Haar sjaal - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Haar sjaal - Mijn Kort Verhaal

Susan van den Berg

17 jaar - atheneum+

21
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Susan van den Berg (17 jaar)

? stemmen

Haar sjaal

De perzikachtige lucht wordt langzaam donker terwijl de trein door het hobbelige landschap rijdt. Mijn vage haar danst mee op de golvende beweging die we maken. Rustig kijk ik om me heen; twee, zes, negen mensen zitten in de coupé. Als een boot glijden het huilerige echtpaar, drie verwarde jongeren, de beschadigde jongen, zijn niet-wetende broer en het kleffe stel over de heuvels.

Langzaam glijden ze langs de oneindige vlaktes op weg naar Utrecht om daar uiteen te vallen in stukjes die later weer een andere geheel zullen vormen. Als een soort paardenbloem die door de wind uit elkaar wordt geblazen zodat elk pluisje later weer een eigen toekomst kan opbouwen; een veld vol paardenbloemen.

Hoewel ik zou willen dat ze met elkaar praten, weet ik dat de drempel om te praten met een vreemde tegenwoordig hoger is, dan om dezelfde vreemde uit te schelden. Soms irriteer ik me rot als oude mensen zeggen dat vroeger alles beter was, maar… ze hebben wel een béétje gelijk. Ze hadden elkaar kunnen helpen, elkaar kunnen sturen en vertellen waar de kans het grootst is dat je de stenen raakt waardoor je niet zal groeien, waar juist wel èn nog zoveel meer.

De lampen flikkeren aan terwijl het buiten nog donkerder wordt. Even kijkt het jonge stel op. Ze kijken even naar elkaar en gaan vervolgens verder waar ze gebleven waren.

Een soort slome stilte vult de coupé. Zachtjes klinkt door de stilte het zachte geluid van een opzwepend popnummer; de niet-wetende broer heeft zijn koptelefoon opgezet en laat daarmee, opnieuw onwetend, zijn jongere broer alleen. Die kijkt verontschuldigend naar de huilerige dame. Zij probeert op haar beurt te glimlachen. Dit geeft weer een komisch gezicht in combinatie met haar rode ogen. Haar echtgenoot grinnikt en trekt haar zachtjes tegen zich aan. De jongen glimlacht zwakjes en in zijn ogen zie je dat hij héél even overweegt om naar het koppel toe te lopen, zodat zij hem een knuffel zal geven en hem rustig over zijn hoofd aait. Een hoofd dat vol met onzichtbare angst is gevuld. Dat is zijn probleem. Hij praat niet, hij denkt. Hij denkt zoveel. Meer dan je kan zien. Meer dan je kan bedenken. Daarom is zijn probleem ook zo gevaarlijk. Wie kan namelijk iemand helpen met een probleem wat niemand kan zien?

Hij doet het niet. Hij loopt niet naar ze toe, omdat het vreemd is. Misschien een heel klein beetje omdat hij het eng vindt, omdat hij het zo verrekte eng vindt. Terwijl zij het lijkt te zien. De vreemde vrouw met betraande ogen lijkt recht door hem heen te kijken en te zeggen “Gaat het wel? Voel je je oké? Kom lekker bij me zitten en neem je zorgen maar mee.” Snel doet hij zijn oortjes in en staart in de donkere wijde wereld. Je vertrouwd voelen wanneer je dit lang niet deed is immers een vreemd gevoel.

Kort kijkt de geheel in zwart geklede jongen op van zijn telefoon. Hij schraapt even zijn keel en de jongen naast hem start een zacht gesprek over een verjaardag waar hij laatst was. Tegenover hun grinnikt een meisje om zijn blunders. Ze maakt een opmerking over hoe stom dronken hij moet zijn geweest en dat hij serieus moet oppassen met alcohol. Hij is immers nog jong. “… en ik drink mijn hersenen kapot. Wat een onzin. Je lijkt mijn moeder wel Kris!” zegt de jongen van de blunders geïrriteerd. Zachtjes merkt ze op dat ze alleen een goede vriend probeert te zijn. Geïrriteerd snauwt hij haar toe dat ze wel meer probeert, maar dat alles mislukt. De stemming wordt grimmiger in de coupé hoewel het jonge stel vrolijk doorgaat.

Kris vraagt aan haar sjaal wat hij met die opmerking bedoelt, waarop de jongen in het zwart begint te grinniken. De jongen naast hem lacht met hem mee en maakt een pijnlijke rotopmerking. De sjaal wordt omgeslagen en staat vervolgens mèt het meisje op. Haar ogen zoeken de trein door voor een andere plek. Hier hoeft ze niet meer te zitten. Een coupé verder staat een studentenvereniging waar duidelijk wat gasten te ver in het glas zijn gevallen. Het kussende koppel is geen optie. Het echtpaar valt bijna in slaap en die gast met de koptelefoon ziet er niet aanspreekbaar, maar wel vriendelijk uit.

De trein maakt een bocht waardoor Kris snel zich vastklampt en daarna zo zelfverzekerd mogelijk door de trein heen loopt om vervolgens tegenover een jongen te gaan zitten die bijna lijkt te verdrinken in het donkere landschap. Ze pakt haar telefoon uit haar zak om de tijd de doden en kijkt uit het raam.

De trein remt en staat stil bij station Utrecht Vaartsche Rijn. De jongen in het zwart en zijn vriend staan op om uit te stappen. Eigenlijk moet de sjaal en het meisje hier ook uit. Ze zouden met z’n vieren naar de verjaardag van een gezamenlijke vriend gaan, maar de sjaal heeft eigenlijk geen zin meer. Ze denkt snel na en besluit om toch maar naar de deur te lopen. In haar haast valt haar sjaal op de grond. Ze staat al half op het station als de jongste van de twee broers op staat en zacht roept. “Ehh.. je verliest je sjaal.. denk ik.” Snel draait ze zich om en op het moment dat de twee elkaar ontmoeten gaan de deuren dicht. Snel trekt ze een sprint naar de deur, maar die gaat niet meer open.

Rustig loopt ze terug naar haar stoel. Verontschuldigend kijkt haar helpende hand haar in de ogen. “Je hoeft je niet te verontschuldigen. Ik had toch geen zin om met ze mee te gaan.” glimlacht ze vanachter haar sjaal.
Twee minuten later komen er twee mensen glimlachend de trein uit. Het meisje met de sjaal en de jongen met onzichtbare angst lijken elkaar te hebben gevonden. Net voordat ze nummers kunnen uitwisselen begint de jongen te rennen. “Sorry, anders mis ik mijn overstap!” schreeuwt hij. De paardenbloem valt uiteen.

Ontwerp door Willem Verweijen