Duizend ballonnen - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Duizend ballonnen - Mijn Kort Verhaal

Esmée van Goinga

18 jaar - havo

143
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Esmée van Goinga (18 jaar)

? stemmen

Duizend ballonnen

Duizend ballonnen

De wolkenwezens bewegen  in het blauw. Ze lijken te leven in hun snelle verandering. Ze omarmen mij met hun witte armen. Opgelost vlak voordat ik ze aan zou kunnen raken. Overal waar ik ben wil ik naar boven kijken. De plafonds met vale kleuren en de kalk dat naar beneden valt, tot de geschilderde verhalen. Als ik loop, volg ik de wegen die in de lucht aangegeven zijn. Met de fiets voelt het alsof ik vlieg met de vogels. Ik zit vast aan duizend ballonnen, die mij meevoeren. Het zoute zeewater raakt mijn gezicht, terwijl ik boven de zee lijk te zweven.

Dromend, dromend ga ik mijn leven door.

Je hebt van die dagen dat de wereld verandert als er een ander licht binnenvalt. En de kleuren veranderen binnen een seconde. Het scherpe blauw wordt omgezet in een warmere gloed. Het moment dat ik niet meer vlieg, maar zweef. Tot het mij loslaat in een botsing. Ik eindig op een plek die ik lang niet meer gevoeld heb. Mijn ogen zien de wolkenwezens niet meer, enkel de harde tegels met voetafdrukken erop. Verbaasd kijk ik op. Ik loop zo vol van mijn schaamte dat het rood overloopt. De woorden van mijn ouders raken mij met een klap. Hoe vaak hebben ze niet geprobeerd mijn hoofd uit de wolken te halen. Ik kijk op. Een hand hangt recht voor mij. Aarzelend pak ik hem aan, bang dat ik de eigenaar op de tenen trap. Hij trekt mij omhoog, de lucht in. Zijn rode haar verstopt zijn ogen, die even oplichten voordat ze terugkeren naar de grond. Zijn voeten zitten vastgenageld aan de stenen, alsof er lood in zit. Hij kijkt naar de schaduwen. Opnieuw beschaamt verlaten mijn ogen hem en zoek ik in de lucht naar de wolkenwezens. Mijn haren waaien naar hem toe, de zijne van hem weg.

Dromend, dromend ga ik mijn leven door.

Hij verbreekt de aanraking en dan als een plotse windvlaag herken ik hem. Van de dagen dat niks bijzonder was en alles zo mooi. De dagen dat groene parken de kastelen waren van mijn gedachtes. Mijn mondhoeken springen omhoog. De vragen beginnen te dagen die ik eerder heb bedacht: is dit vriendschap? Is dit een vriend? Ik nam hem mee de lucht in en hij liet de kracht zien van de grond.

Ik pak zijn hand. Geschrokken kijkt hij op. Ik trek hem mee de wind in, over het zand naar de zee. Hij probeert mij te stoppen. Ik trek harder dan ooit. Tot mijn verbazing valt hij neer in de branding en neemt hij mij mee naar beneden. We laten los. Daar liggen we dan, in een omarming zonder aanraking. Ik voel de koude zee tegen mij aanduwen. Ik zie de vlinders vliegen als zijn lach het geluid van de golfen overstemt.

Dromend, dromend ga ik mijn leven door.

Hij is mijn anker, ik zijn duizend ballonnen. We trekken ons naar elkaar toe, naar een gelijke hoogte. We maken de overstap van onze eigen werelden, naar een oude die we te lang geleden verlaten hebben. De vraag vliegt door mijn hoofd, is dit nou liefde? Is dit één geheel zijn?

Dromend, dromend, gaan wij ons leven door.

Ontwerp door Willem Verweijen