaan naar een psycholoog.” Deze gaf me tips, legde me van alles uit over mama’s ziekte en ze luisterde ook goed naar me. Van haar moest ik wat kleine dingen onthouden: ik moest blij zijn met mijn lijf, ik moest blij zijn dat ik een slimme meid ben en het belangrijkste dat ik goed ben zoals ik ben. Sinds dat ik bij de psycholoog ben geweest heb ik er af en toe nog last van, maar inmiddels veel minder. Dus mijn tip: als je ergens mee zit praat erover, uiteindelijk zit je veel lekkerder in je vel en heb je een fijner gevoel.

 

Ontwerp door Willem Verweijen