Het Reuzenrad - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Het Reuzenrad - Mijn Kort Verhaal

Gabrielle van Brussel

18 jaar - vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Gabrielle van Brussel (18 jaar)

? stemmen

Het Reuzenrad

Kinderen lachend met roze wolken in hun hand, verbrande gezichtjes en blauwe tongen van de zuurstokken die werden verkocht bij de plaatselijke kraam.
Om mij heen waren niet lang geleden nog mensen, als poppen bestuurd zonder het zelf te weten. Handen vast klauwend aan de metalen randen van de fel gekleurde bakjes, die met met ijzeren ringen zijn bevestigd aan de rest van het lichaam, dat maar rond en rond blijft draaien. Er komt geen einde aan. Of misschien is dat wat ze willen dat we denken. Dat dit reuzenrad zal doorgaan, zelfs wanneer je al was vertrokken. Wachtend tot zij de lach en de angst weer kon aanwakkeren. Maar reuzenraden slapen ook.
Wanneer de knoppen werden ingedrukt en de lichten langzaam als vlammen doofden, kwam zij abrupt tot stilstand, elegantie van het dansen niet meer aanwezig. Verdwenen, net als de mensen die eerst nog in de bakjes, die ze krachtig in haar handen hield, zaten. Moedeloos en levenloos, mijn gevoelens op een rijtje. Het reuzenrad leek op mij. Ik leek op het reuzenrad. En dit wist ik, want ik kende haar. Ze was als een vriend, een tweelingzus. Wanneer zij werkte, werkte ik. Wanneer zij sliep, deed ik dat ook. Maar allebei waren we dood. Het reuzenrad en ik waren niet jong, maar ook niet oud. En zeker niet iets daar tussen in. We waren tijdloos.
Het leven was als een wedstrijd. Killed or be killed. Of misschien was het meer als een oorlog, aangezien er nooit een echte winnaar was. Want er is altijd dat einde, of je nou de eerste of de laatste bent. Lang geleden had ik besloten dat ik niet meer meedeed met het spel. Ik werd ik en was niet meer een personage in iemand anders verhaal. Ik vroeg me soms wel eens af of de aarde een boek was. Ieder speelde zijn eigen karakter, maar niemand was echt de belangrijkste. En hoe je het ook wendt of keert, een boek komt altijd tot zijn einde.
Het was nacht en ik zat in het bovenste bakje van het reuzenrad. Boven mij waren sterren, als een stad, licht en fel. Hoe zou het zijn daar te wonen? Sterren waren ook tijdloos en soms wilde ik dat ik bij hen hoorden. Er werd gezegd dat wanneer je dood ging je een ster werd, of een engel. Ik weet het niet meer precies, maar als ik moest kiezen zou ik een ster worden.

Met mijn vingertoppen gleed ik over de rafels van het kussentje waar ik op zat. Ieder draadje had zijn eigen taak, wanneer de een los liet zouden de andere volgen. En dat deden ze, als bloemen die verwelkten. Misschien werden ze sterren, of engelen. Ik weet het niet precies. Ook weet ik niet hoe lang ik daar al was. Het maakte niet uit of ik op dat moment zou vallen of later. Het zou toch ooit gaan gebeuren.
Net als liefde. Dat is iets dat altijd wel komt. De ene vindt de man van haar dromen en de ander de broer van zijn leven. Zomaar ineens, uit de lucht gevallen. Als engelen. En toch, hoeveel men ook van elkaar kan houden, een druk op de knop en het was weg. Jaren werden weggegooid om die ene seconde.
Een paar tijdloze dagen geleden zou ik verdrietig zijn geweest om de liefde die ik nooit heb kunnen leren kennen. Maar nu had ik er vrede mee. Zij haatte mij, net zoveel als ik haar niet mocht. Ik ergerde me eraan hoe lief en mooi ze leek en hoe gemeen en wraakzuchtig ze eigenlijk was. Ze maakte kapot, strooide verdriet rond als zaden over een heide en brak banden van jarenlange vriendschap. We leken te veel op elkaar. Dat was dan ook waarom ik haar haatte.
Ik keek naar beneden. Niet zo lang geleden liepen daar mensen, en niet zo lang geleden was ik een van hen. Ik zou met een zorgeloze glimlach over de kleurrijke stenen lopen, mijn dagen eten als de zoete ijslolly, die ik in mijn hand zou hebben. Maar nu wist ik wel beter. Alles wat je ziet is maar een schim van hoe het er echt naar toe gaat. Niemand wilde de waarheid op zijn vragen, niemand wilde weten hoe het echt met je ging. Ze vroegen het alleen omdat ze bang waren wat er zou gebeuren als ze hun mond hielden. Maar wanneer ze de waarheid zouden horen, werden ze alleen maar banger. Ze zouden naar je schreeuwen tot er geen woord meer te zeggen was.En daarna zou jij je mond houden en leven door de leugens van anderen. Jezelf vertellen dat het goed was, zonder te weten wat goed betekent. Of je zou net als ik, op het topje van een reuzenrad zitten, met je vingertoppen over een kussentje glijden en naar beneden kijken, naar waar jij ooit was.
Weer keek ik naar de sterren. Hoe meer ik bleef kijken, hoe meer ik het wilde. Ik haatte mezelf omdat ik ergens bij wilde horen. Dat ik het niet langer volhield, alleen in de metalen doos. Weer wreef ik over de de stof en weer lieten er meer draden los. Ik wilde doorgaan tot er niks meer van over was.
Ik begreep niet hoe mensen het zolang vol hielden daar beneden, terwijl naar boven gaan alles was wat ik wilde. Ik snapte niet hoe ze daar met maskers door konden gaan, gelukkig konden zijn in hun eigen grote toneelstuk. Ook snapte ik niet dat ik het niet snapte. Want voor ik besloot tijdloos te zijn, was ik een van hen.
Maar nu had ik besloten dat dit het moment zou zijn dat ik voor de laatste keer naar beneden ging. Met mijn lippen gaf ik een zachte kus aan een van de ijzeren stangen van het reuzenrad en stapte ik met mijn been over de leuning. Om bij de sterren te kunnen horen, moest ik van buiten net zou zijn als ik was van binnen, dood.
Vallend viel ik.

Ontwerp door Willem Verweijen