de bloemenweide - Mijn Kort Verhaal - Mijn Kort Verhaal de bloemenweide - Mijn Kort Verhaal

Marjolein Dernison

16 jaar - gymnasium

57
stemmen

Deel dit verhaal

Stemmen
niet meer
mogelijk

Je hebt
gestemd!

Marjolein Dernison (16 jaar)

? stemmen

de bloemenweide

De dagen kropen voorbij. Het ene moment droomde ze over een prachtige plek. Een bloemenweide waar de zon scheen. Ze rende door de weide en plukte de prachtigste bloemen. Het volgende moment werd ze wakker in een donkere cel. Ze realiseerde zich met een klap waar ze zich werkelijk bevond, de cel. Dat verschrikkelijke donkere hol, soms kon ze de ratten langs haar hoofd horen lopen. De dagen regen zich aaneen. En soms had ze van die momenten zoals deze, dat waren de verschrikkelijkste. Dit keer besloot ze, zou het de laatste keer zijn. Ze moest hier weg. Ze dacht koortsachtig na. ‘Ongeveer een paar uur geleden had ze eten gekregen dus het duurde nog wel een dag voordat ze weer eten zou krijgen’. ‘Genoeg tijd dus om een plan te maken’ dacht ze. Ze keek eens rond, ‘Tja er was eigenlijk niets anders dan duisternis, net als in haar leven’ dacht ze verbitterd. Ver boven haar was een klein tochtig raampje, daar kon ze nooit bij. Ze kroop rondtastend in het duister door haar cel. De cel bleek groter dan ze had verwacht. In al die  maanden had ze namelijk nooit de moeite genomen om de cel aan een nader onderzoek te onderwerpen. Na een tijdje rondkruipen vond ze wat ze zocht, de deur. Achter de stevige ijzeren deur was nog meer duisternis wist ze, er viel namelijk nooit licht naar binnen als de bewaker eten kwam brengen. Ze voelde aan de onderkant van de deur; stevige ijzeren platen. Ze stond moeizaam op, iets wat ze in tijden niet had gedaan. Ze voelde aan de klink, ‘misschien was de deur wel open’ hoopte ze. Voorzichtig duwde ze tegen de klink. Hij gaf niet mee, ‘Helaas’. Ze voelde ook aan de rest van de deur. Alleen maar stevig ijzer. Toen vond ze het sleutelgat. Ze raapte een stokje op van de grond en porde in het sleutelgat. De sleutel zat er nog in,’Yessss’ dacht ze bij zichzelf. Ze voelde nog eens onder de deur, het leven was haar gunstig gezind; er zat een brede kier onder de deur. Ze duwde met het stokje de sleutel uit het slot. De sleutel viel met een zachte tik op de grond. Ze hield haar adem in, ‘Zou  iemand het gehoord hebben’? Ze wachtte een paar minuten maar er volgde geen reactie. ‘Die bewakers zijn vast naïef  geworden door haar passiviteit’ dacht ze minachtend. Ze schoof haar hand onder de deur door en klauwde in het  rond. Ze kon de sleutel niet  vinden. ‘Kom op, ze was zo dicht bij haar vrijheid, de deur was de enige grens die ze over moest stappen’ dacht ze wanhopig. Na een paar frustrerende minuten voelde haar hand koud metaal. Ze greep het vast en trok haar hand terug onder de deur. Ze leunde tegen de vieze muur, dit putte haar uit maar ze moest verder met haar ontsnapping. Ze kon het bijna niet geloven, ‘Gebeurde  dit echt’?! Ze Stak de sleutel in het slot en draaide hem om. Het slot ging knarsend open, ze wachtte met ingehouden adem af. Er gebeurde niets. Voorzichtig opende ze de deur en gluurde om het hoekje. Ze kon natuurlijk niets zien want alles was donker. Voorzichtig  liep ze de gang in, ze kon zich nog herinneren dat het bewakersverblijf aan het eind van de gang links was, dus moest ze aan het eind van de gang rechts. Ze hoorde gelach uit de kamer komen. Adrenaline gierde door haar lichaam. Ze sloop door de gangen en vond de weg naar de uitgang. Ze bleef staan voor de grote deur, ze kon het licht onder de deur door zien schijnen. ‘Deze deur was het enige wat nog tussen haar en haar vrijheid instond’ dacht ze blij. ‘Het is bijna te mooi om waar te zijn’. Ze probeerde te wennen aan het schemerlicht, dat was wel nodig na alle duisternis. Ze opende de deur en stapte haar vrijheid tegemoet. Het felle licht van de stralende zon scheen op haar gezicht en verspreide een prettige warmte. Ze raakte gewend aan het licht en begon te lopen, steeds sneller. Toen ze een paar kilometer van de gevangenis verwijderd was, liet ze zich op een bankje vallen. Ze rustte uit en keek eens rond. De wereld was niet veranderd in haar vijf maanden afwezigheid. Ze bekeek zichzelf in het water van een mooie vijver, ‘ik zou haast vergeten zijn hoe ik eruit zie’ dacht ze. ‘Maar nu, hoe moest ze haar leven nu weer oppakken’? Ze liep en liep en liep toen zag zie iets. Ze begon te huilen en kon niet meer stoppen. Ze knipperde met haar ogen ‘Was dit echt’? ‘Ja’, de tranen stroomden over haar wangen. Wat ze zag was prachtig, perfect en volmaakt. De weide uit haar dromen. Ze rende de weide in en plukte bloemen, precies zoals in haar droom. Na een tijdje ging ze onder een boom liggen. Ze dacht bij zichzelf: ‘Weet je Lily,  het komt wel goed, maak je geen zorgen’. ‘Als je deze overstap kon maken kan je alles’ en toen viel ze in een vredige slaap.

Ontwerp door Willem Verweijen