De Knuffel-Marokkaan - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal De Knuffel-Marokkaan - Mijn Kort Verhaal

Boutaina

18 jaar - VWO

4
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Boutaina (18 jaar)

? stemmen

De Knuffel-Marokkaan

Tering Marokkanen, het zijn allemaal tuig! Tuig! En die moslims ook!’ de televisie staat zacht, maar de woorden van de boze man op leeftijd klinken hard, luidkeels gesproken met zelfverzekerdheid in de stem. Naast het regelmatige ademhalen van mama, mijn broertje en ik is er niets te horen. Totdat Achmed zijn mond opent. ‘Ik ram gewoon iedereen die wat te zeggen heeft op zijn bek, wollah’ zegt hij, waarna hij een lepel cornflakes in zijn mond propt. ‘Hallo? Dat is niet hoe wij het hier doen, jongen. Gedraag je.’ mama kijkt hem streng aan. Nadat de zoveelste aanslag is gepleegd, barst het nieuws weer van de boze, verontwaardigde mensen.

Ik zet de laatste speld vast op mijn hoofddoek en ben bijna klaar om te gaan. Net als ik mijn rugzak wil oppakken, komt mama achter me de gang in gelopen. Ze kijkt me na terwijl ik mijn schoenen dichtveter. ‘Geen discussies met de Hollanders, oké? Geen grote mond tegen je leraren en wees respectvol tegen wie dan ook. Jij weet wie je bent en wat je gelooft, niemand kan je wat anders vertellen.’ Mama kijkt wat zachter dan net, maar haar ogen staan nog steeds streng. Ik knik en laat haar woorden, gesproken in Nederlands met een accent dik als honing erover heen gesmeerd, tot me door dringen. Jij weet wie je bent.

Vroeger raakten de uitspraken van sommigen mensen me diep. Hoe zouden ze met zoveel passievolle haat kunnen praten over iemand de zo nog nooit hebben ontmoet? De kreten waren scherp en vaak de oorzaak van slapeloze nachten. Mama zei me altijd dat ik sterk moest zijn, praten met God en hem vragen om geduld en een puur hart. Eén dat sterk genoeg zou zijn om niet te geven om de meningen. Dus dat deed ik. Ik bad en bad.

En dan komt er opeens een dag waarop het je niet meer boeit, een overstap. En niet zomaar eentje, Dé Overstap. De uitspraken glijden langs je als een warm mes door de boter. Of eigenlijk als een warm mes dat nou net de boter mist, erlangs steekt. Nog steeds even gloeiend heet, maar niet effectief. In ieder geval niet op de boter, want die is sterk. De boter weet wie hij is. Er komt een dag waarop de angst en het verdriet plaatsmaken voor trots en een gevoel van gloeiende warmte. Het sprankelende gevoel groeit, en het komt helemaal vanuit je tenen, tot je hele lichaam er opeens in doucht. Je steekt je armen trots in je zij en kijkt met een stoutmoedige glimlach naar de wereld. Ik weet immers dat ik én een mocro én een kaaskop ben. Als een zeeman verdwaald in een grote oceaan tussen twee landen, maar op een andere manier ook onlosmakelijk verbonden met beide achtergronden en trots. Zo trots.

Er komt opeens een dag. Zo ineens, waarop je je realiseert dat de kleur van je huid nou precies goed is. Niet te donker, niet te veel, helemaal niet ‘te’, maar gewoon goed. In balans. Alleen iets langer gekust door de zon, glanzend. Jij bent fraai, met stralend melanine omhuld en een prachtige lach op die niet meer weg te slaan is, wat wie dan ook vindt. Want ook jij weet wie je bent.

Die dag komt, waarop je weet dat het goed zit. Wat er ook over je gezegd wordt. De vrede binnen in jouzelf is al gevonden en overwonnen, die op aarde is nu aan de beurt. Gewapend met een vol hart en een pienter stel hersenen ga jij ertegen aan, staand op een hoge berg met een postuur als een superheld kijk je over de mensheid. Een dag waarop je snapt dat jij prachtig bent. Dat ook jíj door God zelf op een volmaakte manier in elkaar bent gezet, een constellatie van karakteristieke eigenschappen en meningen waar de kosmos nog eens jaloers op zou zijn. Of je nou wit, zwart, bruin, geel, beige of pimpelpaars met groene streepjes bent, jij weet wie je bent.

Ik word wakker geschud uit mijn gedachtes door een dame die tegen me aanstoot in de bus. Ik doe een stapje achteruit, laat haar langs lopen. ‘Kijk volgende keer waar je loopt, Fatima.’ Ze kijkt me nog even vies achterna. Ik moet ervan glimlachen. ‘Zal ik doen mevrouw, nog een fijne ochtend!’ Ik voel mijn wangen rood aanlopen. Niet van schaamte of angst, maar trots. Zo’n gloeiende trots dat mijn wangen zelfs verkleuren. Tering Marokkaan, haha. Eerder knuffel-Marokkaan.

Ontwerp door Willem Verweijen