De koude leugen - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De koude leugen - Mijn Kort Verhaal

Bob van der Horst

20 jaar - VWO

1
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Bob van der Horst (20 jaar)

? stemmen

De koude leugen

“Voorwaar…Voorwaar het sneeuwt!” sprak de koning. Hij zei het niet hardop, maar fluisterde, zuchtte het haast tegen een onzichtbare gesprekspartner die zich schijnbaar buiten de balzaal bevond. Het was geen opmerking… het was een declamatie, een met zoveel kracht als het neersteken van een oorlogsbanier na een gewonnen veldslag. Het schoot als een donderslag door de Grote hal van het Paleis van Avondrood en De kakofonie van honderden gegadigden verstomde direct door de Konings’ woorden.  Generaal Barreon was de eerste die zijn verbazing in woorden omgezet kreeg: “Hoogheid, wat zegt u nu?” De koning bleef stil naar buiten staren, zonder te antwoorden. Barreon liep op de koning af, zo snel als zijn stalen harnas hem toeliet. Na een blik op het stille maar verontwaardigde gezicht van Koning Aureyon, keek hij om naar het raam. Vrijwel direct stormde de overige gasten naar de met goud ingelegde ramen aan de zuidkant van de zaal om vast te stellen dat de koning zijn verstand had verloren, maar het sneeuwde echt. Grote, dikke vlokken wit kristal dwarrelde vanuit een donkere nachthemel naar beneden en bedekte de daken, straten en binnenplaatsen met een glanzende deken. De regeringsperiode van Huize Zomer was nog niet eens haar halfpunt gepasseerd…en het sneeuwde…

Alle gasten straalde dezelfde vraag uit, hun hele gelaat was verwrongen tot één woord: “Waarom?!” Sommige adelmannen liepen verontwaardigd naar buiten, de besneeuwde binnentuin in, terwijl de rest binnen zachtjes begon te discussiëren, waardoor het gezoem aan stemmen weer langzaam toe nam. Ook de koning verliet zijn plek achter het raam en begaf zich naar de deuropening en staarde wederom bedenkelijk naar het grijze wolkendek. Ondanks de vriendschappelijke aard van het jaarlijkse Gala van het vuur, haastte de koninklijke lijfwachten zich bezorgd naar de koning en zette zich als een ietwat verwarde muur op rondom de koning. “Dat is niet nodig heren, zorg liever voor onze gasten” beviel de koning op zijn altijd rustige toon. De wachters lieten de koning alleen in de deuropening en begonnen langzaam alle gasten naar de poort te verwijzen. Koning Aureyon lichtte zijn hand, en bestudeerde de op zijn hand vallende vlokken wit, onheilspellend wit. Zijn donkere handen, die maar schaars sneeuw hadden gevoelt, deden pijn van de kou.

“hoogheid, komt u alstublieft weg bij de deur!” riep hofmagiër Tysedor. “het is maar sneeuw” antwoordde de Koning, wederom met rust in zijn stem, alsof met honing gesmeerd. Tysedor kwam naast de koning staan, zijn scherpe kin stak omhoog als een speer terwijl hij ook de hemel afspeurde. ”We weten nog niet of er met de sneeuw geknoeid is.” Hij keek de koning aan. Zijn blik vertelde de koning dat de magiër net als hij wist wat de sneeuw betekende.

De koning liep in bedenkelijke pas naar zijn troon, terwijl Tysedor met beleid de deur dicht toverde met kort handgebaar. Generaal Barreon keerde terug met de andere officieren en zijn gezicht verraadde zijn onzekerheden. “vader!” klonk het van achter de groep soldaten en een flits van geel schoot tussen de geharnaste mannen door naar de troon. Barreon keek geërgerd naar het meisje en daarna naar de gang waar ze vandaan was gekomen, waar een bange wachter geschrokken het woord “so-rry” zonder geluid uitsprak. “lieverd! Volgens mij moet jij allang in dromenland te zijn” zei de koning toen hij zich uit zijn dochters’ knuffel wist te wringen. “ja, MAAR HET SNEEUWT! HET SNEEUWT PAPA!” sprak het meisje opgewonden al op en neer springend, zodat de patronen van herfstbladeren op haar gele avondjurk danste.

“hoogheid, de laatste gasten zijn zojuist de poorten uitgebracht en worden door gewapende escorte vergezeld naar hun huizen. Op de muren zijn geen Wintertroepen te bekennen.” De koning zette zich in zijn troon, nam zijn kind op schoot en streek met zijn hoofd in zijn handen over zijn grijzende baard. “Goed. Het zou ook compleet gekkenwerk zijn als het wel zo was. Ysegrim is brutaal, maar niet zo brutaal om Avondrood in de nacht aan te vallen tijdens ons meest heilige feest.” Hij zuchtte.

“Wat wilt u dat wij doen, mijn koning?” vroeg Barreon. “verdubbel de wacht op de muur, laat extra man oproepen om de straten te patrouilleren.” Antwoordde de koning, liet zijn dochter van zijn schoot af en keek haar na terwijl ze verwonderd naar het raam liep. “Ik stel voor om koeriers naar de landen van Lente en Herfst te sturen. Als het hier in Avondrood al sneeuwt, hoe erg zal het daar wel niet zijn. Tevens zullen we toch de bevolking gerust moeten stellen en hulp te bieden waar het kan; in de dorpen en op de velden zal men vast te weinig hebben om zich tegen de kou te beschermen.” Sprak de hofmagiër zonder al te veel haast. “Ik stuur mijn snelste ruiters naar Herfst en Lente en we zullen zorgen dat er vannacht nog extra bevoorrading de stadspoort uitrijd!” sprak Barreon, waarna zij allen salueerde en rechtsomkeert de zaal uitliepen. Barreon trok de nog altijd starende wachter mee naar buiten.

Koning  Aureyon keek zijn hofmagiër vragend aan en zonder de vraag te hoeven horen antwoordde Tysedor: “meer als dit kunnen we nochtans niet doen, Sire. Ik wil met uw permissie wel graag bekijken of Koning Ysegrim niet met de sneeuw heeft gegoocheld. Deze actie is dan wel geen oorlogsdaad, maar de Winterkoning voert duidelijk iets in zijn schild. We moeten op ons hoede zijn.” Tysedor boog en verliet de zaal naar de binnentuin.

Het meisje had het hele gesprek met grote ogen naar het witte wonder staan staren dat zich buiten de paleisramen voltrok en merkte haar vaders zorgelijke blik pas nu op. “vader, kijk hoe mooi! Maar vader, het is toch nog geen winter? Waarom is het dan wit?” De koning stond op van zijn troon en keek van de sneeuw naar zijn dochter. Hij tilde haar op en drukte haar liefkozend tegen zich aan.

De koning glimlachte. “Ach lief kind, het ziet er naar uit dat wat eerder Winter word dit jaar. Niks om je zorgen over te maken.” Hij loog.

Ontwerp door Willem Verweijen