De verschrikkelijke cruise - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De verschrikkelijke cruise - Mijn Kort Verhaal

Isabel Heerkens

15 jaar - vwo

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Isabel Heerkens (15 jaar)

? stemmen

De verschrikkelijke cruise

De verschrikkelijke cruise

Als ik dit had geweten was ik nooit meegegaan. Ik wist natuurlijk niet dat deze cruisereis zo vreselijk kon aflopen. Het begon allemaal toen ik en mijn vriendin Rebecca waren geslaagd op de universiteit. Onze ouders waren zo trots dat ze een reisje op een cruiseschip voor ons wilden betalen zodat we even konden ontspannen. Natuurlijk vonden Rebecca en ik dat super leuk. We gingen op internet zoeken en vonden een cruiseschip die een redelijk goedkoop tripje had richting Spanje.

Na een week vertrokken we. We kwamen aan in de haven van Rotterdam. Er lag een heel groot cruiseschip aangemeerd. We keken onze ogen uit. Rebecca rende het dek op en gaf een schreeuw van geluk. We zwaaiden onze ouders uit en liepen naar onze kamer. Het was een ruime en lichte kamer. ‘Dit word de beste vakantie ooit!’ Rebecca keek naar buiten en plofte neer op het bed. Ik lachte en ging langs haar liggen.

We besloten om het schip te gaan bekijken. Eerst gingen we naar het zwembad. Langs het zwembad stond een hele rij ligstoelen waar mensen in lagen te zonnen. Na het zwemmen gingen we naar de bioscoop. De film was zo zielig dat Rebecca midden in de film opeens hard begon te huilen. Een van de surveillanten keek op hij zei dat we de zaal moesten verlaten. Ik hard lachend en Rebecca nog na snikkend verlieten we de zaal. We besloten om wat te gaan drinken aan de bar. Ik bestelde twee cola’s en gaf er een aan Rebecca. Ze keek me aan en begon te lachen. Ik moest daardoor ook lachen. De vrouw achter de bar keek ons raar aan. ‘Gelukkig stuurt ze ons niet weg.’ Zei Rebecca lachend.

’s Avonds kregen we een diner in de grote eetzaal op het schip. Er stonden allemaal sjieke dingen op de menukaart. Omdat we allebei niet zoveel honger hadden besloten we om het kindermenu te nemen. Dat was een portie friet met een kroket of frikandel. Toen we het eten op hadden gingen we naar onze kamer om te slapen. Midden in de nacht schrok ik wakker van iemand die hard aan het gillen was. Nog geen seconde later klonk er een hard geluid. Inmiddels was ook Rebecca wakker geworden ze keek verschrikt rond. ‘Zullen we even gaan kijken wat er aan de hand is?’ vroeg Rebecca met bibberende stem. ‘Ja, laten we dat maar doen.’ Ik trok mijn pantoffels aan en liep naar de deur. Rebecca volgde me snel. Een beetje bang voor wat er ging komen liepen we door de lange gang langs alle kamers. Ik hoorde ergens in de verte een kind huilen, en er gilde ook een vrouw. We kwamen op het dek en zagen dat het regende. Er klonk een harde donderslag. Rebecca kromp ineen. Opeens kwam het schip met een schok tot stilstand. Ik viel op de grond. Het schip zakte langzaam scheef. Ik greep me vast aan de rand van het zwembad. Rebecca begon te gillen. Het schip zakte steeds schever.

Ik en Rebecca hingen over de rand en hielden ons vast aan de reling van het schip. Opeens kwam er een lange slanke man met een vreemde snor. Hij keek ons aan met zijn diepblauwe ogen en grijnsde. Hij stampte met zijn voet op mijn hand. Mijn gezicht vertrok van de pijn. Ik liet los en viel in het water. Angstig begon ik te watertrappelen. Ik keek omhoog en zag dat de man ook op Rebecca’s hand ging staan. Ze viel naar beneden en gilde hard. Er dreef een stuk hout voorbij. Ik pakte het vast en zwom richting Rebecca.                                                                               ‘

Na een tijdje zwemmen zag Rebecca een stuk land we zwommen erheen. Het was best zwaar omdat de stroming heel hard ging. Uiteindelijk kwamen we op het land. Tenminste dat dacht ik maar ik kwam erachter dat Rebecca helemaal niet op het strand lag. Verschrikt keek ik rond, maar ik zag haar nergens. Plotseling kwam ze proestend het strand op. Ik was zo blij dat ze nog leefde. We gingen een stukje verder het land op. We zagen opeens verderop het strand een walm rook in de lucht. Rebecca stelde voor om erheen te lopen. Ik liep snel achter haar aan.

Toen we op het strand aankwamen stonden er twee jongens bij een groot vuur. Een van de jongens keek op: ‘Hallo, zijn jullie ook van het cruiseschip?’ ‘Ja, ik ben trouwens Rebecca.’ Ze stak haar hand uit. De jongen schudde haar hand en zei: ‘Ik ben Bryan en dit is max.’ Hij wees op de andere jongen. We gingen allemaal rond het kampvuur zitten. We waren de hele tijd gezellig aan het kletsen. ‘Op welke school zitten jullie eigenlijk?’ vroeg Max. ‘Nou toevallig zijn we net afgestudeerd!’ antwoordde ik blij. ‘Wij zitten nu allebei in het laatste jaar.’ Zei Bryan. ‘Het is best een grote overstap. Nu hoeven we niet meer elke dag naar school.’ Zei Rebecca. ‘Ja maar je moet wel gaan werken.’ Max keek haar uitdagend aan ‘En of dat nu veel beter is dan naar school gaan.’ ‘Dat maakt niet uit, het gaat om het idee.’ Lachte Rebecca. Bryan moest ook lachen. Max keek hoofdschuddend toe.

Na een tijdje keken we met z’n allen naar het water. Ik wist gewoon dat we allemaal hoopten dat er opeens een of andere reddingsboot kwam aanvaren die ons zou redden. Maar diep in ons hart wisten we allemaal dat dat waarschijnlijk niet zo zou zijn. Waarschijnlijk zouden ze ons pas over een paar dagen vinden. Er was niet veel eten op het eiland. Dus of we na die paar dagen nog zouden leven. Dat was een belangrijke vraag.

 

Ontwerp door Willem Verweijen