De overstap - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De overstap - Mijn Kort Verhaal

Valentine

17 jaar - Grieks-Latijn

55
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Valentine (17 jaar)

? stemmen

De overstap

Als mensen aan ‘de overstap’ denken, denken ze aan de stap die tieners maken wanneer ze volwassen worden, of als kinderen van de lagere school naar de middelbare school gaan, of misschien denken ze wel aan dat ene boek van Anthony Horowitz. Ik daarentegen denk aan die ene winter in 2015 waarin ik zestien werd. Mijn overstap is niet het extra zakgeld dat iemand krijgt als je ouders denken dat je verantwoordelijk genoeg bent om daar mee om te gaan. Nee, mijn overstap is letterlijk een stap. Je weet wel, wanneer je je ene voet opheft en voor de andere zet, en dan de andere voet bijtrekt. Want op 12 januari 2015 zette ik een stap die mijn leven voorgoed zou veranderen.

Op 12 januari 2015 werd ik vroeg in de ochtend wakker. Het was een spannende dag, want ik ging samen met mijn ouders en mijn kleinere broertje verhuizen. Een week daarvoor was ik geworden en toen had ik het nieuws gehoord. Sindsdien had ik al de hele week naar de 12de januari uitgekeken. Eindelijk een nieuwe start. Sinds mijn zusje gestorven was aan leukemie waren de woorden nieuwe start nog niet echt aan de orde gekomen. Toen ik die dag wakker werd was ik dus in een redelijk vrolijke bui. Ik neuriede zachtjes ‘50 ways to leave your lover’ van Paul Simon terwijl ik de gordijnen opentrok en tot mijn grote vreugde zag dat het die nacht flink gesneeuwd had. Deze dag kon niet meer stuk dacht ik. Je zult wel al geraden hebben dat ik dat verkeerd gedacht had.

Enkele uren later zaten we allemaal in de auto, en we zagen het huis waar we de komende jaren in zouden wonen in de verte verschijnen. Het was tamelijk groot, met twee verdiepingen, en het was wat overwoekerd met klimop. Ik vond dat dat er best wel cool en spookachtig uitzag. De auto stond nog niet volledig stil toen ik mijn gordel losmaakte en uit de auto sprong.. Achter mij hoorde ik de rest van mijn gezin de autodeuren dichtslaan.

‘Lara’, riep mijn vader, en hij gooide de sleutel naar me toe, die ik handig opving. Ik stak de sleutel in het slot en hoorde de klik voordat de deur krakend openging. En toen zette ik die stap.

Toen ik die stap zette, voelde ik al dat er iets gebeurd was. Er ging een vreemd soort energie door mijn lichaam heen, alsof er een zachte stroomstoot van het puntje van mijn neus tot in het uiterste van mijn tenen ging. Binnen zag het huis er ook veel meer vervallen uit dan vanbuiten. Mijn broertje, hij was vijftien, volgde na mij, en ik zag aan zijn blik dat hij diezelfde energie ook had gevoeld. Maar het vreemde moet nog komen. Leo trok zijn wenkbrauwen naar me op en leek iets te willen zeggen, maar toen haalde hij zijn schouders op. Hij draaide zich om te kijken waar onze ouders bleven en de frons boven zijn ogen werd wel heel diep. Ik volgde zijn blik en zag iets wat onmogelijk was. Mijn ouders stonden doodstil en de sneeuwvlokjes die daarnet nog naar beneden dwarrelden hingen nu doodstil in de lucht. Mijn broer knipperde met zijn ogen en kneep zichzelf eens in zijn arm. Maar dat leverde niets op.

‘Wat gebeurt er?’ fluisterde hij.

‘Geen idee’, antwoordde ik verward. Ik liep naar de nog openstaande deur en wilde naar buiten lopen, maar het was alsof er een onzichtbare muur stond.

‘Oké, dit is redelijk eng’, zei Leo.

‘Oké, kalm blijven, doorzoek het huis en kijk of je iets vindt’, zei ik, meer tegen mezelf dan tegen Leo. Leo knikte en probeerde zich duidelijk zelf ook te kalmeren. Ik deed het gelijkvloers en hij deed de eerste verdieping. Na een halfuur zoeken was het duidelijk dat op het gelijkvloers niet meer dan stof en spinnenwebben lagen. Er lagen in de boekenkast ook een paar boeken over de duivel en demonen en die dingen, maar ik had niet het gevoel dat dat ons zou helpen. Ik was net van plan het op te geven toen ik achter een van deze boeken het hoekje van een goudgele kaft zag. Op exact hetzelfde moment dat ik het uit de kast trok hoorde ik mijn broertje schreeuwen.

 

Met het boek nog in mijn hand rende ik de trap op. Ik zag tot mijn grote schrik mijn broertje tegen de muur gedrukt worden door een onzichtbare kracht. Hij zag eruit alsof hij gewurgd werd. In zijn ene hand had hij een verfrommeld papiertje, waarop ik het getal 512 las. Hij bracht met moeite de woorden ‘pagina 512’ uitbrengen. Het duurde even voor ik doorhad wat hij bedoelde. En toen drong het tot me door. Ik zocht naar pagina 512 maar net toen ik het had, werd ook ik door een onzichtbare kracht tegen de tegenoverliggende muur gedrukt. Met enorm veel wilskracht zorgde ik ervoor dat het boek niet uit mijn handen viel. Ik las de woorden van uit mijn tranende ooghoeken. Het was een of andere Latijnse spreuk, en hoewel het belachelijk leek om ze luidop uit te spreken, leek het nog belachelijker om het niet te doen. Dus las ik wat er stond met de weinige adem die ik had. Onmiddellijk liet de onzichtbare kracht ons los en hoorde ik beneden mijn vaders stem roepen: ‘Waar zijn jullie gebleven?’ Leo en ik keken elkaar hijgend en met grote ogen aan.

Ik weet wat jullie allemaal denken: ja ja, mooi verhaal maar er is geen woord van waar. Maar mijn broer en ik weten allebei dat het echt waar is. Blijkbaar rustte er een oude vloek op dat huis en hebben wij hem verbroken. Dit allemaal duurde misschien niet lang, maar het heeft wel heel veel effect op me gehad. Sindsdien leef ik elke seconde alsof het mijn laatste is. Die stap was misschien heel klein, maar hij had grote gevolgen. Ik weet nu hoe kostbaar het leven is.

 

Einde

 

Ontwerp door Willem Verweijen