Gehersenspoeld - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Gehersenspoeld - Mijn Kort Verhaal

Aniek Berkhout

19 jaar - Jaar 7 (vergelijkbaar met VWO)

4
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Aniek Berkhout (19 jaar)

? stemmen

Gehersenspoeld

Het is een treurige ochtend in oktober. De verlaten straten geven mij een leeg gevoel, iets wat ik hoopte niet te voelen. Mijn voetstappen klinken als bakstenen die naar beneden vallen. Om kwart over zeven hoor ik op de afgesproken plek te staan. Inmiddels ben ik bijna te laat, aangezien ik beneden een lichtje zag branden en niet via de voordeur naar buiten durfde te lopen. Mijn tas heb ik over een schouder geslingerd.

Buiten enkele lantaarnpalen branden er nergens lichtjes op dit tijdstip. De vertrouwde muur met de slogan ‘Kennis is Deugd’ valt mij niet eens meer op. Zelf ben ik het er niet helemaal mee eens, maar wat doe je er aan? Je kan je mening in deze nieuwe wereld beter voor je houden, anders hebben ze je snel te pakken.

De afgelopen paar jaar is er veel veranderd. De aarde is niet meer een planeet waar iedereen streeft naar vrede. De mens is nu zo vastberaden om te overleven dat ze alles zullen doen om dit te bereiken.

Niet geld, maar kennis is nu de hoofdprijs die men kan bereiken in het leven. De mens is te bang geworden van de afgelopen klimaatveranderingen en zoekt wanhopig oplossingen om zijn tijd op aarde te verlengen.

Van jongs af aan word je opgeleid om de meeste kennis op te doen, zodat er hopelijk zo snel mogelijk een oplossing gevonden wordt. Mijn vader is een hoog opgeleide arts in het centrale ziekenhuis. Van mij wordt precies hetzelfde verwacht.

De overstap wordt gezien als iets kwalijks. Het is in principe het verraden van je eigen omgeving en familie, iets wat niemand je ooit zal vergeven. Een enkel land in het oosten verzet zich tegen de gedachtegang van tegenwoordig en ontvangt iedereen die weer vrij wil zijn. Het enige waar je rekening mee moet houden is dat wanneer je de overstap hebt gemaakt, er geen weg terug is. Als ze je pakken staat er een hersenspoeling op je te wachten.

Aangekomen op het station loop ik direct door naar het perron. Onder het licht van een lantaarnpaal staat David.

‘Je bent gekomen,’ zeg ik.

Zijn armen om mij heen voelen als thuis, iets wat ik al heel lang niet gevoeld heb. Met een vader die altijd werkt en een moeder die enkel het beste van haar dochter verwacht is er niet echt sprake van liefde.

De overheid houdt iedereen in de gaten. Zodra iemand zich niet weet te concentreren op school of werk gaan er figuurlijke alarmbellen rinkelen. Binnen twee dagen ligt er dan een knalrode envelop op de deurmat met daarin een uitnodiging voor het psychiatrisch centrum, waar tegenwoordig concentratielessen worden gegeven om de hersenspoeling tegen te gaan. Een uitnodiging is eigenlijk niet het juiste woord. Je wordt gedwongen.

De trein brengt je naar het oosten. Waar de grens zich precies bevindt weet niemand.

‘Heeft iemand je gezien?’ vraag ik met een schorre stem. De afgelopen nacht heb ik nauwelijks een oog dicht gedaan, bang voor wat er komen zal. Op verraad van je eigen land staat een hoge straf, maar diegene die iemand verraad zal nooit meer hoeven te lijden.

‘Ik denk van niet. Ben je zeker dat je dit echt wil, Soof?’

‘Ja. Ik wil hier weg, voordat het te laat is.’ Ik weet niet of mijn leugen goed overkomt, maar David vraagt niet verder. De laatste paar dagen bezetten enkel twijfels mijn gedachten. Waarom verlaat ik straks een leven waar ik het niet eens zo slecht heb? Diep vanbinnen weet ik dat ik mijzelf voor de gek houd. Als ik mij ooit weer eens warm van binnen wil voelen moet ik hier weg.

Op dat moment gaan alle lichten van het perron aan. In de verte komt er een trein aangestormd. Toch neem ik voor de zekerheid een paar stappen achteruit en verstop mijzelf achter een pilaar. Ik kijk schichtig heen en weer, maar enkel het rode en blauwe licht in de verte valt me op. Eindelijk.

‘David,’ sis ik. David ziet meteen wat ik bedoel. Hij strompelt een paar stappen naar achter, maar weet duidelijk niet wat te doen. De trein is ondertussen met piepende remmen aangekomen bij het perron.

‘Halt houden. We weten wat jullie van plan zijn,’ schreeuwt iemand. Het enige wat ik mij kan beseffen is dat hij gepakt wordt.

Ik word wakker geschud uit mijn paniek als ik David voor mij uit zie sprinten. De deuren van de trein maken het bekende geluid.

‘Sofie, dit is onze kans!’

Als een persoon die vastzit in cement blijf ik staan. Van alles schiet er door mijn hoofd, maar ik lijk niet te kunnen bewegen. Uit mijn ooghoeken zie ik agenten het station in sprinten. Ik ben omsingeld.

‘Sofie!’

De deuren kunnen elk moment dicht gaan.

‘Halt, jongeman!’

Verward kijk ik naar een man die het perron op springt. Ik herken het pak als geen ander. Mijn vader. Eindelijk.

‘Sofie!’ roept hij met een duidelijke brok in zijn keel. Ik zie hoe de jongen me met glinsterende ogen aankijk. Hij snapt nog steeds niet dat hij door mij in de problemen zit.

Op dat moment gaan de lichten van de trein in een klap uit. Gelijk besef ik dat ik de goede beslissing heb gemaakt. Mijn eigen overstap is binnen een paar stappen gemaakt, terwijl de agenten David vast grijpen.

Mijn vader slaat zijn arm hijgend over mijn schouder. David houdt zich doodstil en wordt afgevoerd met een zak over zijn hoofd heen.

‘Kennis boven alles, pa,’ zeg ik met een schorre stem, vechtend tegen tranen. Ik deed dit voor David en zeker niet voor mijzelf. Verraad is iets naars en afschuwelijks, maar ik wil enkel het beste voor David.
Zonder het in de gaten te hebben, ben ik net zo behandelt als wat David nu te wachten staat. Ik ben zelf gehersenspoeld.

Ontwerp door Willem Verweijen