Finn's kerstochtend - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Finn's kerstochtend - Mijn Kort Verhaal

Mara Smit

18 jaar - vwo

5
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Mara Smit (18 jaar)

? stemmen

Finn’s kerstochtend

Het was kerstochtend en Finn was net wakker geworden. Hij voelde zich niet zo lekker, dus besloot een eindje te gaan wandelen. Toen hij bij de rand van het bos aangekomen was voelde hij zich nog steeds beroerd. Hij werd licht in zijn hoofd en hij viel flauw… Vlak voordat hij in elkaar zakte zag hij een gedaante naar hem toe lopen.

Ik werd verblind door het felle licht dat naar binnen scheen via de deurpost, toen mijn ogen eraan begonnen te wennen doemde er ineens een gedaante op in de deurpost. Ik liep ernaartoe en begon het wezen te zien. Het wezen had grote uitpuilende ogen, een klein schattig mondje en een heel groot voorhoofd. Het wezen ging naast mij op de bank zitten en zei: ‘Hoi, ik heet Nathaniël’. Ik antwoordde: ‘Hallo, mijn naam is Finn’. We gingen samen op de bank zitten en Nathaniël begon te vertellen:

‘We zijn hier niet meer in het bos waar je gister flauw was gevallen, toen je de deur van het huisje doorkwam, kwam je terecht op een andere planeet. De naam van deze planeet is Furud. Dit is mijn thuis.

Toen hij het hele verhaal had verteld was ik versteld van verbazing. ‘Hoe kan ik dan ineens hier zijn en wat moet ik hier doen en waarom heb je me hier naartoe gebracht?’ Nathaniël antwoordde: ‘Ik heb je hier naartoe gebracht, omdat jij de uitverkorene bent. Ik dacht bij mezelf: ‘Nu wordt het helemaal mooi, ik ben op een andere planeet met rare wezens en ik ben een uitverkorene?’ Ik zei tegen Nathaniël: ‘Wat moet ik dan doen als uitverkorene?’ ‘Je moet onze planeet redden van Rinkachi’ zei Nathaniël. Ik keek naar Nathaniël alsof hij chinees sprak. Ik zei tegen Nathaniël: ‘Van wat moet ik jullie planeet redden?! Alsof het niet al raar genoeg is dat als ik door een houten deur stap dat ik dan ineens op een andere planeet ben!’ Ik zag duidelijk aan Nathaniel’s gezicht dat hij geschokt was van mijn boze uithaal tegen hem. Nathaniël antwoordde: ‘Als je denkt dat je het niet in je hebt dan hoef je niet mee te komen hoor, maar dan is het wel jouw schuld dat onze hele planeet verwoest gaat worden. Je eigen keuze’. ‘Ik weet niet wat ik moet doen’ ,zei ik. ‘Ik weet dat ik jullie planeet niet zomaar kan achterlaten, maar ik weet ook niet of ik het wel kan’. ‘Natuurlijk kun je het, je hebt tenslotte het litteken van Rinkachi op je onderarm staan’ , zei Nathaniël. Ik keek naar mijn arm en verbaasd zei ik: ‘Huh? Ik heb dat litteken nog nooit opgemerkt’. ‘Ja, dat komt doordat het alleen zichtbaar is voor mensen van onze planeet’ , zei Nathaniël. ‘Maar hoe kan het dan dat ik het nu ook zie?’ ‘dat komt doordat je de waarheid nu weet over ons en ons bestaan’ , zei Nathaniël. ‘Weet je wat, rust anders maar even uit en slaap er nog een nachtje over’ zei Nathaniël. Dus ik ging weer in het bed liggen waar ik ook wakker was geworden en ik viel meteen in slaap.

Toen ik wakker werd stond Nathaniël voor mijn neus en zei: ‘We moeten je zo snel mogelijk naar de koning brengen’ zei Nathaniël.

En zo gingen we dus naar de koning. Het zou een heel eind lopen geweest zijn, maar gelukkig hebben de buitenaardse wezens ook iets dat op auto’s lijken. We gingen snel op weg. Onderweg was Nathaniël allemaal dingen aan het vertellen over hoe de stad eruit ziet en over hoe de andere bewoners van deze planeet eruit zien. Daardoor werd mijn zicht op deze planeet telkens beter. Na een paar uur kwamen we in de stad aan, die ik nu wel helemaal kon zien. Na nog een tijdje kwamen we bij een klein schattig paars huisje met een rieten dakje. We gingen er naar binnen en het rook er echt verschrikkelijk. Het rook naar allemaal kruiden die verbrand waren waar hele nare geuren vanaf waren gekomen. Ik werd er zelfs een beetje onwel van. Ik keek om naar Nathaniël, maar die begon ineens te vervagen en het huisje om hem heen ook en alles werd weer licht net zoals in mijn droom. Ik probeerde Nathaniël nog vast te grijpen, maar hij leek wel een wolk, ik greep er zo doorheen. De omgeving werd steeds lichter en lichter toen alles zo licht was dat alles ineens zwart werd voor mijn ogen.

Ik viel flauw.

Toen ik weer bij bewustzijn kwam lag ik ineens weer in het bos waar ik die ochtend was gaan wandelen toen ik mij niet zo lekker voelde. Ik werd overal aangeraakt en ik kon me niet bewegen. Ik me niet kon bewegen, maar ik kon wel alles horen en zien. Ik zag dat er allemaal ambulancepersoneel om mij heen zat en mij aanstaarde toen ik tegelijkertijd hun ook aanstaarde. Ze stonden op en hielpen mij overeind. Ik begon mijn gevoel weer terug te krijgen en ik kon me langzamerhand weer bewegen. Het ambulancepersoneel hielp me de ambulance in en ik ging zitten terwijl ze allemaal testjes op mij uitvoerden.

Nadat het ambulancepersoneel klaar met mij was brachten ze mij naar huis. Toen ik mijn huis achter de bomen zag opdoemen bedacht ik me dat het kerstochtend was. Mijn moeder kwam het huis uitgerend en omhelsde mij alsof ze mij in geen eeuw had gezien. We gingen samen naar binnen en mijn moeder zei tegen het hele gezin: ‘Nu iedereen er is kunnen we lekker beginnen aan het kerstontbijt’.

Terwijl ik zat te eten kon ik de gedachte van Nathaniël en het huisje en de woestijn maar niet uit mijn hoofd krijgen. ‘Het leek allemaal zo echt’ dacht ik.

Later, toen ik net had bedacht dat het vast maar een droom was, keek ik verbaasd naar mijn onderarm. Er zat ineens een litteken op. Het litteken van Rinkachi.

Ontwerp door Willem Verweijen