In Achthoven - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal In Achthoven - Mijn Kort Verhaal

Sil Wijgergangs

15 jaar - vwo

2
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Sil Wijgergangs (15 jaar)

? stemmen

In Achthoven

Ik word wakker van het vreselijke lucht alarm, wat deze maand al erg vaak is af gegaan. Ik kijk op mijn blauwe nachtkastje en zie de gele ster liggen waar jood op staat. Ik kleed me snel aan en zet een lelijke bril op. “Deze bril moet je voortaan altijd dragen.” Zei mijn moeder toen we hier in Achthoven kwamen wonen. “Zo weet niemand dat je joods bent.” Ook stop ik mijn vals I D in mijn zak met mijn nieuwe naam: Peter. Ik loop de trap af en zie dat mijn 2 zusjes en mijn ouders al de spullen aan het pakken zijn. “Alweer”, zegt mijn moeder. We rennen snel naar buiten en gaan de schuilplaats in waar iedereen van het kleine dorpje Achthoven al zit, daar zie ik ook mijn beste vriend Willem met zijn grote familie naar binnen lopen. “Hoi.” Begroet ik hem stoer terwijl ik eigenlijk heel bang ben. We horen van alles, en mijn 2 zusjes beginnen te huilen. Ze zijn bang net als ik. Nadat we een kwartier in die koude schuilplaats zitten is eindelijk het verschrikkelijke bombardement weer afgelopen en kan ik weer gaan slapen. Ik ga in mijn houten bed liggen, maar ik kan weer niet slapen. Ik hoor mijn ouders nog heel lang door praten. “Maar wat nou als ze ons toch door hebben!” Hoor ik mijn moeder bang zeggen.” Maak je maar geen zorgen.” Zegt mijn vader geruststellend. De volgende dag ga ik weer naar school in achthoven. Maar mijn beste vriend Willem was er niet. Ik vroeg aan de meester waar hij kon zijn. Maar hij wist het ook niet. Die schooldag kregen we heel veel Duitse les. Ondanks ik het een verschrikkelijke taal vind heb ik toch mijn best gedaan. Aan het einde van deze lastige dag zonder Willem kwam de rector van onze school binnen. Hij vertelde dat Willem en zijn familie waren meegenomen door de Duitsers. Ze zaten in het verzet dat tegen de Duitsers was en namen daardoor een groot risico. En nu zijn ze opgepakt. Ik hoor heel de klas fluisterend tegen elkaar praten. “In het verzet? Ik dacht dat die Duitsers wel aardig waren.” Hoor ik een jongen uit mijn klas zeggen, terwijl hij er van schrikt hoe hard hij praat. Dan gaat de bel. Ik loop boos naar huis en vertel het tegen mijn ouders. “Het komt allemaal wel goed.” Zei mijn vader alleen om me gerust te stellen. Maar ik kon het niet los laten. “Komt hij ooit nog terug?” Vroeg ik aan mijn ouders. “We weten het niet, jongen.” Zeiden ze. “Die rot Duitsers ook!” Gilde ik van boosheid. Opeens horen we een stem. “Hallo, ist da iemand? Bin ich in Achthoven?” Horen we een boze stem zeggen. Mijn moeder maakt een gebaar naar me dat ik heel stil moet zijn. Ik ben bang. Opeens maakt iemand de deur open. Het is een Duitser, dat zie ik aan zijn leger uniform. Ik verstop me snel in de grote servies kast die al een lange tijd leeg staat. De Duitser neemt mijn ouders mee. Als ze weg zijn ren ik snel naar onze buren. Ik vertel dat de Duitsers mijn ouders mee hebben genomen. “Snel we moeten erachter aan!” Gilde ik hard. Maar ze hielden me vast. Ik begon te huilen. “Het is gevaarlijk.” Zei Arthur, mijn overbuurman. “En wij dan? Hoe moet het met ons?” Vroeg ik verdrietig.  “Zal ik mijn ouders en Willem ooit nog terug zien?”

Ontwerp door Willem Verweijen