Hoog in de lucht - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Hoog in de lucht - Mijn Kort Verhaal

Mirthe den Held

17 jaar - vwo

10
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Mirthe den Held (17 jaar)

? stemmen

Hoog in de lucht

Ik ren voor mijn leven. Er zit een gat zo groot als een kogel in mijn borst. Mijn wonden bloeden en mijn adem stokt.

Als ik mijn ogen open is alles om mij heen wit, er staat een groepje mensen om mij heen en ze kijken me nieuwsgierig aan. Met een schorre stem vraag ik ‘waar ben ik?’. Een kale man met een vriendelijk gezicht zegt: ‘loop maar mee’. We lopen over de witte watten, en dan zie ik het. We staan op een wolk! Beneden ons is een mistig aardoppervlak, mijn hoogtevrees slaat toe en ik loop weg van de rand. Ik snap niks meer van de hele situatie en vraag: ‘ben ik in de hemel?’ De man, die zichzelf voorsteld als Guyan verteld dat dit niet het geval is ‘Toen we je vonden was je bijna dood, we besloten je mee te nemen zodat je je verdere leven hier in rust kunt leiden.’ En zo begon mijn leven op de wolk…….

Passerende wolken werden begroet en bewonderd. Elke wolk heeft zijn eigen vorm, grootte en unieke inwoners. Regelmatig lig ik op mijn rug en kijk ik naar alle wolken. Het mooiste moment van de dag is de zonsondergang, wanneer alle wolken roze, oranje en geel kleuren en vervolgens verdwijnen in de sterrennacht. Onze wolk is die van de muziek en de zang, er zijn ook wolken met verhalen of met kunst. We leven allemaal in een perfecte wereld, maar zullen dit nooit weten omdat we niet kunnen vergelijken. Elke dag hoop ik weer die ene wolk te zien,steeds weer word ik gefascineerd door het onheilspellende donker en de rituele dans van de menigte in gouden gewaden, waarna er een stroom aan water op de aarde neerstort. Met jaloezie kijk ik dan naar de dansende menigte, en dan beeld ik mij in dat ik daar op een dag ook met zoveel passie sta te dansen.

Verstoord kijk ik op naar het lachende gezicht van Wanda. Wanda is mijn beste vriendin. Onze band is heel speciaal, het gebeurt niet vaak dat personen op de wolk een gezamenlijke voorgeschiedenis op aarde hebben. Haar haar is zo zwart dat het een blauwe gloed heeft, ze is kleiner dan ik. Haar sproetjes en de kuiltjes in haar wangen lachen altijd met haar mee. Ze is net als iedereen op deze wolk altijd vrolijk. Samen lopen we naar de plek waar het orkest zo gaat spelen. Iedereen heeft een taak, er zijn veel verschillende instrumenten met elk een eigen geluid. Wanda en ik zingen de vrolijke melodie. Met zoveel muziek maken brengt een vorm van extase met zich mee. Maar deze keer ben ik afgeleid, denkend aan hoe het zal zijn om te dansen.  

S’nachts droom ik over de donkere regenwolk. Maar steeds word ik wakker geschud door mijn plichten op deze plek. ook kan ik mijn vrienden niet achterlaten. Anderen wijzen mij er steeds vaker op dat ik afwezig ben. Zelf snap ik ook niet waarom ik hier niet gelukkig ben. Op deze plek is het goed. Maar toch, op die andere wolk lijkt alles zoveel beter.

Op een warme zomeravond, als ik weer eens dromerig naar de donkere wolk kijk komt ze naast me zitten. Ik schrik van haar aanwezigheid. Kyrocota, de belangrijkste persoon op onze wolk kijkt me bezorgd aan. En ze zegt: ‘gaat het wel goed?‘ Eerlijk vertel ik dat ik hier niet gelukkig ben. Ze lijkt niet verrast door dit nieuws en zegt:’op deze plek is er vrede, liefde en muziek. Jij hoort hier te zijn, waarom verlang je nu naar zo’n donkere regenwolk?’. Ik sla mijn ogen neer en zeg: ‘het spijt me, maar ik wil liever dansen in de regen, dan zingen in de zon. Op die andere wolk lijkt alles zoveel beter, ik wil hier niet langer opgesloten zijn!’. Haar blauwe ogen kijken me verdrietig aan. Ze zucht diep en haalt een hand door haar rode krullen. Vervolgens mompelt ze: ‘als dit jouw wens is, wie ben ik dan om je tegen te houden?’.

Ik moest tweeënzeventig dagen wachten totdat onze wolk eindelijk naast de regenwolk hing. Ik kon nu voor het eerst het tafereel van heel dichtbij bekijken, het was nog spectaculairder dan ik ooit had durven dromen. Nu was het moment aangebroken om het nieuws aan de anderen te vertellen. Ik liep naar de plek waar het orkest speelde, iedereen was er. Met tranen in mijn ogen sprak ik. In hun ogen was het onbegrip te lezen, maar niemand hield mij tegen.  

Wanda rende naar mij toe en omhelsde me stevig, ze had tranen in haar ogen. Dit was de eerste keer dat ik haar verdrietig zag. Met een bevende stem vroeg ze me: ‘zou je echt niet bij me willen blijven?’. Even twijfelde ik, was dit nu echt de juiste keuze? Is de plek waar ik naartoe ga echt wel beter? En is de sprong het risico wel waard? Toch vermande ik me. Ik omhelsde Wanda terug en zei haar dat ik haar zou gaan missen. Toen liet ik haar los en wenste ik haar al het beste. Kyrocota gaf me een laatste knikje. Ik draaide me om, om naar de rand van de wolk te lopen

Om op die andere wolk te komen moest ik eerst een grote sprong wagen. Ik deed mijn ogen dicht en sprak mezelf goede moed toe. Toen ik mijn ogen opende was ik vastberaden, ook al werd het mijn dood, ik moest en zal het proberen. Met een bonzend hart nam ik een grote aanloop en rende ik tot aan de rand van de wolk die ik ooit de mijne noemde. Zonder te kijken naar hetgeen wat ik achterliet sprong ik over de rand van de wolk. In mijn gedachten was ik al geland, maar in werkelijkheid bewoog de donkere wolken steeds verder van mij af. Spartelend probeerde ik vooruit te komen, maar niets hielp. Ik stortte ter aarde, meegesleurd door de zwaartekracht.

 

 

 

Ontwerp door Willem Verweijen