Eind goed al goed? - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Eind goed al goed? - Mijn Kort Verhaal

Rosa Wever

17 jaar - Gymnasium

39
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Rosa Wever (17 jaar)

? stemmen

Eind goed al goed?

Eind goed al goed?

BOEM! De deur slaat dicht. Daar staat mijn vader. “Wat heb je nu weer voor iets stoms gedaan Jayda?” schreeuwt hij. Ik kijk hem bang aan. “Trek niet zo’n dom gezicht, je weet heus wel wat ik bedoel!” schreeuwt hij weer en slaat me.

“Auw!” Ik kijk op mijn arm en zie een grote rode plek. “Nee, eigenlijk niet” zeg ik. Hij geeft me een schop tegen mijn scheenbeen. Ik voel een pijnscheut door mijn hele been.

“Ik kreeg net een belletje van je school, dat je er vandaag niet was!”

“Ik heb geen idee waarover het gaat!” schreeuw ik terug.

“Wat denk jij wel, schreeuwen tegen je vader. Rot toch op!” Hij loopt weg en slaat de deur weer dicht. Ik ga in mijn bed liggen. Ik bel Nora. “Hey Noor, kan ik bij je blijven slapen? Mijn vader en zijn vriendin gaan weg”.

Zo gaat het de laatste paar maanden dus vaak. Mijn vader en zijn vriendin schreeuwen vaak tegen elkaar. Dan verstop ik me op mijn kamer en laat ik me de rest van de dag niet meer beneden zien. Alleen om wat eten te halen. Ik moet het aan iemand vertellen, maar dan ben ik bang dat ze nog bozer worden.

Op school gaat het ook niet super. Ik zie het nut gewoon niet meer om naar school te gaan, want ik ga toch werken. Dit jaar hoef ik alleen nog maar af te maken voor de wet. Ik heb er helemaal geen zin meer in, vooral nu mijn vader en Sascha zo stom tegen elkaar doen. Ik kijk op mijn mobiel. Het is 10 uur, ik ga naar Nora.
Als ik wakker word is het 7 uur. Eindelijk een keer op tijd! Ik pak mijn tas. Als ik de trap af loop hoor ik Nora. “Hey Jayda, lekker geslapen? Kom, we moeten bijna naar school.”

Als ik thuiskom zijn ze weer ruzie aan het maken. Ik ren de trap op en zeg niets. Ik hoor mijn moeder zeggen: “Kom op John, doe normaal! Iedereen weet toch dat het niet goed gaat!”

“Doe niet zo dom. Ik ga weg, ik ben er helemaal klaar mee!” zegt hij. Ik hoor de deur dichtslaan. Ik vraag me af of hij echt weg gaat. Ik loop naar beneden en Sascha ziet me. “Ga weg, rotkind! Dit is tussen mij en je vader!” Ze schopt en duwt me, zodat ik met mijn hoofd tegen de muur val. Ik ren naar boven en moet huilen. Het doet zo’n pijn, waarom moet dit nou?

Ik pak de telefoon. Ik ga zitten op mijn bed met de telefoon in mijn hand. Ik twijfel of ik het ga doen. Het wordt te gevaarlijk. Maar als ze er achter komen, misschien gaan ze me dan nog harder slaan. Ik typ het nummer in. Nee, ik doe het niet. Misschien een andere keer. Nu is het niet het goede moment. Ik hoor haar naar boven komen. “Sorry Jayda, zo bedoelde ik het niet. Ik ben gewoon bang dat je vader niet meer terugkomt,” zegt ze. “Kijk, ik vind het ook moeilijk. Ik heb ineens een gezin met een puber erbij.”

“Ja, ik begrijp het” zeg ik.

 

Er is een week voorbij. Het gaat nog steeds niet goed in huis. Mijn vader is nog niet terug, hij slaapt bij een vriend van hem. Ik woon nu samen met Sascha in huis. Ze weet niet hoe ze met me om moet gaan. Dan worden we allebei weer boos en gaat ze me weer slaan. Ze drinkt ook veel. Als ik beneden kom staan er allemaal flessen op tafel. Ik moet hier echt iets aan gaan doen.

Op het schoolplein zie ik Nora. Ik zwaai naar haar, maar ze zwaait niet terug. Ze kijkt me aan en loopt naar haar andere vriendinnen. Zij kijken me ook aan en praten met elkaar. Ik loop het klaslokaal binnen. Nora komt naast me zitten en zegt: “Wat zie je er moe uit, je hebt ook een blauwe plek op je arm.”

“Oh, ik was van mijn fiets gevallen.”

Verder zeggen we niets. Als de les is afgelopen blijft Nora zitten. “Ik moet nog even wat zeggen tegen de docent. Ga jij alvast maar je jas pakken, dan kom ik er zo aan.”

“Prima,” zeg ik. Ik loop naar mijn kluisje en wacht daar op Nora. Nora doet zo afstandelijk. Is er misschien iets met haar aan de hand?

Als Nora terugloopt vraag ik: “Waarom moest je naar de docent?”

“Oh, ik moest even wat vragen over het wiskunde huiswerk, niets bijzonders. Snap jij het?”

“Nee, geen idee.”

Als ik thuiskom zie ik dat Sascha aan tafel zit met ijs op haar arm. Het glas in de kast is gebroken. Er liggen allemaal scherven op de grond. Er is hier iets ergs gebeurd. “Wat is er aan de hand Sascha?”

“Je vader kwam weer thuis. Nu is hij weer weg.”

“Gaat het?”

“Ja hoor.”

Ik pak de telefoon en typ het nummer in. Deze keer ga ik het doen. Ik weet het zeker. Ik druk op het groene hoorntje. De telefoon gaat over. “Met de kindertelefoon, hoe kan ik je helpen?” “Hoi, ik ben Jayda en het gaat niet goed bij mij thuis.” “Vertel, Jayda.”

De volgende dag staat er politie voor de deur. Sascha schrikt. Ze doet open. “Hallo politie, wat komen jullie doen?”

“Hallo. We kregen een melding van de kindertelefoon dat het hier niet goed gaat.”

“Heb jij dit gedaan, Jayda?” roept Sascha.

“Rustig maar, mevrouw. Het komt allemaal goed.”

De volgende dag belt Nora. “Hey Jayda, gaat het goed? Ik hoorde van de mentor dat je thuis blijft.”

“Ja, het gaat goed. Ik heb de kindertelefoon gebeld omdat het niet goed bij mij thuis ging. Ik vertel het morgen wel.”

“Top.”

De volgende dag staat de politie weer op de stoep. Ik doe open. Ze zeggen dat ik mee moet komen naar mijn nieuwe gezin. Ik wil er niet heen. Maar ze zeggen dat het voor mij het beste is…

 

Ontwerp door Willem Verweijen