Het Plan - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Het Plan - Mijn Kort Verhaal

Evelien Verbiesen

16 jaar - Vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Evelien Verbiesen (16 jaar)

? stemmen

Het Plan

Tik, tak, tik, tak. Het geluid van haar schoenen op het trottoir weergalmen door het steegje. De banden van de grote rugzak om haar schouders beginnen te snijden. Ze zet hem neer en gaat op een bankje zitten. Ze heeft nog genoeg tijd voordat de trein vertrekt: het station is om de hoek en ze heeft nog ruim een uur. Ze sluit haar ogen en haar gedachten dwalen af – als in een ouderwetse film spelen de afgelopen maanden zich voor haar ogen opnieuw af.

Het was net zo’n troosteloze dag als vandaag geweest, wanneer de regen onophoudelijk tegen de ruiten slaat en de tijd lijkt stil te staan. Ze had in het klaslokaal gezeten, aan het houten bureau met krassen, luisterend naar het tikken van de druppels op het dak, toen het begin van het plan zich als een houtworm haar brein was binnengedrongen. Het was bijna kerstvakantie, en de kinderen in de klas zaten zachtjes met elkaar te praten. Na vijf pogingen had ze opgegeven om ze wat bij te brengen en uiteindelijke met grote hanenpoten op het krijtbord gezet: “Doe maar wat. Fijne vakantie!”. Het klonk vrolijk, maar zo voelde ze zich niet. De school, met zijn oude, kleurloze inrichting had een aura van depressiviteit. Het was een leerfabriek: grauw, energieloos., kil.

Toen de bel haar en de kinderen had bevrijd was ze rechtstreeks naar huis gelopen, en ze kon het idee wat in haar hoofd was opgepopt niet van zich afzetten. Terwijl ze steeds verder verwijderd raakte van het kille gebouw, was het plan zich gaan ontwikkelen. Het kreeg staartjes, werd groter, groeide, vermeerderde zich, als een parasiet. Ze had het niet tegengehouden, liet het gebeuren. Haar kleren raakten doorweekt, haar lange blonde haren hingen in slierten om haar gezicht en ze begon te rillen. Haar buitenkant werd grauw en koud, maar binnenin explodeerde ze. Haar mond krulde om in een lach.

Ze stak de sleutel in het slot en deed de deur open. Het was donker in de gang en stonk, naar natte hond en oude etensresten. Ze baande zich een weg tussen de stapels kranten en glas, naar de woonkamer -er was niemand thuis, natuurlijk niet. Ze had geen man of vriend. Wel ooit geprobeerd, maar ze was de ware nog niet tegenkomen.

De rest van de avond had ze, luisterend naar de aanhoudende regen en loeiende wind, nagedacht. Het plan was inmiddels zo groot dat het al haar gedachten had overgenomen. Eigenlijk durfde ze het niet, maar het zou haar beter maken. Bevrijden. Ze zou zichzelf kunnen zijn, of nee, zelfs beter! Ze zou de persoon zijn die ze altijd al had willen zijn.

In de dagen, weken, maanden die volgden had het plan zich nog verder ontwikkeld. Ze dacht er altijd aan. Op school, als ze liep, als ze at. Het plan beheerste haar gedachten, maar kon haar ook beangstigen. Als een grote, verstikkende deken bevloog het haar, gaf haar het gevoel dat ze niet meer kon ademen. Dan begon ze te twijfelen. Moest ze het wel doen? Zou ze het wel kunnen? Dan nam het verstandige stemmetje in haar hoofd het weer over. Ze zou het doen. Het moest.

Ze schrikt op: een traan rolt over haar wang. Uiteindelijk bereikt hij haar kin, blijft even hangen en valt uiteindelijk naar beneden. Ze is nog steeds niet helemaal zeker over wat ze in hemelsnaam dadelijk gaat doen, maar is geen tijd meer om te twijfelen. Ze sluit haar ogen weer.

Nu stond ze in de grote spiegel op de badkamer naar zichzelf te kijken. Een wit, fel tl-licht verbleekt haar huid en twee holle ogen kijken zichzelf verbaasd aan. Op de wastafel onder haar liggen een kappersschaar en pakje zwarte haarverf. Zonder erbij na te denken pakt ze de schaar en knipt. Blonde plukjes dwarrelen als herfstblaadjes in de wind naar beneden, op de grijze tegels. Nog een knip, meer herfstblaadjes. Nog een, nog een. Om haar heen vormt zich een cirkel van blonde haren – ze staan symbool voor hetgene dat ze nu achter zich laat.
Nu de verf. Zonder de uitleg op de verpakking te lezen haalt ze het zakje er uit en smeert de verf met lange halen in haar haar. Na een halfuur spoelt ze het uit, fohnt het en dan tilt ze langzaam haar hoofd op om het resultaat in de spiegel te bekijken. Een andere vrouw kijkt terug. Ze heeft zwarte, korte haren die alle kanten uitstaan. Ze lijkt totaal niet op de vrouw van een uur geleden.

Ze wrijft even door haar korte haren, maar trekt al gauw haar hand terug. Het voelt nog steeds onwennig, alsof het niet bij haar hoort. Haar gedachten gaan terug.

Ze zit aan tafel en denkt aan de afgelopen dag: vandaag was ze voor het laatst op school geweest. Het ontslag nemen was verrassend makkelijk gegaan: de directrice had even vanachter haar grote brillenglazen verbaasd gekeken, maar met de uitleg dat ze “iets voor zichzelf ging doen” was ze al gauw akkoord gegaan en had het document ondertekend. Diezelfde dag was ze ook naar de huisbaas gegaan: ook die had even verrast gekeken, maar had verder geen vragen gesteld en zijn handtekening gezet.

Ze schrikt op uit haar gedachten en kijkt op het horloge dan om haar pols zit. Tijd om te gaan – ze hijst de rugzak om haar schouder, staat op en klopt haar broek af. Met kordate pas zet ze koers naar het station, want daar komt de trein al aan. Met piepende remmen stopt hij aan het perron. De deuren gaan met een zucht en een plof open. Ze stapt in en gaat zitten, ze heeft een zitje voor zichzelf. Aan haar rechterkant zit een man met een gerimpeld gezicht en een hele grote weekendtas. Achter haar zitten twee jongens hard te lachen. Ineens voelt ze de neiging om met ze mee te doen. Dus lacht ze, eerst zacht, maar daarna steeds harder en harder. Het voelt onwennig, maar tegelijkertijd ook verrukkelijk, vreugde vult haar lichaam. Wat ze doet is ongelofelijk krankzinnig, maar ze doet het toch. De trein trekt op, daar gaat ze. Dit is haar nieuwe leven.

Ontwerp door Willem Verweijen