DrooM - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal DrooM - Mijn Kort Verhaal

Lena Nguyen

19 jaar - ASO

35
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Lena Nguyen (19 jaar)

? stemmen

DrooM

Zoals elke dag stond ze er weer, net zoals ik elke dag hier ook stond als zij er was. Beiden zwijgend en starend: ik naar haar, zij naar de schaduwen rondom mij. De bomen in haar achtertuin deden wat ze moesten doen. Ze lieten mij oplossen in de duisternis van de nacht, terwijl ik de mogelijkheid had om naar haar te staren.

Ze borstelde afwezig haar blonde haren terwijl ze neerkeek naar de plaats waar ik stond. De afstand tussen ons was klein, maar toch bijna onoverbrugbaar.

Ik, een arme slager gehuld in schaduwen dicht tegen de grond en zij, die vanuit haar verlichte kamer meters boven mijn hoofd neerkeek op mensen zoals ik. Het contrast kon niet groter zijn.

Ze leek wel de zon terwijl ik de maan was. Haar hoofd was omringd door lange gouden stralen die tot haar navel kwamen, terwijl mijn hoofd voor eeuwig gekenmerkt zal zijn door de woeste kraters, diepe putten in mijn gezicht die trots toonden wat ik tot nu toe overleefd had.

Ze ging van het raam weg, en het licht werd gereduceerd tot een klein zwak gedimd licht waarvan de oorsprong zich waarschijnlijk op haar nachtkastje bevond. Dit was het moment waarop ik al zolang gewacht had.

Het zou niet lang meer duren voordat de maan zich voor de zon zal verplaatsen, haar stralen zal blokkeren en het duisternis zal laten overwinnen.

Haar kamer had een balkon. De bomen die mij al maandenlang hielpen, waren wederom behulpzaam. Er was een boom vlakbij haar balkon, die mij de mogelijkheid gaf om naar haar te gaan.

Deze boom gaf mij de mogelijkheid om onze afstand te overbruggen. Om van mijn grondniveau eindelijk naar haar hoogte over te stappen.

De boom beklimmen, van de tak naar haar balkon springen. Het was allemaal geen probleem. Ik had immers maanden geoefend voor dit moment.

Ze had daarnet bezorgd uit het raam gekeken, haar wonderschoon gezicht had eronder geleden.

Wat het ook was, ik was er dankbaar voor. Niet één keer had ze haar raam laten openstaan de afgelopen maanden. Vandaag was echter de dag waarop ik gewacht had, waarop mijn droom uitkwam.

Dat was ze, mijn droom.

Uit mijn lederen tas haalde ik het varkensbloed van het varken dat ik eerder vandaag had geslacht. Mijn vinger dompelde ik in het bloed en ik schreef in grote letters ‘DROOM’ op haar raam als teken van mijn liefde voor haar.

Daarna kwam ik haar kamer binnen, door het raam heen, en het voelde alsof ik een andere wereld instapte.

Daar lag ze dan, in het grote hemelbed dat tegen de muur stond.

Enkel een kaptafel, een nachtkastje, een kast en het bed stonden in haar kamer.

Voor ik haar kamer, waarvan ik al die tijd maar een klein stukje kon zien, helemaal aandachtig kon bekijken, werd ik afgeleid door de sterke bloemengeur die er heerste en sterker werd naarmate ik het bed naderde.

Van dichtbij was ze veel mooier dan ik ooit had kunnen voorzien. De kleur van haar porseleinen witte huid kon zelfs in deze donkere kamer worden onderscheiden van mijn met eelt bedekte gebruinde hand.

Haar huid was glad en zacht terwijl ik haar met mijn vingers streelde. Ik liet de kans niet liggen om ook haar haren aan te raken, haar verblindende stralen.

Haar rode, volle lippen verdienden hierna ook mijn aandacht. Ik ging met mijn wijsvinger over haar lippen en net op het moment dat ik mijn hoofd naar haar toe boog, opende ze haar oogleden en waren haar prachtige verschrikte ogen te zien.

Helaas kon ik ze niet lang bewonderen. Haar mond vormden al snel een kleine ‘o’.

Met een mijn rechterhand greep ik mijn mes terwijl mijn linkerhand haar mond bedekte. Ik dwong haar om recht te zitten terwijl ik mijn mes achter haar nek plaatste. Terwijl ze recht zat, kon ze mijn boodschap op haar raam lezen. Bij het zien van dat woord raakte ze nog harder in paniek en begon haar lichaam hevig te bewegen.

Ik kon niet anders dan mijn mes dieper in haar nek te duwen.

Het kon niet langer dan het knipperen van een oog geduurd hebben. In één klap verduisterde ik de zon. Haar stralen had ik voorgoed gedoofd. Haar licht maakte plaats voor mijn duisternis.

Ik lag daarna nog een tijdje samen met haar in haar bed, starend naar het raam, naar het laatste woord dat ze las: ‘MOORD’.

Ontwerp door Willem Verweijen