De moord - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De moord - Mijn Kort Verhaal

Nadine Bruin

17 jaar - VWO

3
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Nadine Bruin (17 jaar)

? stemmen

De moord

De moord

Mijn wekker is niet afgegaan fuck, fuck, fuck. Zo kom je dus voor de derde keer te laat deze week en het is pas woensdag.

“Sla de dekens van je af Bellatrix, kom op” (ik heb in de ochtend altijd aanmoediging van mezelf nodig om op te staan) anders kom je nog veel later en dan wordt je vader gebelt. Het is ijskoud in het huis, dat merk ik wanneer ik de dekens van me af sla en mijn voeten op de grond zet. Dat maakt niet uit, ik moet me snel aankleden. Ik doe mijn lievelingsbroek aan met een dikke trui. Nog even snel eten en dan naar school. Ik ren van de trap naar beneden, recht in een plas water.

Een plas water in huis. De hele gang is vol met water, ik loop verder naar de keuken en zie dat die ook vol ligt net als de woonkamer. Uit het raam zie ik dat het buiten nog erger is en het water stroomt nog steeds het huis binnen. Mijn mobiel trilt in mijn hand ik kijk op het scherm en zie een noodbericht “een overstroming op Texel, maar vooral ‘t horntje heeft er last van Daar is ook geen elektriciteit sinds gisteravond”.

Hoofdstuk 2

Er gebonk op de voordeur. Ik ren met twee stappen tegelijk van de trap, trek snel mijn regenlaarzen aan als ik beneden kom en ruk de voordeur open.

Voor de voordeur staat een jongen van ongeveer 8 jaar oud. Hij is helemaal doorweekt het water stroomt van hem af. “Je moet me helpen, ze zitten achter me aan, ik weet niet waar ik anders naar toe moet gaan, Alsjeblieft, Alsjeblieft!” schreeuwt hij. Ik staar hem in shock aan. “Ehh, ehh…” zeg ik. “Alsjeblieft, laat me binnen hij zit vlak achter me! Hij zal me vermoorden!” “Kom binnen, snel!” zeg ik. Ik hou de deur voor hem open. Het jongetje kijkt verwilderd om zich heen “We moeten ons verstoppen” zegt hij. “Rustig geen paniek, wie het ook is hij zal niet zomaar binnen komen stormen. Vertel me eerst maar eens hoe je heet.” “Neeee!! We moeten ons nu verstoppen, eerst moeten we veilig zijn!” “Okee, okee, kom maar mee, snel.” Ik pak het jongetje en neem hem mee naar boven, naar de zolder en zet het licht aan. “Is dit een goede verstopplek voor je??” vraag ik.”Ja, ja dit is een goede plek.” fluistert hij. De zolder staat vol met troep. “Trek maar wat droge kleding aan uit deze stapel” zeg ik. Hij kijkt me verbaast aan, maar doet wat ik zeg en gaat daarna meteen zitten op een paar kussens op de grond. “Vertel me nu maar hoe je heet en wie er achter je aan zit?” zeg ik. “Ik.. ik.. heet Thijs.” stottert hij. “Ik moet me verstoppen voor.. voor.. een slechte man.” “Wat bedoel je voor slechte man?” vraag ik. “Een slechte man, hij hield me daar gevangen met allemaal andere kinderen.” Hij trilt nu zo erg dat ik naast hem ga zitten en ik pak zijn handen vast. “Geen paniek, het komt allemaal goed. Ik zal zorgen dat hij je niet mee neemt. Dat beloof ik”. We vallen langzaam in slaap.

8 uur later……

Er wordt gebonkt op de deur. Met die gedachte schrik ik wakker. Thijs ligt nog steeds te slapen. Daar klinkt het weer, dat gebonk alsof de voordeur verwoest wordt. Ik sta langzaam op en Thijs schrikt wakker en kijkt verbaasd om zich heen. “Wat is er aan de hand?” vraagt hij. “Ssssst, er wordt op de voordeur gebonkt door iemand.” fluister ik hem toe. “Nee, nee, je moet niet open doen. We moeten ons verstoppen, snel kom.” fluistert hij. Nu hoor ik het geluid van de trap en ik hoor dat iemand over de overloop wandelt. De trap naar de zolder schud en kraakt, iemand staat er op. Ik duw Thijs achter de muur van troep op zolder. Zelf pak ik een tennisracket, doe het zolder licht uit en verstop me achter een kast naast het luik. Het luik gaat krakend open en er schijnt een zaklamp door de zolder. Het lichtknopje wordt ingedrukt en ik zie een man staan. Hij heeft een pistool in zijn hand en kijkt de zolder rond. “Thijs?” zegt hij. “Kom maar tevoorschijn Thijs. Ik weet dat je je hier verstopt hebt, jij klein mormel dat je bent.” Er valt een doos om waar Thijs verstopt zit en de man draait zich die kant op en richt zijn pistool. Hij richt op de plek waar Thijs verstopt zit. “Kom maar Thijs je weet dat je dit toch niet vol hou.” Thijs staat op achter zijn verstopplaats. Hij kijkt zo verloren om zich heen en loopt langzaam naar de man toe. Ik pak het tennisracket wat beter vast en ik spring achter de kast vandaan. De man draait zich verbaast om en met al mijn kracht sla ik het pistool uit de hand van de man met mijn tennisracket. Het pistool vliegt door de lucht en we kijken alle drieën waar het pistool naartoe vliegt. Hij valt in de punt van de zolder, bij de voorkant van het huis. Ik vlieg er op af en pak het pistool. Ik draai me snel om, richt en zie de man op me afrennen. Hij kijkt me aan met een woeste blik, er lijkt schuim uit zijn mond te komen. “Stop!!!” schreeuw ik, maar hij blijft door rennen en ik haal de trekker over. De terugslag van het pistool zorgt ervoor dat het pistool uit mijn hand vliegt. Het geluid van de knal weerkaatst in mijn oren. Ik staar in shock naar de man, hij ligt op de grond en om hem heen ligt een plas bloed. Ik heb hem vermoord!! Hij is dood door mij!! Thijs komt naar me toe lopen en slaat zijn armen om me heen. “Dankje, Dankje.” fluistert hij in me oor, terwijl ik ook mijn armen om hem heen sla.

Ontwerp door Willem Verweijen