De Val - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De Val - Mijn Kort Verhaal

Danielle Martin

19 jaar - Havo

40
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Danielle Martin (19 jaar)

? stemmen

De Val

De wind was ijzig, gleed langs dikke lagen kleding op zoek naar een stuk bloot, streek met onwelkome vingers over de warme huid om vervolgens weggejaagd te worden door jassen en truien die strakker om lichamen werden getrokken. Het was de tijd van het jaar waarin de bomen al hun blaadjes waren verloren, maar sneeuw nog lang niet in aantocht leek te zijn. Sombere tijden, tijden waarin iedereen zich liever binnen bevond en de mensen die zich toch naar buiten waagden, haast hadden om weer naar de warmte van hun huis terug te keren.

Toch waren de straten niet volledig verlaten, een jonge vrouw trok ongeduldig aan de lijn van haar hond, die alle tijd nam om aan alle blaadjes te snuffelen, en een jongen, leunend tegen een lantaarnpaal, wachtend.

Een hand verwarmd door een handschoen en in de ander hield hij een sigaret. Om de paar seconden bracht hij het kalmerende middel naar zijn lippen en blies vervolgens wolkjes uit. Ondanks zijn ontspannen houding leek er iets mis te zijn. Flets blauwe ogen keken wantrouwend naar de vrouw met de hond, die hem niet leken op te merken, en toen de sigaret onder zijn zwarte laars werd vertrapt, duurde het maar enkele secondes voor een nieuwe uit de hoek van zijn mond hing.

Toen ook de vrouw de hoek omging en de jongen alleen leek te zijn graaide zijn vingers naar iets in zijn zak, een telefoon.

Na een nummer te hebben gedraaid en te fronsen door de stilte aan de andere kant van de lijn sprak hij in gedempte toon. ‘Hey, ik weet niet waarom je niet opneemt maar ik maak me zorgen, het spijt me van vorige week en ik beloof dat we samen weg gaan oké? Bel me alsjeblieft zo snel je kan.’

De stilte die volgde nadat hij de telefoon terug in zijn zak had geschoven was verpletterend. Waar eerst wantrouwen en angst in de ogen te lezen was, leek nu verdriet de overmacht te nemen.

Ze zouden samen weggaan, Twee tieners tegen de wereld. Zij had willen ontsnappen aan de druk van haar vrienden en familie die haar verdriet nooit hadden kunnen begrepen, die haar hadden verteld dat het allemaal in haar hoofd zat en dat het zo eigenlijk niet langer kon.

Dat kon het  ook niet, maar toen ze klaar stond om te vertrekken, rugtas over haar schouder en een nieuw gevoel van euforie in haar lichaam, was hij er niet geweest.

Later had hij haar verteld waarom, had haar beloofd dat dit eenmalig was, maar voor haar was het al te laat geweest. Ze had op het randje van een klif gestaan en de persoon die haar leek te redden, had zijn grip op haar laten verslappen.

Het vallen leek eindeloos door te gaan en het voelde zo verschrikkelijk benauwend. Ze wilde dat het stopte, had geen houvast meer en kon geen andere weg meer dan naar beneden. Na dagen van alleen maar vallen leek het toch over te zijn en werd ze omhuld door een welkome duisternis.

De donkere lucht was ook voor de jongen een teken. Hij trapte zijn laatste sigaret uit en begon met zijn weg terug naar huis, beloofde in stilte op haar te wachten, elke avond, bij de lantaarnpaal.

 

Ontwerp door Willem Verweijen