een onverwacht afscheid. - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal een onverwacht afscheid. - Mijn Kort Verhaal

Wieneke Stuart

17 jaar - Havo

28
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Wieneke Stuart (17 jaar)

? stemmen

een onverwacht afscheid.

”Laat maar gewoon, je snapt ook niks hé!” ik zei het harder dan ik verwacht had dat ik het zou zeggen. Hij schrok, dat zag ik. Net goed. ”Waarom doe je nu zo boos? We zijn echt gewoon vrienden. Jij hebt toch ook jongens vrienden?” hij zei het met een aarzeling. Toch merkte ik enige zekerheid in zijn stem. Ik voelde de boosheid in me opborrelen. Waarom was ik nou zo jaloers? Nee, dit was zijn schuld. Dan moest hij maar niet zo flirten met andere meisjes. ”Jij bent de gene die lekker met andere meisjes flirt”. Ik zei het boos. Ik wist ergens ook wel dat ik een lijn overging maar ik kon mezelf niet stoppen. ”Ik flirt niet met haar, ze is mijn beste vriendin sinds groep 7! Ik weet niet wat die vrienden van jou zeggen maar ik gaf haar alleen een knuffel toen we naar huis gingen” hij was rood aangelopen en balde zijn vuist. Hij hield zijn woede voor me in, maar het kon me niks meer schelen. Ik was boos ik weet niet waarom maar ik was boos, en verdrietig. Ik haalde mijn hand door mijn haar heen. Ik zuchtte. ”Laat mijn vrienden hier buiten, en stop met liegen tegen me” zei ik kil. Ik stapte van zijn bed af. Het bed waar we zo vaak geknuffeld hadden. Waar we gelachen hadden. Hij betekende zoveel voor me, en het maakte me zo jaloers.Wat deed hij toch met me. Hij greep mijn hand, zijn boosheid was verdwenen en hij keek me aan met wanhoop in zijn ogen. ”Alsjeblieft, geloof nou niet zo’n stom gerucht.” Ik schudde mijn hoofd boos. ”Je snapt het niet”. Er kwamen tranen in mijn ogen. Wat wou ik graag in zijn armen springen en gewoon vertellen hoe onzeker ik was dat hij weg zou gaan. Maar ik deed het niet. ”Wij zijn voorbij” mijn stem brak terwijl ik dit zei. Hij stond op en ik zag boosheid, wanhoop en verdriet in zijn mooie ogen. Ik kon hem niet aankijken. Ik draaide me om. Liep zijn kamer uit. Liep de trap af. Hoe vaak heb ik wel niet op deze trap gelopen dacht ik. Ik stond voor de deur. Nu kon ik nog terug, nu kon ik het nog oplossen. Wat deed ik, ik wou dit helemaal niet. Ik hoorde hem de trap aflopen. Ik opende de deur. Sloeg hem dicht terwijl ik nog een glimp van hem opving. Ik stapte op mijn fiets. Ik fietste met alle kracht die ik had weg, Pas toen ik in de polder was ging ik rustiger fietsen. Ik voelde tranen over mijn wangen rollen. Wou ik hem kwijt? Nee. Het onzekere stemmetje in mijn hoofd zei weer ”Ja maar hij ging vreemd”. Ik schudde mijn hoofd. Alsof de gedachtes dan ook zouden verdwijnen. Ik hoorde een doffe harde knal. Ik hoorde getoeter. Ik keek naar de drukke weg achter de polder. Er was een fietser aangereden. Ik voelde in mijn keel een brok opkomen. Nee, dacht ik. Nee. Dat kan hem niet zijn. Ik fietste verder naar huis en huilde heel de avond, totdat mijn telefoon ging. Ik nam op. Ik hoorde een gebroken vrouwen stem. Ik slikte het was de moeder van Felix. Alles wat ze zei ging dwars door me heen. Alleen dat zij en de rest van de familie al in het ziekenhuis waren. Ook dat ik mocht komen. Alles was een grote waas. Totdat ik Daphne aan zag lopen. Zijn beste vriendin vol tranen. Het meisje waarover we nog zo’n ruzie hadden gehad. Ze keek me aan met grote ogen. Zonder twijfel pakte ik haar hand vast. Ze trok haar hand terug. Ze gaf me haar telefoon. Er stond een gesprek met Felix open.

Ik hou van haar Daph, ik ga haar achter na. Ze denkt echt dat wij wat hebben.

Hoe kan ik dit nu goed maken?

Ik ga nu snel haar achter na fietsen. Ik app je wel als het weer goed is. Ik bedoel het komt goed toch?

Wish me luck..

Ze scrolde omhoog waar allemaal vriendschappelijke berichten stonden. Waar hij vertelde wat hij en ik die dag gedaan hadden. Ik werd rood, en tranen rolde over mijn gezicht. Ze griste haar telefoon terug. Ik schaamde me. Ik stond vast genageld aan de vloer. Waarom moest ik nou zo stom doen? Ze liep weg richting de wachtkamer. Ik wachtte even voordat ik haar achter na liep. Ik nam plaats een paar stoelen verder weg van haar. Het voelde alsof er uren voorbij gingen. Ik staarde voor mij uit denkend aan hoe stom ik was geweest. Hoeveel leuke dingen hij en ik meegemaakt hadden. Daphne sprak haar woorden zorgvuldig uit. ”Dit is jouw schuld”. Haar stem brak niet maar klonk zeker vol woede. Ik zakte iets onder uit. Diep in mijn schaamte weggezakt. Ik begroef mijn gezicht in mijn handen en voelde hoe de tranen mijn handen nat maakten. Ik hoorde Daphne zuchtte. Ik haalde mijn gezicht uit mijn handen en keek haar aan. Ze gaf me geen koude blik, geen boze blik maar vol medelijden. Toch schudde ze haar hoofd en keek ze weer weg. Ik hoorde een deur klappen. De vader van Felix kwam naar buiten. De brede stoere man was een zachte kwetsbare jongen geworden. Zijn stem klonk emotieloos. ”Felix is” hij nam een pauze en begon opnieuw, ”Jullie kunnen beter naar huis gaan, Felix word niet meer wakker”. Ik voelde alles om me heen draaien. ”Ik heb jullie ouders gebeld”. Hij keek naar mij. Hij wou wat zeggen maar bedacht zich en liep weg. Alles bleef maar draaien.

”En daar begon mijn depressie maar ik word al beter” Ik zei het voorzichtig maar hoopvol terwijl ik de groep rond keek. Daphne gaf een kneepje in mijn hand. De hele groep keek me aan met grote ogen, psycholoog gaf me een bemoedigend knikje. ”Ik heb spijt dat ik mijn laatste woorden met hem zo heb gebruikt, je weet nooit wanneer de laatste keer is”. Daphne keek me bedroefd en toch trots aan. ”hij zal voortleven in onze gedachte”.

Ontwerp door Willem Verweijen