Van dorp naar stad - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal Van dorp naar stad - Mijn Kort Verhaal

Amina Bachounda

18 jaar - Havo

119
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Amina Bachounda (18 jaar)

? stemmen

Van dorp naar stad

Wanneer ik uit het raam kijk schijnt de zon fel in mijn gezicht. De trein zit vol met mannen in pakken, waarschijnlijk onderweg naar hun werk. Ik zie sommige mannen omkijken als ze zien dat ik alleen ben, ik negeer ze. Ik vraag me af of ze weten dat ik hier niet hoor te zijn, dat mijn moeder en zusjes naar me op zoek zijn, dat ze me snel proberen te vinden voordat mijn vader erachter komt dat ik weg ben. Er wordt omgeroepen dat we om 8:44 in Algiers zullen arriveren, de trein vertrok om 4:20 uit Mohammadia. Ik kijk op mijn horloge, het is 8:00. Het is alweer 4 uur geleden dat ik uit huis vertrok. Ik had verwacht dat ik bang zou zijn, dat ik dat gevoel in me onderbuik zou hebben net als de keren dat ik bang was om mijn vader te vertellen dat ik weer eens een 8 had gehaald voor een vak in plaats van een 9. Maar ik ben niet bang, ik ben niet gestrest. Ik ben opgelucht, eindelijk weg uit dat huis. Begrijp me niet verkeerd, ik hou van mijn familie, ik zit alleen niet altijd op een lijn met ze. En het feit dat ik telkens moet concurreren met mijn 1 jaar jongere zusje irriteert me mateloos. Zoals 5 jaar geleden, mijn zusje besloot om de Hijaab (sluier) te dragen. Ik vond het heel goed van haar en was trots op haar. Iedereen was trots op haar, het is de eerste stap om een echte vrouw te worden in onze cultuur. Ze was 12 jaar en ik 13, ik was natuurlijk ook van plan om de Hijaab te dragen, alleen nog niet op dat moment. Ik ben een Moslima en ik hou van mijn geloof, maar ik was er nog niet klaar voor om de sluier te dragen en mijzelf volledig te bedekken op mijn handen en gezicht na. Het was natuurlijk een schande in ons dorpje Mohammadia dat ik, Dalila de oudere zus van Dina géén Hijaab droeg en Dina wel. Op een dag zat mijn haar gewoonweg niet goed en moest ik snel tomaten halen voor mijn moeder. Ik gooide een sjaal over mijn hoofd en ging snel naar buiten om de tomaten te kopen. Wie kom ik tegen, Mohammadia’s grootste roddeltante, Tata Fatima, oftewel Tante Fatima.  “Allahouma barek (moge God je zegenen), de dochter van Naima is de Hijaab gaan dragen!” schreeuwt tante Fatima door de hele wijk. Iedereen kijkt om. Ik lach naar tante Fatima en zeg tegen haar dat ik snel naar huis moet. Fijn dacht ik in mezelf, nu denkt iedereen dat ik het draag. Toen ik thuis aankwam vertelde ik mijn moeder wat er was gebeurd. Mijn moeder zei: “Ja, schat. Nu moet je hem wel dragen, anders zal vervolgens iedereen over je praten omdat ze denken dat je de Hijaab hebt afgedaan.” vervolgens ging ze verder met de tomaten snijden die ik net gekocht had. Ik was boos, ik wilde het nog niet dragen. Ik heb er niet eens zelf voor gekozen, zou ik dezelfde beloning krijgen van God als ik er zelf voor had gekozen? Dit is precies wat ik haat aan onze cultuur. Roddelen is een van de grootse zondes in ons geloof, maar toch doet iedereen het de hele tijd.

De reden dat ik weggelopen ben is omdat ik morgen 18 word, 18! Ik word volwassen, maar ik heb letterlijk niks gezien in mijn leven behalve de keuken. Ik ga gelukkig naar school, mijn vader vindt het belangrijk dat ik later ga studeren. Dat is een van de dingen waar ik het mee eens ben, het feit dat ik bijna 18 ben en nog niks heb gedaan in mijn leven, omdat ik niks ‘mag’ van mijn vader, ben ik het dus totaal niet mee eens. Dingen zoals een treinkaartje kopen heb ik nog nooit gedaan in mijn leven. Nou ja, tot net dan. Het treinkaartje kostte 730 Dinar. Ik gaf de man achter de balie een briefje van 1000 Dinar en ik was ontzettend nerveus. De man vroeg me waarom ik in mijn eentje helemaal naar de hoofdstad ging. “Ik moet met spoed naar mijn zieke nicht, oom. Mijn vader moet werken en kan me helaas niet brengen.” zei ik zo rustig mogelijk. De adrenaline gierde door m’n lijf, ik had dit de afgelopen week zo vaak geoefend. Mohammadia is niet groot, ik ken deze man misschien niet, maar deze man weet misschien wel wie mijn vader is. Als ik ongeloofwaardig over kom verkoopt hij me geen kaartje en zorgt hij er voor dat mijn vader me komt halen, zo gaat dat hier. De man achter de balie knikte en schonk me een gemeende glimlach. Hij geloofde me. Mijn vader is een succesvolle zakenman, ik weet waar hij zijn geld bewaart. Ik heb dan ook genoeg geld gepakt om de eerste maand in Algiers te overleven. Ik denk dat dat genoeg tijd is om een baantje en onderdak te vinden. Mijn vader heeft zo veel geld in die kluis liggen dat hij niet eens zal merken dat ik er wat van heb gepakt.

Ik kijk op mijn horloge, het is 8:30. Ik verheug me erop om te arriveren in Algiers. Ik stel studeren even tijdelijk uit, ik heb mijn baccalaureaat  (middelbare schooldiploma) namelijk al gehaald. Ik ben Cum Laude geslaagd. Als ik financieel stabiel ben ga ik studeren, hier in Algiers. Het is inmiddels 8:40, mijn nieuwe leven, de overstap van ‘dorpsmeisje dat nooit verder is gegaan dan de overkant van de straat’ naar ‘volwassen vrouw met een toekomst vol met haar eigen beslissingen’ begint over 4 minuten.

Iedereen begint alvast op te staan en naar de uitgang van de trein te lopen. Ik pak mijn tas en doe hetzelfde. Ik wurm me snel naar voren. De treindeur gaat open en ik snuif de warme zomerlucht van Algiers in.

 

Notitie: De schuingedrukte woorden zijn woorden uit het Algerijns-arabische dialect.

Ontwerp door Willem Verweijen