De overstap - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De overstap - Mijn Kort Verhaal

Tina Kasse B'nicco

19 jaar - ASO

0
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Tina Kasse B'nicco (19 jaar)

? stemmen

De overstap

Elke zaterdag gaat ze er met tegenzin naartoe. Het is koud buiten. Het seizoen van de slaap is begonnen. Alles lijkt te zijn gevlucht voor het witte deken dat van december tot maart over het land ligt. De zon verdwijnt achter besneeuwde heuvels en laat een oranje spoor achter op de hemel, een leven brengend in het fletse palet. De silhouetten van bomen tekenen af tegen de horizon als hongerige handen die naar iets op zoek zijn. Het is stil hierbinnen. Voor haar zit een oude, corpulente vrouw met een bleekwit gezicht. Ze lost een kruiswoordraadsel op. Het lukt duidelijk niet zo goed. Ze heeft al vijf keer om hulp gevraagd en zit al tien minuten te zuchten.

Ze wil iets doen. Een boek lezen, ook een kruiswoordraadsel maken, naar muziek luisteren, een weg vinden uit haar gedachten. Hoe lang zou ze blijven? Ze zal hen vertellen dat ze nog een afspraak heeft en maar voor een uur of twee kan blijven. Waarom blijft ze ook gaan? Het is vier jaar geleden. Ze moet gaan, het zou gemeen zijn niet te gaan.

Ze kijkt weer naar buiten. De verlaten weides gaan over in achtertuinen van rijhuizen. In bijna elk huis brand een licht. Ze stelt zich voor dat er in elk van die huizen een gezinnetje zit dat aan de haard een gezelschapsspelletje speelt. Het is tien na vijf. Over precies vijf minuten komt ze aan en heeft ze twee minuten om naar perron vier te lopen en de volgende trein naar Brussel te nemen. Ze is anderhalf uur onderweg om bij hen te raken. Ze heeft al vier jaar geen auto genomen. Toen ze twee jaar geleden achttien werd, vertikte ze het haar rijbewijs te halen.

Telkens wanneer ze haar ogen sluit en alles donker wordt, komt een overweldigende hoeveelheid licht, die haar verblindt. Gevolgd door het gieren van autobanden en een knal die haar met een onzichtbare kracht naar voren duwt. Dan is er niks meer. Stilte.

In het raam ziet ze, naast het landschap ook haar gezicht, gereflecteerd in het glas als dat van een geest. Ze lijkt nog altijd zestien jaar. Dezelfde krullenkop met sproeten en dezelfde zoekende bruine ogen. Hij kon nooit ophouden over haar ogen.

“Ik heb nog nooit zulke ogen gezien”, zei hij altijd. Het irriteerde haar. “Stop met zo te slijmen” Dan werd hij heel ernstig, ging met zijn vingers door haar haar en zei: “Het is geen compliment”

Ze hield van zijn handen, groot en zacht die zich in de kou rond die van haar plooiden en haar verwarmden.

Toen ze wakker werd met het gepiep van een machine in haar oren en de stank van verdampte ether in haar neus, zocht ze onder de witte lakens naar zijn handen, maar ze vond leegte.

Straks zal ze naar foto’s moeten kijken en oude verhalen aanhoren. Elke zaterdag weer. Het verleden laat haar niet los, het lijkt alsof ze er niet uit kan ontsnappen. Ze zou niet moeten gaan, maar ze hebben haar nodig om hem weer tot leven te wekken.

De trein komt zeurend tot een halt. Het is kwart na vijf. Ze voegt zich bij de drammende rij passagiers om naar buiten te gaan.

Het station loopt vol van mensen. Niemand merkt elkaar op, ze lopen gehaast door zonder te kijken. Zonder te zien waar ze zich bevinden. Tijd kan soms verblindend zijn. Ze begint te lopen, voelt de schouders van anderen tegen die van haar kloppen, maar durft niet om zich te kijken. Nog een minuut. Welk perron was het nu weer? Oh, god, nee welk perron was het nu weer? Ze blijft even staan, denkt na. Perron vier, ja het was perron vier. Ze kijkt op haar horloge. Ze heeft nog dertig seconden. Ze is aan perron zes en moet terugkeren. Perron vier, perron vier, denkt ze. Ze loopt naar adem happend de trappen op en vervloekt zichzelf dat ze niet vaker gaat joggen. De trein staat er. De deuren zijn open. Ze kan het halen, maar ze stopt. De trein dendert weg en ze glimlacht.

Ontwerp door Willem Verweijen