Eenzaam en verlaten - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Eenzaam en verlaten - Mijn Kort Verhaal

Ewa Sierpińska

19 jaar - vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Ewa Sierpińska (19 jaar)

? stemmen

Eenzaam en verlaten

Hele wereld lag onder de sneeuw te slapen. Reusachtige treurwilgen bogen zich onder het ballast van sneeuw boven Jessica’s hoofd. Het meid liep langzaam in het maanlicht met haar hoofd verborgen tussen haar schouders. Rode haarlock viel op Jessica’s wang toen zij zich boven de graf boog. Haar eens lustige ogen raakten nu hun glans kwijt. Maar hoe zou zij nou blij kunnen zijn? Haar hele wereld stoortte in toen haar beste en tegelijkertijd enige vrienden stierven in een vliegramp. Dat was een nachtmerrie. Jessica voelde hoe tranen in haar ogen opwelden. Zij haalde diep adem en hief haar hoofd. Tientallen sneeuwvlokken voelden als kleine kusjes op haar huid. Zij bleef met haar gedachten bij haar vrienden. Het meid moest glimlachen toen zij zich herinnerde hoe zij zich ontmoetten. Jessica kon daar echter niet te lang over nadenken. Het was te pijnlijk. Hun blikken in haar geheugen veroorzaakten alleen meer pijn. Jessica gooide zich op haar knieën en nam het grafsteen in haar armen. “Het spijt me” zei ze heel zacht met een trillende van het kou stem. De tranen stroomden als een klein riviertje op haar wang. “Het spijt me,” herhalde Jessica, “dat is mijn schuld.” Jessica beschuldigde zich voor hun dood. Derek, Aaron en Emily waren op weg naar haar, toen hun vliegtuig door een sneeuwstorm spoorloos in de donkere oceaan verdween. Vanaf dat moment voelde Jessica alleen leegte en eenzaamheid, waar ze ook was en wat ze ook deed.

-“Het verlies doet pijn, toch?”zei een schorre stem achter Jessica.

Zij schrok ervan. Toen het meisje achter zich keek, zag ze een lange man zo mager als een lat. De man leunde op een wandelstok en toch kromde zich verschrikkelijk.

-“Wie bent U? Ik geloof niet dat wij elkaar ooit hebben ontmoet, toch?”vroeg Jessica zich af van de grond heffend.

-“Jij hebt gelijk. Wij hebben ons nog nooit ontmoet, maar ik heb echter jouw vrienden leren kennen. Zij waren heel braaf. Zelfs toen hun tijd kwam.”zei de man en liep langzaam naar de graf toe. Jessica deed een paar stappen naar achter en bleef de man sterk aaankijken.

-“Hoe weet U dat?!”riep Jessica huilend “Wie bent U?!”

-“Iemand die iedereen aan het einde ontmoet.”

-“Dood. U bent de Dood.” fluisterde meisje zacht alsof ze bang was voor haar eigen woorden.

De man knikte alleen met zijn hoofd. Voor een moment was het helemaal stil. Daarna draaide de Dood zich om en ging naar het bankje onder een van de treurwilgen zitten.

-“Ik kwam naar jou met een aanbod. Ik weet dat jij je hier niet meer thuis voelt. Het ligt niet aan dit land maar aan jou vrienden. Ik kan je helpen. Ik kan je naar hen toe brengen. Naar de plek waar ze allemaal op jou wachten. Naar de plaats waar je nooit meer pijn zult voelen. Zou je dat willen? vroeg de man onheilspellend glimlachend.

Jessica deed enkele stapjes richting de man en stopte. Zij voelde hoe haar lichaam trilde. Echter was zij niet bang. Niet na wat de man zei.

-“Maar mijn vrienden zijn dood en ik leef nog steeds. Waarom zou ik dood willen gaan?” vroeg Jessica.

De man stond op, ging naar Jessica toe en fluisterde in haar oor: “Omdat je geen enkele reden hebt om te leven.” Nadat hij deze woorden uitgesproken had, deed hij enkele stappen naar achter, draaide zich om en ging weg. Voordat hij helemaal verdwenen was zei hij nog iets. “Ik wacht op jouw antwoord tot volgende middernacht. Jij zult mij hier vinden, en nog maar één verzoek. Kom niet te laat. Ik heb een hekel aan telaatkomers.”

Jessica stond nog een paar minuten stomverbaasd. Zij kon haar eigen ogen niet geloven. De woorden van de Dood klonken nog steeds als de bel van de kerk in haar hoofd. Maar dat verbaasde haar niet. Jessica dacht daar nog vroeger over na maar kon zulke gedachten niet accepteren. De hele weg naar huis dacht ze over de aanbod van de Dood. “Dat is geen slecht ding, toch? Het is alleen maar een overstap. Iedereen moet toch ooit een overstap in zijn leven maken. En nu is mijn tijd.” Herhalde Jessica tegen zichzelf alsof ze zichzelf probeerde te kalmeren. Eenmaal thuis gekomen ging ze meteen naar haar kamer. Het meid kon niet in slaap vallen. Zij bleef hele nacht voor het raam zitten met een kopje thee. “Een overstap.” Herhalde Jessica. “Maar heb ik dan geen andere mogelijkheid?” Dat gedachte bleef in haar hoofd. Het meisje bleef hele dag op haar kamer zitten. Zij wandelde alleen van de ene hoek naar de andere, steeds denkend aan de gebeurtenisen van de laatste nacht. In eerste instantie wilde zij zich voorbereiden op de overstap, maar hoe meer ze daar over dacht, hoe meer bedenkingen zij had. Het was bijna tijd en Jessica moest vertrekken. Zij had nog geen idee wat zij tegen de Dood gaat zeggen. Zij had geen haast. Jessica was ervan bewust dat dit haar laatste avond op dit wereld kon  zijn. Toen zij al op het kerkhof was gekomen, was de Dood nergens te zien. Het meid nam de plaats op het bankje en wachtte tot de klokken van de kerk het middernacht aanwezen.

-“Ik wacht op jouw antwoord.”zei de man achter haar rug.

Jessica stond langzaam op en draaide zich om. Zij wist niet wat ze op dat moment moest zeggen, maar toen zij in de ogen van de Dood keek, kwam het antwoord zelf naar haar toe.

-“Ik moet jouw aanbod afwijzen. Het is waar dat ik een overstap moet maken, maar dat hoeft niet perse een overstap naar een andere wereld te zijn. Ik heb besloten om een mentale overstap te maken. Het is tijd om eindelijk volwassen te worden en zich bij hun dood neerleggen.” zei Jessica en ging weg. Toen zij zich voor de laatste keer omdraaide, zag ze de man niet meer. De Dood verdween in de duisternis samen met het heimelijk gehuil van de doden.

Ontwerp door Willem Verweijen