De trein - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De trein - Mijn Kort Verhaal

Daantje van Meurs

15 jaar - vwo

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Daantje van Meurs (15 jaar)

? stemmen

De trein

Het was vrijdagochtend om half 5. Ik hoorde buiten geschreeuw en tegelijkertijd iemand die snel de trap op kwam lopen. Max kwam binnen, hij keek bang en riep: ‘Iris, we moeten hier weg!’ Ik was bang en wist niet wat ik moest doen. Ik pakte mijn spullen en ging met hem mee. Ik vroeg wat er was, maar hij antwoordde niet. Het enigste wat hij zei was: ‘hoe sneller we hier weg zijn, hoe eerder we dit kunnen overleven.’ Overleven? dacht ik. Wat overleven? Hij zei dat we moesten gaan dus we stapte in de auto en vertrokken. Het geschreeuw van buiten werd steeds harder. Max trok zich er niets van aan en bleef op het gaspedaal drukken. We reden ondertussen al 120 kilometer per uur. Ik werd steeds banger en ik zei: ‘Max, vertel wat er is of ik ga niet met je mee en je zoekt het maar uit.’ Hij twijfelde. ‘Weet je nog dat ik altijd laat thuis was? Dat kwam omdat ik drugs verkocht. Ik dacht dat ik er op tijd mee kon stoppen maar niet dus. Mijn baas werd boos op me en de kopers nog bozer omdat ze hun bestelling niet kregen. Ik wist niet wat ik moest doen dus ik was gevlucht. Nu zitten ze achter me aan. Ze willen alles van me afpakken. Aangezien ik geen familie heb, willen ze jou pakken dus ik moet je beschermen.’ Het moest tot me doordringen. Ik wist niet wat ik moest zeggen dus ik zei maar niets. Na een lange tijd stopte hij, we waren bij het treinstation.

Max pakte de eerste trein die hij zag. Hij stapte in maar ik had twijfels. De trein zag eruit alsof hij elk moment stuk kon gaan. De wielen waren verroest en de ramen waren ingeslagen. Ik durfde niet en pakte een andere trein. We zouden elkaar in Nijmegen weer tegen komen en vanaf daar samen verder reizen. Max vertrok en ik wachtte ondertussen op de volgende trein. Met de hoop dat die er wel normaal uitzag. Ik bleef maar wachten, maar hij kwam maar niet. In de verte hoorde ik stemmen. Ik rende weg en verstopte me. Een grote groep kwam langs mij gelopen, gelukkig zagen ze me niet. Het was wel een erg grote groep, ik denk een stuk of 20 man. Ik wachtte tot ze allemaal weg waren en niks meer hoorde. Ik liep naar buiten en nam een taxi. Op de radio hoorde ik het nieuws. Er was een trein ontploft, maar ze wisten nog niet veel. Ik dacht al van dat kan Max toch niet zijn? Ik probeerde het te negeren en alvast een plek te zoeken waar we heen konden gaan als we elkaar in Nijmegen hadden gevonden. Achter me hoorden ik getoeter. Ik keek en ik zag dezelfde groep als net. Zouden ze me gevonden hebben? Maar ze reden ons gewoon voorbij, gelukkig. Daarna bedacht ik me waar ze heen gingen. Ik bedoel ze kunnen toch niet weten dat we naar Nijmegen gaan? Ik liet de gedachten maar weggaan en wachtte totdat ik aankwam. Eenmaal in Nijmegen aangekomen zocht ik naar het treinstation. het was even zoeken maar uiteindelijk was ik er. Ik bleef maar wachten, maar er was geen trein te zien. Ik probeerde Max te bellen. Hij nam niet op. Ik keek naar het nieuws en het leek wel alsof de tijd even stil stond. Op het nieuws stond: treinongeluk, 5 doden. Ik wist niet wat me overkwam. Ik was van plan om jullie te bellen, maar mijn telefoon was leeg. Ik zag de groep jongens in de verte er al aankomen. Ik had geen tijd meer en probeerde me snel te verstoppen.

Ik heb denk ik een half uur verstopt. Alles drong tot me door. Max was overleden, er zit een groep verslaafde achter me aan en ik kon niemand bellen. Daar zat ik dan, midden in Nijmegen. Even later kwam er een vrouw naar me toegelopen; ‘Gaat het wel meid? Kan ik je ergens mee helpen?’ ik vloog met tranen in mijn ogen in haar armen. Ik voelde me eindelijk veilig. We belde jullie, nu zit ik hier.

Politieagent: ‘Wat een flink verhaal, herkende je een van de jongens?’ Ik moet even denken. ‘Eén iemand had een grote tatoeage, zwart haar en een baard.’ Politieagent: ‘Ik pak er even een paar foto’s bij, is het soms een van deze mannen?’ Ik herken hem meteen. ‘Het is de rechter, geen twijfel mogelijk.’ Politieagent: ‘Dan heb je geluk gehad dat je het hebt overleefd, deze man is 5 jaar geleden opgepakt. Hij was huurmoordenaar. Hij is een week geleden ontsnapt. Nu we weten waar hij ongeveer is, is het makkelijker om hem te vinden. Bedankt voor het vertellen van uw verhaal, we zullen ze allemaal vinden.’

3 dagen later…

Nieuwsbericht: Ontsnapte gevangene terug gevonden.

De telefoon gaat. ‘goedemiddag, met politiebureau Nijmegen. Spreek ik met Iris van Kempen?’ ‘Ja, wat is er?’ ‘We hebben de hele groep opgepakt, u hoeft u geen zorgen meer te maken. U bent veilig.’ ‘Ontzettend bedankt.’ Ik hang de telefoon op. Eindelijk kan ik me weer veilig voelen. Ik zit er natuurlijk nog steeds mee dat mijn vriend is overleden, maar ik kan altijd bij mijn vriendinnen terecht. Morgen is de begrafenis van Max. we gaan er iets moois van maken.

Ontwerp door Willem Verweijen