Klavertjes vier en zwarte veren - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Klavertjes vier en zwarte veren - Mijn Kort Verhaal

Kim Bonte

19 jaar - vwo

41
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Kim Bonte (19 jaar)

? stemmen

Klavertjes vier en zwarte veren

Nog vijf minuutjes en dan stap ik de trein in, op weg naar mijn nieuwe leven. Vanaf vandaag ga ik namelijk op kamers. Mijn aankomende studentenleven lacht me toe.
Van tevoren heb ik alles goed uitgezocht, zo ook de treinreis. Ik moet naar rechts als ik het station binnenloop, daarna zullen er borden staan.
Wanneer ik het station binnenkom, moet ik even om me heen kijken waar ik heen moet. Links trekken roze ballonnen mijn aandacht. De heliumballonnen zitten vast tussen de tegels op het perron, ze zweven op ongeveer twee meter hoogte. Vol verbazing loop ik er naartoe. Zal iemand dit speciaal voor mij geregeld hebben?
Als ik bijna bij de ballon gearriveerd ben, knapt hij. Het regent confetti voor mijn ogen. Een gelukkig gevoel verspreidt zich door mijn lichaam, alsof ik van mijn saaie leven een nieuw feestelijk tijdperk inrol.
Achter de confetti zie ik de volgende ballon zweven. Met een glimlach van oor tot oor ga ik ook daarheen. Het is wel een eindje weg, maar als mijn nieuwsgierigheid eenmaal gewekt is, ben ik niet meer te stoppen.
Vlak voordat ik hem kan aanraken, gaat ook deze ballon kapot. Rozenblaadjes cirkelen om me heen. Mijn wangen verkleuren licht en ik krijg het een beetje warm. Dit is geweldig!
Ik sprint naar de laatste ballon die ik zie. Zelfs vijf meter voordat ik daar aankom, klapt de ballon open. Nu ren ik af op een muur van klavertjes vier. Het is net of het geluk gewoon op me afkomt, zoiets gaafs heb ik zelden meegemaakt.
Achter de klavertjes, die nu allemaal op de grond liggen, staat een hek. Ik zie geen ballonnen meer. Misschien moet ik maar eens op zoek gaan naar mijn trein, want de minuten vliegen om. Maar waarom is het hier afgesloten? Ik moet toch echt deze kant op, want na binnenkomst op het station ben ik naar rechts gegaan, zoals ik had opgezocht. Daarnaast zie ik gewoon een trein achter het hek en de bestemming waar ik heen moet, staat op het informatiebord.
Vertwijfeld zet ik mijn voet op het hek en probeer ik er overheen te klimmen. Van achter het hek komt een man aanlopen. Hij is volledig gekleed in het zwart en zelfs zijn gezicht is bedekt onder een zwarte bivakmuts. Zelfverzekerd klim ik verder, in de hoop dat de man me niet opmerkt en zodat ik mijn trein nog kan halen.
Helaas is hij sneller dan ik dacht, want binnen enkele seconden heeft hij mijn arm beet en sleurt hij me van het hekje af. Hier laat hij het niet bij, want hij blijft mijn arm vasthouden en doorlopen naar de andere kant van het perron. Zijn stevige greep doet pijn en ik moet bijna rennen om hem bij te kunnen houden.
In een reflex geef ik een keiharde gil en meteen klemt de man zijn vrije hand om mijn mond.
Nadat we voorbij de confetti zijn, laat hij me los. Voordat ik het doorheb is hij weg, zomaar verdwenen.
Met grote ogen staar ik om me heen en mijn hart klopt in mijn keel.
Wanneer ik naar rechts kijk, zie ik weer ballonnen. Dit keer zijn ze niet roze, maar zwart.
Nog een beetje rillend van het voorval van daarnet, loop ik op deze ballon af. In tegenstelling tot de vorige ballonnen, knapt deze niet vanzelf, dus zet ik mijn nagels erin. Langs mijn handen voel ik iets kietelen en zie ik zwarte veren naar beneden dwarrelen.
De sfeer wordt grimmiger door al deze donkere dingen. Zelfs de lucht lijkt donkerder dan eerst, of is dat gewoon mijn eigen verbeelding?
Verderop zie ik nog twee zwarte ballonnen. Zal ik er wel naartoe gaan? De twijfel slaat toe.
Toch besluit ik erheen te gaan. Als ik op het punt sta de tweede ballon open te klappen, voel ik iets snuffelen aan mijn been. Er staat een grote zwarte hond aan mijn kuit te ruiken.
Ik kijk achterom en constateer dat er een hele groep van deze honden aan komt rennen.
Meteen besluit ik er vandoor te gaan. Tijdens mijn sprint tril ik als een rietje en zweetdruppels ontstaan op mijn voorhoofd.
Een paar seconden later passeer ik de derde ballon, ook deze knapt niet uit zichzelf. Ik blijf rennen en maak geen aanstalten om deze ballon lek te prikken. Voor mijn gevoel heb ik nog nooit zo hard gerend, maar nog steeds lijkt het alsof de honden me op de hielen zitten.
Ik werp een blik achterom om te kijken hoe ver ze werkelijk van me verwijderd zijn.
Mijn hart staat even stil als ik merk dat ze nog dichterbij zijn dan toen ik begon met rennen.
Ineens valt me iets op. Er hangt een briefje aan de halsband van de voorste hond. Ik knijp mijn ogen samen om het te kunnen lezen.
Pas op voor het gevaar!
Wanneer ik weer vooruit kijk, stop ik acuut met rennen. Mijn voeten staan op het randje van het perron, al ver voorbij de witte streep die aangeeft dat het perron eindigt. Precies op dat moment raast een trein voorbij.
Mijn lichaam voelt de zuiging van de trein, ga ik vallen? Nog net op tijd weet ik mijn evenwicht te bewaren, waardoor ik mezelf nog kan tegenhouden.
Het briefje heeft me gered van mijn ondergang, nog voordat ik ├╝berhaupt opnieuw begonnen ben.

Ontwerp door Willem Verweijen