Iets van mij - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Iets van mij - Mijn Kort Verhaal

Dara van Vliet

18 jaar - vwo

192
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Dara van Vliet (18 jaar)

? stemmen

Iets van mij

Ik hoorde het slot opengaan, keek naar de grond en stapte naar binnen. Uitstellen had geen zin meer, dat wist ik, maar dat betekende niet dat ik niet bang was. Ik vermeed naar de muren te kijken en vond mijn weg door het huis met mijn blik naar beneden gericht. Eeuwig volhouden zou niet lukken. Ik moest die pijn nog een keer voelen, nog een keer echt meemaken voordat ik verder kon. Adem in, adem uit. Ik stond op. Mam keek op maar zei niets, wetend dat ik dit zelf moest doen. Ik wilde de deur opendoen, maar schrok toen dat niet lukte. Adem in, adem uit. Demonstratief duwde ik de deur open met mijn voet en ging naar boven.

Op de gang was het donker, de gordijnen in de werkkamer waren dicht en de deur naar mijn kamer ook. Toen ik mijn spiegelbeeld in de badkamer zag schrok ik, wendde mijn hoofd af. Aan de deur van mijn kamer hing een poster, maar hij hing er al zo lang dat de randen waren gescheurd en omkrulden. Ik voelde er niets meer voor, maar in mijn kamer hingen genoeg dingen die juist teveel betekenden. Adem in, adem uit. Nu kreeg ik de deur wel open, maar het voelde onnatuurlijk, alsof je nieuwe schoenen aandeed waar je voeten nog niet aan gewend waren. Opnieuw durfde ik niet naar de muren te kijken en liep de kamer door met mijn blik strak op de vloer gericht. Ik ging aan mijn bureau zitten, vouwde mijn linkerarm op tafel en liet mijn hoofd erop rusten. Nog een keer, adem in, adem uit. Ik rechtte mijn rug en draaide om.

De klap was niet zo hard als ik had verwacht. Ik had gedacht dat ik er niet naar zou kunnen kijken, dat het gemis teveel pijn zou doen. Even vergat ik te ademen, maar toen stond ik op en bekeek ze van dichtbij. Tot mijn verbazing lachte ik zelfs. Hoeveel uren was ik hier niet mee bezig geweest? Laag na laag, kleur na kleur. Het was de eerste tekening die ik had gekleurd met de nieuwe, dure kleurpotloden. Ik was er trots op, het licht en donker klopte en hoewel ik een voorbeeld had gebruikt was het gezicht net iets anders, zodat het toch mijn tekening was geworden en geen kopie. De volgende was beter, realistischer, en de kleuren leken feller. Ik leerde steeds beter hoe ik de potloden het best kon gebruiken en vond het steeds leuker. Mijn muren hingen vol met kleuren en elke afbeelding was van mij. Boven mijn bed hingen zelfs twee schilderijen, een van een vervallen kerk en een van een sterrenhemel die zo echt leek dat het in de lijst net een raam was. Ik ging elk klein kunstwerkje af, was meteen enthousiast om weer verder te gaan, mijn idee├źn op papier te zetten, maar toen ik aan mijn bureau ging zitten kon ik het niet. Nu was er wel een klap, dubbel zo hard als ik hem verwacht had. Dit was precies waar ik bang voor was geweest, waarom ik het had uitgesteld naar huis te gaan. De potloden lagen in mijn laden, nog geen meter van me af, maar ze voelden verder weg dan ooit. Ik kon het niet meer, niet omdat ik niet wilde, niet omdat ik niet durfde, maar omdat een deel van mij miste. De wond stak ineens weer en met moeite keek ik of het weer was gaan bloeden. Ik wikkelde het verband voorzichtig af, zoals de zuster me dat hadden laten zien, met een hand. Niet omdat mijn andere hand gewond was, maar omdat mijn andere hand niet meer bestond. Mijn bovenarm stopte net boven mijn elleboog, verder was er niets meer. Ik verbond de wond opnieuw staarde naar mijn bureau. Er spatte vocht op het hout, maar toen ik besefte dat ik huilde en mijn tranen wilde afvegen kon ik dat niet, omdat ik uit puur automatisme mijn verkeerde hand wilde gebruiken. Gefrustreerd sloeg ik met mijn andere hand op tafel. Waarom? Waarom ik? Ik snikte een keer maar schudde toen boos mijn hoofd. Nee, dacht ik, dit is niet wat ik wilde worden. Ik wilde alles behalve zelfmedelijden en daarvoor was maar een oplossing. Adem in, adem uit.

Ik had er zelf niets van gevoeld. Het enige wat ik me herinnerde was een fel licht en een knal. Toen ik wakker werd kon ik mezelf niet omhoog trekken, ik steunde op de hand die ik niet meer had, bovenop de wond en viel meteen flauw van de pijn. Maar pijn is iets dat je vergeet, gelukkig. Ik probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn om zonder pijnstillers een dag door te gaan, mijn arm terug te hebben, te tekenen, een instrument te leren bespelen, puur omdat het zou kunnen. Het deed pijn, niet aan mijn arm, maar van binnen. Nog steeds was er een oplossing, ik moest me er alleen aan overgeven. Adem in, adem uit.

Voorzichtig veegde ik de tranen weg, opende ik mijn lade, haalde er een vel papier uit en legde het op mijn bureau. Ik pakte een potlood met mijn linkerhand en keek uit mijn raam. Het was grijs buiten, maar in de weerspiegeling zag ik mijn ogen en voorzichtig begon ik te schetsen. Het ging nauwelijks. Ik had een paar keer de neiging iets weg te vegen met mijn andere hand, maar onderdrukte de paniek die opkwam als dat niet lukte. Het werd donkerder en donkerder, ik zag het niet meer. Net als voeger verdween ik in het papier, de lijnen, schaduw, licht donker. Het zou moeilijk worden, ik zou geduld moeten hebben, maar ik kon het, dit was een oplossing. Het potlood leek bijna als vanzelf te bewegen en ik wist dat de oplossing, de overstap, mogelijk was. Ik zou ervoor vechten als het nodig was, hoe dan ook. Adem in, adem uit.

Ontwerp door Willem Verweijen