Ik geniet - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Ik geniet - Mijn Kort Verhaal

Joelle Rijnaard

17 jaar - vmbo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Joelle Rijnaard (17 jaar)

? stemmen

Ik geniet

“Lena?”

Die helder blauwe ogen, blonde haren, witte tanden, bekende stem. Plots werd ademhalen moeilijk.

Ik herkende hem ook. Weinig van mijn menselijke herinneringen waren nog intact, maar deze was helder. Door mijn vampierenleven was ademhalen niet meer noodzakelijk. Ik durfde niet na te denken, bang dat deze herinneringen ineens zouden verdwijnen.

Tranen welden op en ik keek weg. Pijn schoot door mijn lichaam en ik sloot mijn ogen. Nee, dit kon niet waar zijn.

“Lena, gaat alles wel goed?”

Ik hoorde Jackson in mijn hoofd. Communiceren via gedachtes was handig, maar ook vreselijk irritant. Mijn hoofd bonkte door zijn stem, ik haatte het.

Ik schudde mijn hoofd. De jongen stond ineens op en pakte mijn hand vast. Jackson stond verbijsterend toe te kijken en deed niks.

Op het moment dat de jongen mij aanraakte wist ik het zeker. De overstap van vampier naar mens was gemaakt. Ik voelde mij geen monster meer.

Vince.

“Vince?” stamelde ik. Enkele tranen liepen over mijn wangen, en ik wou wegrennen maar ik kon het niet. Tintelingen schoten als bliksemschichten door mijn lichaam heen en ik voor het eerst in jaren voelde ik mij geen monster meer.

“Het is ok√©,” zei Vince en kwam dichterbij. Ik trok mezelf los zette een paar passen achteruit. Ik kon het niet. Ik was nog te jong als vampier om me zo goed tegen mensenbloed te kunnen verweren. Een deel van mijn lichaam schreeuwde om bloed. “Leentje.”

En ik brak.

Hij noemde me altijd Leentje. Altijd.

Hij zette weer enkele stappen dichterbij en ik liet het toe. Ik deed niks, ik zei niks maar voelde van alles. Hij pakte voor de tweede keer mijn hand vast en trok me naar zich toen.

Ik deed helemaal niks; hield mijn adem in.

Hij nam me in zijn armen en knuffelde mij. Ik snakte naar adem en even verloor ik de controle bijna, maar ik herpakte mijzelf. Voorzichtig knuffelde ik hem terug. Het voelde zo anders.

Ik sloot mijn ogen en ik snoof zijn geur op. Ik glimlachte.

“Waarom doe je zo raar?” fluisterde hij, “Ik mis onze tijden samen.”

Misschien was dit moment dat ik had moeten stoppen. Maar, ik deed het niet. “Je ogen zijn rood, je bent koud, je haalt helemaal geen adem. Wat is er aan de hand?”

“Ik, ik kan het niet vertellen,” mompelde ik.

“Hij weet teveel, Lena. We moeten iets doen,” zei Jackson in mijn hoofd. Mijn hoofd bonkte en schreeuwde om bloed.

“Ik weet het,” fluisterde ik haast naar Jackson. Antwoorden via gedachtes zat er niet in.

“Wat weet je?” vroeg Vince ineens. Hij keek geschokt en verward naar Jackson. Hij kwam enkele stappen dichterbij en pakte mijn handen.

Ergens in het donker zal er een lichtje branden, dat zo hard zijn best doet om gezien te worden, het vergeten wordt. Ik probeerde gezien te worden, maar dat pakte niet goed uit.

Ik keek omhoog, hopend op een antwoord dat aankwam vliegen.

“Wat moet ik doen mama?” Ik fluisterde en hoopte het niemand het zou horen.

“Je zal me nooit geloven”, zei ik, “Nooit.”

“Jawel! Lena, je kan me vertrouwen!” zei hij, haast schreeuwend.

“Nee, je kan niemand vertrouwen, dat heb ik wel geleerd,” mompelde ik.

“Lena, alsjeblieft. Zo erg is het toch niet?”

Dat was de druppel.

Alsof er een knopje werd omgezet, veranderde mijn hele stemming. “Niet erg? Niet erg? Ik ben een monster. Ik dood mensen, vermoord ze! Onschuldige mensen, Vince! Ik doe ze pijn. Ik drink hun bloed. Ik ben verdomme een monster, Vince! Iedereen is bang voor je. Doet alsof je gestoord bent. Rent weg voor je. Haat je. En wat doe ik? Mensen weg halen uit hun leven. Ik ben niet goed. Ik dood mensen. Ik ben een vampier, hoor je me?” riep ik. Hijgend haalde ik adem.

Wat heb ik gedaan…

Zijn ogen werden steeds groter, en hij deed een paar stappen achteruit. Hij is bang. Ik kon het ook nooit goed doen.

“En weet je wat het ergste is, Vince?” mompelde ik.

Hij slikte. “N-nee?”

“Ik geniet van iedere seconde.”

Ontwerp door Willem Verweijen