Eendosheks - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Eendosheks - Mijn Kort Verhaal

Merel van der Meijden

20 jaar - Havo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Merel van der Meijden (20 jaar)

? stemmen

Eendosheks

‘Heksen kunnen vanaf hun achttiende verjaardag in uilen veranderen. Wist je dat nog niet? Onder welke steen heb jij gezeten de afgelopen achttien jaar?’ Ik kijk Annora een beetje zielig aan. ‘Jij kan het makkelijk zeggen, je bent al achttien.’ Ik ben een Eendosheks. De noordelijke soort heks. De mensen in het kleine dorpje en Annora zijn Kikuifheksen, de zuidelijke soort. Mijn ouders en ik zijn sinds zeven maanden in het Groene Woud. Heel origineel: het is een bos met varens, waardoor het bos groen kleurt. ‘Ik maak maar een grapje. Ik dacht alleen dat jouw soort hetzelfde deed als de onze.’ zegt Annora. Zij heeft mijn familie en mij geholpen om ons aan de levenswijze aan te passen. Sindsdien zijn we beste vriendinnen. Ze legt een hand op mijn schouder ter geruststelling. Ik zucht en kijk haar aan. ‘Nope, bij mijn soort is het anders, dan krijg je een nieuwe ketel of iets dergelijks.’ Ik zei het alsof ik mijn ontbijt bestelde bij ‘De groene kikker’, een café in het dorpje.

‘Annora, ik ga denk ik aan het stamhoofd vragen of het überhaupt mogelijk is voor ons “Noorderlingen”om zoals jullie in een uil te kunnen veranderen. Morgen word ik achttien, dus ik moet het vandaag doen!’ Ik sta vastbesloten op van het grijze rotsblok om mijn bezem te pakken die tegen een boom verderop is geparkeerd. Netjes tegen een boom, zoals het hoort. ‘Noortje, wacht! Ik ga met je mee. Ik help je erbij.’ Annora staat op en haalt haar toverstok uit haar koker die aan haar paarse bloemetjes riem hangt. Met een zwaai van haar staf vliegt haar bezem vanzelf naar haar toe. Met één soepele beweging vangt ze hem op en zwiept haar been over het stukje hout. ‘Wie als eerste in het dorp is!’ Na die woorden vliegt ze weg. Haar rode, wijde rok achter haar aan wapperend.

Vlug ren ik naar mijn bezem, want dat is sneller dan toveren. Binnen vijf seconde zweef ik achter haar aan. De lucht is blauw en ons haar wappert in de koele lentebries. Mijn blonde haren zwiepen in mijn gezicht en ik veeg ze weg. De achteruitkijkspiegels laten de steen al snel achter ons. Het bos flitst voorbij en binnen drie minuutjes zijn we bij het dorp. We stappen van onze bezem af en nemen hem in onze hand. ‘Gefeliciteerd, je was net iets eerder.’ zeg ik tegen Annora. Lachend lopen we over het plein waar een groot kampvuur in het midden brand. Het is er altijd druk en gezellig rond dit tijdstip. Heksen en tovenaars kletsen hier over hun dag en verkopen bij hun houten kraampjes etenswaren en kleding. We lopen langs de mensen en de kraampjes, naar de tipitent van het hoofd van de clan. Het is een grotere tent met een bruin doek in plaats van wit, zoals bij het gewone volk het geval is. Onze bezems parkeren we naast de tent en we gluren naar binnen.

Annora neemt het woord. ‘Kunnen we binnen komen, o stamhoofd?’ Met een zachte ‘ja’ uit de tent wenkt Annora me, we kunnen doorlopen.

Bij binnenkomst gaan we op onze knieën zitten, uit respect. Het ruikt binnen naar wierook en overal hangen kleurige kleedjes. Het stamhoofd is oud en heeft grijs haar. Haar regenboog kleding is bedekt met allemaal gouden sieraden die geluid maken wanneer ze beweegt. ‘Vertel mijn kindjes, waar kan ik jullie mee helpen.’ vraagt Anita, het stamhoofd met haar vriendelijke kinderstem. Ze glimlacht er vriendelijk bij. ‘Ehm, stamhoofd. U weet natuurlijk dat ik van een andere soort kom en ik vroeg me af of het voor mij mogelijk is om net als de Kikuifsoort in een uil te kunnen veranderen, wanneer ik achttien word.’ Alles kwam er als één waterval uit. Anita lacht vriendelijk en staat op van haar kleedje. ‘Nee, mijn kind. Helaas kan dat niet. Alleen de Kikuifsoort kan dat.’ Ik voel de teleurstelling over me komen. ‘De enige optie is om ook een Kikuif te worden.’ Ik kijk geschrokken op. Zou dat kunnen? ‘Ik zou dan graag bij uw soort willen horen.’ antwoord ik hoopvol. ‘Ik voel me al thuis bij uw soort.’ Anita knikt tevreden. ‘We regelen het.’ Ze loopt naar een kastje en haalt er een flesje uit. ‘Drink hier uit bij klokslag twaalf en je zal overstappen naar onze soort.’ Ik pak het dankbaar aan en samen met Annora loop ik de tent uit.

Annora huppelt bijna de tent uit ‘Laten we wachten tot het moment daar is op onze speciale steen! Zo spannend, we kunnen dan samen vliegen op je verjaardag!’ Terwijl Annora enthousiast voor me loopt ben ik alleen maar zenuwachtig. Het moet voor twaalven, alleen het is dan ook mijn verjaardag. Zal het alle twee tegelijkertijd kunnen? Het wordt al donker. Het drankje moet op het juiste moment gedronken worden. Ik pak mijn bezem naast de tent en we vliegen weer terug naar de rots in het bos. Tijdens de vlucht denk ik alleen maar aan het drankje in mijn zak.

‘Oké, het is bijna tijd Noortje.’Annora kijkt op haar sterklokker, een apparaat waar mee je de tijd kan zien. ‘Als je klaar bent, tel ik af en drink jij. Klaar?’ Ik knik en met trillende, zwetende handjes pak ik het dopje voorzichtig vast en trek de kurk er uit. Annora telt. ‘Drie, twee, één..’ Ik leg de opening van het flesje aan mijn lippen en drink. De tintelingen zijn voelbaar als ik de vloeistof inslik. ‘En? Is het gelukt?’ Wil Annora weten. ‘Ik hoop het.’ antwoord ik. ‘Doe mij na.’ Ze gaat staan en spreidt haar armen. In een flits verandert ze in een sneeuwuil. Ik doe aarzelend hetzelfde. De tintelingen nemen het over en ik ben een kerkuil! Ik zie dat Annora net zo gelukkig is als ik. Ze vliegt weg en ik volg haar. Ik heb geen idee waar naartoe, maar ik hoop ver weg. Naar het avontuur, over de maan, naar de sterren.

Ontwerp door Willem Verweijen