de enige kans - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal de enige kans - Mijn Kort Verhaal

Cornelissen Femke

17 jaar - havo

34
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Cornelissen Femke (17 jaar)

? stemmen

de enige kans

Daar zat ik op mijn broer te wachten, in een kleine donkere kamer. Het was er pikdonker en dat was met een reden. De directeur van het instituut zei niet voor niets: “Licht is geld.” Alles wat er gebeurt in het Clarisse Instituut, gebeurde met een reden. Zelfs de meest onnozele dingen, maar door die dingen kwam het dat wij het rijkste jongensinstituut waren. iedere ouder droomde ervan om hun kind hier te kunnen plaatsen. Het was hier ook heel gezellig en leuk, behalve als je geen geld had zoals mijn broer en ik. Dan behoorde je tot de spotgroep: je had geen vrienden, geen fatsoenlijke kleren en geen fatsoenlijke opleiding. Net omdat de “normale” opleiding zo duur was voor sommige ouders, hadden ze een goedkopere opleiding opgestart. Helaas was die opleiding niet wat de meeste ervan verwachten. Je zou zeggen dat je gewoon een lager diploma krijgt, maar dat is het totaal niet. Je wordt niet opgeleid tot diplomaat, dokter of ingenieur zoals de rijkere jongens, maar tot huurmoordenaar.

Daarom zat ik daar, in die kleine donkere kamer. De dag dat je 15 wordt, begint de opleiding. Eerst is er een gesprek, daar krijg je te horen dat je les gaat krijgen over zelfverdediging, het uitwissen van sporen en zoveel meer. Natuurlijk geven ze je de keuze of je de opleiding wilt volgen of niet, maar geloof me het is niet veel beter als je nee zegt. Na het gesprek begint de indeling van de twee groepen: je hebt de zwakkelingen en de sterkeren. Mijn broer en ik horen natuurlijk bij de sterkeren. Na de indeling werden we teruggebracht naar de slaapzaal. Het Clarisse Instituut had super chique slaapkamers, tenzij je geen geld had, dan sliep je in de slaapzaal tussen een zestigtal jongens. De lichten gingen uit om acht, want een moordenaar in training moest voldoende slaap hebben. Tussen het gesnik van anderen door, babbelde ik wat met mijn broer die in het bed naast mij lag.

’s Morgens was het direct ontbijten en daarna moesten we rondjes lopen. Je kan je het waarschijnlijk al voorstellen dat niet iedereen die rondjes haalde. ‘s Middags hadden we een half uur rust. Iedereen lag te slapen behalve, mijn broer en ik. Hij begon te praten over het leven dat we zouden hebben als we konden ontsnappen, maar dat was iets waar we enkel van konden dromen. We dwaalden weg in onze gedachten.

Plots verdwenen mijn gedachten door een luide sirene. Het brandalarm! Als die sirene afging, kon je twee dingen doen: lopen naar de dichtst bij zijnde nooduitgang of ontsnappen door het raam. Natuurlijk kozen we het raam, maar dat was misschien niet de beste beslissing. We sprongen van het derde verdiep naar beneden. Zodra we op de grond waren, begonnen we in de richting van het bos te lopen. We geraakten tot aan de bosrand, daar plofte we op de grond neer en vielen in slaap door vermoeidheid en pijn.

De volgende dagen konden we overleven door de lessen die we in het instituut hadden gehad. Net toen we de hoop wilden opgeven, zagen we de stad. De beroemde stad waar iedereen zijn leven perfect was! We liepen het plein op en waren omsingeld door foto’s van kinderen die ontsnapt waren en nu dus gezocht werden. Net toen we dachten dat ze onze ontsnapping niet hadden opgemerkt, maar al snel liepen we op een foto af van mij en mijn broer.

Ons eerste gedacht was: we moeten de stad uit! Hoe zouden we dat doen? Nadenkend zochten we een steegje om de nacht te overleven. Dit was niet gemakkelijk want in elk steegje bevond zich wel iemand die in zijn leven gefaald had. Net naast het station vonden we een leeg steegje. We zouden via de trein ontsnappen. Dat was toch ons plan. Met een gerust hart vielen we in slaap.

Het was twee uur, luide sirenes begonnen te klinken. Dat geluid betekende dat er ontsnapten gevonden waren. Dit wist ik door de lessen die we gevolgd hadden. Hoe dichter het geluid bij je was, hoe dichter de ontsnapten waren. Het geluid in het steegje was zo fel dat we wisten dat het over ons ging. We liepen zo snel mogelijk het steegje uit. Langs rechts werden we bestormd door agenten, de enige weg was naar het perron! Zonder na te denken liepen we naar daar. Gelukkig zagen we net de trein van half drie aankomen! Dit was de kans. Weg uit deze stad! Een nieuw begin. We sprongen de trein op en deden de deur dicht. Door de geblindeerde ramen konden we naar buiten kijken. We zagen de agenten alles doorzoeken en net toen een jonge kerel ons in het oog had, vertrok de trein.

Door de speaker hoorde we de conducteur zeggen: “ Diegenen die naar Europa gaan, overstappen naar wagon twee alstublieft.” Dat was het ons teken van geluk.

Ontwerp door Willem Verweijen