Held - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Held - Mijn Kort Verhaal

Liselotte Schipper

19 jaar - vwo

6
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Liselotte Schipper (19 jaar)

? stemmen

Held

De sleutels van huis en auto rinkelden in mijn handen. Ik had Carla, mijn vrouw,  gezegd dat ik vanavond niet thuis zou eten. Het was beter zo. Voor geen van ons beide was het goed om vandaag samen te zijn. Wij hielden niet zo van het delen van emoties. Een betaalrekening delen was voor ons al meer dan genoeg.

De stoel naast me was leeg, zoals die tegenwoordig vaker wel dan niet leeg was. Carla zat maar zelden naast me in de auto. Alleen als er officiële bedrijfsfeestjes waren, of als we niet onder een afspraakje met haar familie uit konden komen, reden we samen.

De enige reden dat ik en mijn vrouw nog bij elkaar waren, was Floris. Voor onze zoon hadden we af en toe nog iets samen gedaan. Uitjes naar de dierentuin, af en toe naar de bioscoop en één keer in het jaar, echt alleen op zijn verjaardag, naar de McDonalds. Soms zag ik  zijn tienjarige gezichtje nog voor me, met een ondeugende grijns en smekende ogen. ‘We gaan toch wel frietjes eten, hé? We eten nóóit frietjes, papa.’

Floris was een bijzonder kind. Zo had hij al erg jong geweten dat hij later een held wilde worden. Voor hem was geen kantoorbaan weggelegd, dus was de kans dat hij de zaak over ging nemen algauw verkeken geweest.

‘Ik wil mensen redden,’ wist hij me te vertellen op zijn zestiende. ‘Geen levens kapot maken, zoals jij doet.’

Ik startte de motor en reed de gigantische parkeerplaats van de Zuidas af. De TomTom gaf achtentwintig minuten aan, maar rond etenstijd geloofde ik dat ding nooit zo. Lange files, ongeduldige bestuurders en seksistische radioprogramma’s waren hét recept voor een flinke vertraging. De A1 had me rond zessen al vaker onplezierige autoritten bezorgd.

De regen tikte vrolijk tegen het glas, terwijl de ruitenwissers met man en macht de weg zichtbaar probeerden te houden. Met samengeknepen ogen keek ik naar de natgeregende weg. Er was vandaag aan niets te zien dat er een verjaardag werd gevierd.

Normaal gesproken prees ik God voor het feit dat er nooit een McDonalds in Crailo was geplaatst. Floris’ verjaardag was de enige uitzondering op de regel. Op die dag mocht er van mij best zo’n restaurant in de buurt staan. Om nu bij de dichtstbijzijnde McDonalds te komen moest ik helemaal Bussum inrijden.

Zoals gewoonlijk was het een ramp om te parkeren in Bussum. Uiteindelijk zette ik de auto in een smal zijstraatje, half op de stoep geparkeerd. Ik knoopte mijn nette jas dicht en trok de sjaal recht om mijn nek. Daarna stapte ik uit, het hondenweer in. Met mijn aktetas geheven als paraplu, rende ik naar het lelijke restaurant.

Binnen was het verschrikkelijk benauwd en stonk het naar frituurvet en oud zweet. De ramen waren beslagen van het vocht. Een groepje straattieners keek vreemd op van hun milkshakes en hamburgers, alsof ik de eerste man in pak was die ze ooit hadden gezien.

‘Wat mag het zijn?’ vroeg een chagrijnige  jongedame vanachter de kassa. Haar donkere haren zaten weggemoffeld onder een zwart petje met daarop een gele “M”. Ik wierp een blik op het scherp verlichte bord achter haar.

‘Wat zou je me aanraden?’

‘Een Big Mac met Cola en friet,’ zuchtte ze geërgerd. ‘Zal ik dat maar voor u invoeren?’

‘Ja, doe maar.’

Met schuddend hoofd draaide ze zich om. Uit de verwarmde bakken pakte ze mijn maaltijd bij elkaar en stopte ze snel en geroutineerd in de gekleurde bakjes. De frietjes, die uit het rode verpakking staken, hingen slap naar beneden.

‘Saus erbij?’ vroeg ze, terwijl ze mijn bestelling op een dienblad kwakte.

‘Nee.’

Sinds Floris’ tiende verjaardag was het traditie om friet te eten bij de McDonalds, al was ik ieder jaar minstens tien minuten te laat gekomen. De blikken van mijn vrouw waren normaal al priemend wanneer ik te laat kwam, maar op Floris’ verjaardag werden ze dodelijk.

‘Waar bleef je nou?’ vroeg ze dan op ijzige toon.

Als antwoord gaf ik haar het meest gebruikte excuus van de afgelopen twintig jaar. ‘Druk op het werk.’

Met gezonde weerzin zette ik het dienblad neer op een tafeltje bij het raam en ging ik zitten op de hernia bevorderende bank. Behoedzaam keek ik om me heen, voor ik uit mijn aktetas een waxinelichtje en een aansteker pakte. Na twee keer proberen ging het lontje branden. Het kleine vlammetje viel nauwelijks op door de felle Tl-verlichting.

‘Pa? Ben jij dat?’ Een jongedame van halverwege de twintig kwam bij mijn tafel staan. Haar vriendelijke ogen waren omrand met uitgelopen mascara en haar natte haren vielen als een waterval langs haar hoofd. Ik merkte dat ik mild glimlachte toen ik haar herkende. De eeuwige verloofde van mijn zoon betekende meer voor me dan ik ooit had verwacht.

‘Ik dacht al wel dat je vlug zou komen,’ zei ik, voor ik opstond en haar een dikke kus op de wang gaf. Mila sloeg haar armen strak om me heen en toen ze me losliet, zag ik de tranen glimmen in haar ogen.

‘Ik mis hem zo,’ fluisterde ze. ‘Iedere dag weer.’

‘Ja, ik ook.’

Ze ging tegenover me zitten en pakte haar mobiel erbij, om die vervolgens tegen het doosje van de hamburger aan te leggen. Een foto van Floris in vol militair ornaat lichtte op. Op zijn borst prijkten verschillende onderscheidingen.

Ja, een held was hij wel geworden.

De tranen biggelden nu over Mila’s wangen, haar vuisten lagen op de tafel gedrukt.

‘Gefeliciteerd, Mila,’ wist ik uit te stoten. Ik pakte de Big Mac uit het bakje en scheurde hem in tweeën. Het grootste stuk gaf ik aan mijn bijna-schoondochter. Ik hief mijn halve hamburger, alsof ik proostte. ‘Op onze held.’

‘Op Floris,’ zei ze.

Het waxinelichtje brandde de rest van de maaltijd, als viering en gedenkenis. Zelfs toen we het restaurant verlieten, bleef het kaarsje branden. Mila en ik waren van mening dat dit het passendst was. Er was immers niemand meer om het kaarsje uit te blazen.

Ontwerp door Willem Verweijen